Steden en gemeenten werkten hard om de buitenschoolse kinderopvang vanaf 1 september beter af te stemmen op het lokale vrijetijdsaanbod. Zo kunnen kinderen hun hobby’s uitoefenen terwijl ouders werken of een opleiding volgen. Dat is de ambitie van het nieuwe decreet op de buitenschoolse kinderopvang en activiteiten (BOA-decreet). De regeling verhoogt de kwaliteit, onder meer door de inzet van meer medewerkers, maar verandert het aanbod in de meeste gemeenten niet drastisch. Daarvoor zijn meer en voldoende Vlaamse middelen, duidelijke regels en extra ondersteuning nodig, blijkt uit een VVSG-bevraging bij lokale besturen.
Meer afstemming, aanbod blijft vergelijkbaar
Met het BOA-decreet wil de Vlaamse overheid ervoor zorgen dat kinderen en gezinnen gemakkelijk hun weg vinden naar opvang en vrijetijdsactiviteiten. Gemeenten spelen daarin een centrale rol. “Het decreet spoort hen aan om sterker samen te werken met scholen, opvanginitiatieven en verenigingen zodat opvang en vrije tijd beter op elkaar aansluiten”, aldus Wim Dries, voorzitter van de VVSG. Bijna 2 op 3 gemeenten vindt daarom ook dat het decreet hen helpt om de kwaliteit van het aanbod te verbeteren en wil hier in de toekomst verder op inzetten.
Toch leidt het BOA-decreet niet meteen tot drastische veranderingen in het aanbod of in een gewijzigde begeleider-kind-ratio. In de meeste gemeenten blijven het aantal opvangplaatsen gelijk (66%), net als de openingsuren (83%). In meer dan de helft van de gemeenten (56%) blijft de prijs van de opvang gelijk, in 1 op 3 gemeenten stijgt de prijs. In bijna de helft van de gemeenten (43%) zijn er wel meer activiteiten mogelijk tijdens het schooljaar.
Gemeenten investeren zelf fors
De Vlaamse overheid voorzag extra middelen voor de lokale besturen. Toch investeren 9 op de 10 lokale besturen ook zelf nog steeds in de uitvoering van de nieuwe regeling. Ongeveer de helft geeft aan jaarlijks tussen 100.000 en 500.000 euro extra vrij te maken voor buitenschoolse opvang en activiteiten.
Financiering blijft de grootste uitdaging. Bijna twee derde van de lokale besturen (64%) vraagt bijkomende Vlaamse middelen om de doelstellingen van het decreet te kunnen realiseren. Daarnaast vragen gemeenten meer duidelijkheid over toekomstige subsidieregels en ondersteuning bij de nieuwe opdrachten rond toezicht en handhaving.
Lokale besturen nemen hun verantwoordelijkheid op en investeren volop in een kwalitatief en toegankelijk aanbod voor kinderen en gezinnen. Dat zal al blijken vanaf 1 september, maar we zijn er nog niet. De ambities van het BOA-decreet kunnen alleen slagen als Vlaanderen zorgt voor voldoende middelen, duidelijke regels en de nodige ondersteuning.
Oproep aan Vlaamse regering
Met het oog op de Vlaamse begroting 2027 vraagt de VVSG voldoende financiële middelen, duidelijke regelgeving en gerichte ondersteuning voor lokale besturen.
Belangrijke bevindingen
- De meeste lokale besturen stelden een BOA-coördinator aan en werken samen met scholen, opvanginitiatieven en verenigingen.
- Het aanbod verandert meestal niet ingrijpend, maar de samenwerking en afstemming verbeteren wel.
- De overgrote meerderheid investeert eigen gemeentelijke middelen bovenop de Vlaamse subsidies.
- Bijna twee derde van de lokale besturen vraagt bijkomende financiering.
- 97 steden en gemeenten namen deel aan de VVSG-bevraging.