De Vlaamse overheid gaat de berekeningswijze voor planschade aanpassen. Planschade moet betaald worden als een grond door de opmaak van een ruimtelijk uitvoeringsplan in waarde daalt. De nieuwe methode is billijker en zorgt voor een daling van globaal 30% op de planschadefactuur, volgens de Inspectie van Financiën. Toch blijft die factuur voor lokale besturen ook dan veelal onbetaalbaar. De realisatie van de bouwshift door een massale herbestemming van slecht gelegen bouwgronden door lokale besturen zal dus niet gebeuren. Extra initiatief vanuit Vlaanderen blijft daarvoor nodig.
Nieuwe methode zorgt voor meer duidelijkheid
Als de regelgeving wordt goedgekeurd, schat de Landcommissie de waarde van een perceel voortaan op een meer gestandaardiseerde manier in. Daarbij houdt ze uitdrukkelijk rekening met het aankoopmoment van de grond. Een eigenaar die zijn grond al lang in bezit heeft, wordt minder vergoed dan iemand die de grond recent aankocht. Dat is een positieve evolutie.
Verlaging helpt, maar lost het probleem niet op
Hoewel de vergoeding voor planschade billijker wordt ingeschat, blijft het erg twijfelachtig of lokale besturen de factuur effectief kunnen dragen. Zelfs door deze verlaging als gevolg van de gestandaardiseerde berekeningswijze en met 50 tot 66% tussenkomst uit het Vlaamse bouwshiftfonds, blijft de kost om een stuk bouwgrond een landbouw- of groenbestemming te geven hoog. Zeker als je ook de prijs van de opmaak van het eigenlijke ruimtelijk uitvoeringsplan, de MER-screening en mogelijk een milieueffectenrapport moet meerekenen. De subsidies die daarvoor waren bestaan niet meer.
Vlaanderen kan meer doen
De VVSG pleit daarom voor extra maatregelen en doet de volgende suggesties:
Voer een maximumfactuur in voor gemeenten. Als je planschade-factuur hoger uitvalt dan dat plafond, springt Vlaanderen bij.
Voorzie gespreide betaling van de planschade. Zo vermijd je dat hoge bedragen in één keer moeten worden betaald, wat herbestemmingen van ‘hard’ naar ‘zacht’ belemmert.
Neem zelf het voortouw in herbestemmingen. Zeker voor bouwgronden die ver van kernen zijn gelegen, zich situeren in zonevreemde verkavelingen, in overstromingsgebied liggen of waar kwetsbare natuur of bodem aanwezig is, kan één Vlaams initiatief vele hectaren slecht gelegen bouwgronden 'redden'.
Werk aan voorspelbaarheid. Zorg dat een lokaal bestuur vroeg in het traject weet waar ze aan toe is. Zo vermijd je financiële verrassingen op het einde.
Tot slot blijft het belangrijk om andere instrumenten te ontwikkelen die voorkomen dat slecht gelegen gronden toch bebouwd worden. Denk aan een systeem dat het ruilen van gronden makkelijker maakt. Daar is al heel wat studiewerk voor verricht en bestaat ook regelgeving over, maar vlot werkt dit allemaal niet.