De Europese Unie werkt aan haar volgende meerjarenbegroting. Die bepaalt mee welke Europese middelen lokale besturen de komende jaren kunnen inzetten voor klimaat, digitalisering, sociale inclusie, mobiliteit, huisvesting en lokale ontwikkeling. Een belangrijk onderdeel daarvan is het nieuwe Nationaal en Regionaal Partnerschapsplan, kortweg NRPP. Met dat plan wil Europa verschillende fondsen sterker bundelen en op nationaal en regionaal niveau laten uitvoeren. De VVSG heeft één belangrijke vraag. De steden en gemeenten moeten vanaf het begin volwaardig mee aan tafel zitten voor de opmaak en uitvoering van het NRPP.
Lokale besturen maken Europees beleid concreet
Europese ambities worden lokaal werkelijkheid. Steden en gemeenten werken elke dag aan betaalbare en kwaliteitsvolle huisvesting, duurzame mobiliteit, sociale dienstverlening, integratie, digitalisering, klimaatadaptatie en economische ontwikkeling.
Lokale besturen zijn dus geen gewone stakeholders. Ze zijn democratisch verkozen besturen met terreinkennis, uitvoeringskracht en verantwoordelijkheid. Een beleid dat hen pas achteraf consulteert, mist draagvlak en impact.
Daarom vraagt de VVSG dat lokale besturen structureel betrokken worden bij de voorbereiding, besluitvorming, uitvoering, evaluatie en bijsturing van het NRPP.
Drie voorwaarden voor sterk partnerschapsplan
De VVSG kiest voor een constructieve en realistische aanpak. Lokale besturen willen samenwerken met de federale en Vlaamse overheid. Maar dat kan alleen als het NRPP vertrekt van duidelijke afspraken en voldoende middelen.
De VVSG vraagt daarom:
- Structurele betrokkenheid van lokale besturen en duidelijke governance
Lokale besturen moeten van bij de start mee vorm geven aan het NRPP en aan de subsidieprogramma’s die eruit voortvloeien. Hun rol mag niet beperkt blijven tot consultatie. - Voldoende financiering en cofinanciering
Een Europese bijdrage van maximaal 40% van de projectkosten is voor veel lokale besturen te laag. Als hogere overheden innovatieve lokale projecten verwachten, moeten ze ook zorgen voor voldoende cofinanciering. - Minder drempels en meer lokale capaciteit
Lokale besturen hebben nood aan duidelijke informatie, toegankelijke begeleiding en eenvoudige procedures. Een Vlaams contactpunt of one-stop-shop kan daarbij helpen.
Investeer in lokale prioriteiten
Het NRPP moet aansluiten bij de noden van steden en gemeenten. De VVSG vraagt daarom voldoende aandacht en middelen voor klimaatmaatregelen, digitalisering, sociale en betaalbare huisvesting, duurzame mobiliteit, sociale inclusie, welzijn en lokaal activeringsbeleid.
Voor de VVSG is het belangrijk dat herkenbare fondsen zoals EFRO Vlaanderen en ESF+ behouden blijven. Middelen voor sociale inclusie en activering moeten lokaal inzetbaar blijven, dicht bij mensen en op maat van lokale noden.
Ook voor klimaat en digitalisering zijn aparte investeringsmiddelen nodig. Lokale besturen hebben op die domeinen grote ambities, maar vaak te weinig financiële ruimte om ze alleen waar te maken.
Steunfonds voor lokale Europese projecten
De VVSG vraagt de Vlaamse overheid om een specifiek steunfonds op te richten dat lokale besturen helpt om Europese projecten te realiseren. Dat fonds kan aanvullende cofinanciering bieden bij oproepen rond thema’s die belangrijk zijn voor steden en gemeenten.
Zo’n steunfonds verlaagt de financiële drempel voor lokale besturen. Vandaag haken veel besturen af omdat de eigen bijdrage te hoog is. Daardoor blijven goede projecten soms liggen, terwijl ze net kunnen bijdragen aan sterkere buurten, meer sociale samenhang, betere dienstverlening en een snellere klimaat- en digitale transitie.
Het steunfonds kan voortbouwen op bestaande voorbeelden. Denk aan het Vlaams Fonds Innovatief Ondernemen, dat cofinanciering bood bij digitaliseringsoproepen, of aan buitenlandse voorbeelden zoals het Nederlandse ministerie van Economische Zaken voor ondersteuning bij Digital Europe-projecten.
Voor sociale projecten bestaat vandaag al een Vlaams cofinancieringsfonds binnen ESF+. Dat moet minstens behouden blijven, met een duidelijke focus op sociale inclusie, welzijn, voortrajecten en activering. Het kan ook een plaats krijgen binnen een ruimer steunfonds voor lokale Europese projecten.
Europese middelen mogen geen bestaande gaten vullen
Europese middelen moeten een hefboom zijn voor bijkomende maatschappelijke impact. Ze mogen niet dienen om bestaand federaal of Vlaams beleid te financieren of om tekorten elders op te vangen.
De VVSG vraagt dat de middelen voor territoriale ontwikkeling minstens op hetzelfde niveau blijven als vandaag.
Maak gebiedsgericht werken mogelijk
Veel uitdagingen stoppen niet aan de gemeentegrens. Daarom vraagt de VVSG een territoriaal hoofdstuk in het NRPP, met gegarandeerde middelen voor gebiedsgerichte samenwerking.
Instrumenten zoals ITI en CLLD, waaronder LEADER, kunnen lokale besturen helpen om samen met partners sterke projecten uit te werken. Lokale besturen moeten ook mee kunnen beslissen over de inzet van die instrumenten.