De Vlaamse regering zet met het voorontwerp van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen(opent nieuw venster) een nieuwe stap naar een ander ruimtelijk beleid. Voor lokale besturen verandert er vandaag nog niets: er zijn nog geen nieuwe bindende regels. Gemeenten krijgen wel een belangrijke rol in het verdere overleg over onder meer wonen, open ruimte en herbestemmingen, terwijl over verantwoordelijkheden, instrumenten en financiering nog veel vragen openstaan.
De Vlaamse regering besprak op 11 september het voorontwerp van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen (BRV). Het gaat om een belangrijke tussenstap, maar nog niet om een definitieve beslissing. Voor lokale besturen zijn er vandaag dus nog geen nieuwe bindende regels.
Met het voorontwerp start nu een nieuwe fase van overleg en consultatie. Lokale besturen krijgen de kans om schriftelijk te reageren. Vlaanderen kondigt daarnaast verder overleg aan over onder meer de rolverdeling tussen Vlaanderen, provincies en gemeenten.
Voorontwerp zet ruimtelijke koers uit
Het voorontwerp bestaat uit een strategische visie en zes beleidskaders over wonen, economie, energie en klimaat, water, biodiversiteit en land- en tuinbouw.
Voor lokale besturen springen enkele ambities in het oog. Vlaanderen wil tegen 2040 het bijkomende ruimtebeslag terugbrengen tot netto nul. Daarnaast wil het 30.000 hectare nog onbebouwde gronden met een harde bestemming herbestemmen naar open ruimte: 15.000 hectare voor landbouw en 15.000 hectare voor natuur en bos.
Ook ontharding, kernversterking en een beter gebruik van de bestaande ruimte krijgen een prominente plaats.
Vlaanderen rekent op lokale besturen
Het voorontwerp legt sterk de nadruk op samenwerking met lokale besturen en over gemeentegrenzen heen. Vlaanderen verwacht dus een actieve rol van gemeenten bij de uitvoering van het BRV.
Via onder meer Lokale Bouwshift Deals wil Vlaanderen regionale afspraken over wonen, bedrijvigheid en open ruimte koppelen aan investeringsprogramma’s.
Hoe die samenwerking en rolverdeling er precies uitzien, ligt nog niet vast. Ook belangrijke elementen zoals herbestemmingen, de afbakening van kernen en de criteria voor knooppuntwaarde en voorzieningenniveau vragen nog verdere uitwerking en overleg.
Nog geen bindende gevolgen voor gemeenten
Het voorontwerp legt vandaag nog geen nieuwe verplichtingen op aan gemeenten. De voorstellen over de rolverdeling zijn nog niet definitief en ook de gevolgen voor het lokale ruimtelijke beleid moeten nog verder worden besproken.
Het voorontwerp bevat bovendien geen financieel of budgettair engagement. Er staan dus wel ambities en mogelijke opdrachten in, maar daar zijn voorlopig geen bijkomende Vlaamse middelen aan gekoppeld.
Het uiteindelijke BRV zal later wel richting geven aan het ruimtelijke beleid van gemeenten en provincies. Hoeveel lokale beleidsruimte overblijft en welke verantwoordelijkheden daarbij horen, moet het verdere overleg duidelijk maken.
VVSG deelt de ambities, maar ziet belangrijke randvoorwaarden
De VVSG deelt de ambitie om kernen te versterken, meer te ontharden en open ruimte beter te beschermen. Veel gemeenten werken daar vandaag al actief aan.
Tegelijk zijn er belangrijke vragen. Verdichting moet hand in hand gaan met leefbaarheid en ruimte voor ondernemerschap. Ook het platteland moet een sterk toekomstperspectief behouden.
Daarnaast hebben lokale besturen werkbare instrumenten en voldoende middelen nodig om de ambities uit het BRV waar te maken. Gemeenten kunnen de herbestemming van overtollige bouwgrond niet alleen financieren. Ook juridisch sterke instrumenten blijven noodzakelijk.
Voor de VVSG moeten ambities, instrumenten, financiering en lokale verantwoordelijkheid daarom samen bekeken worden.
Lokale besturen krijgen inspraak in het verdere proces
Het voorontwerp gaat nu naar de lokale besturen en strategische adviesraden. De adviesraden krijgen formeel zestig dagen om advies te geven. Voor gemeenten vermeldt de mededeling geen concrete reactietermijn, maar zij moeten minstens schriftelijk kunnen reageren.
Tegelijk werkt Vlaanderen het ontwerp van het plan-MER (Milieueffectenrapport) verder af. Daarna volgt een ontwerp-BRV, dat de Vlaamse Regering voorlopig moet vaststellen. Vervolgens gaan het ontwerp-BRV en het plan-MER 90 dagen in openbaar onderzoek.
Pas daarna kan de Vlaamse Regering het BRV definitief vaststellen en kan het Vlaams Parlement de strategische visie bekrachtigen.
VVSG volgt het verdere proces van dichtbij op
De VVSG overlegt momenteel met het bevoegde kabinet en de betrokken administratie. We willen meer duidelijkheid over de timing van het verdere proces en over de manier waarop lokale besturen daarbij betrokken worden.
Op basis van die informatie werken we een ondersteuningstraject voor lokale besturen uit. We houden je geregeld op de hoogte van nieuwe informatie, overlegmomenten en volgende stappen.
Deel je mening met ons
De VVSG leest het voorontwerp verder grondig door en neemt de belangen van lokale besturen mee in het overleg met Vlaanderen. Heb je opmerkingen bij het voorontwerp of zie je gevolgen voor je lokaal bestuur die extra aandacht verdienen?