Lokale besturen hebben de keuze om de kilometervergoeding voor dienstverplaatsingen met een motorrijtuig op twee manieren te berekenen. Naast de 'oude' regeling uit eerdere rechtspositiebesluiten, is er sinds 2023 ook een 'nieuwe' regeling. Beide opties bieden duidelijke richtlijnen, maar de keuze kan gevolgen hebben voor de administratie en de te vergoeden bedragen.
Oude en nieuwe regeling
De oude regeling is vastgelegd in het Rechtspositiebesluit Gemeente- en Provinciepersoneel van 7 december 2007 en het overeenkomstige besluit voor OCMW-personeel van 12 november 2010. Deze regeling blijft voorlopig aanvaard door de Federale Overheidsdienst Financiën.
De nieuwe regeling volgt artikel 39(opent nieuw venster) van het Rechtspositiebesluit van 20 januari 2023. Deze sluit aan bij de berekeningswijze van de Vlaamse en federale overheid en geldt als richtlijn in de private sector. Hoewel de FOD Financiën aanraadt om de nieuwe regeling te gebruiken, mogen besturen voorlopig blijven werken met de oude regeling.
Wil je alles nog eens nakijken bij de bron? Raadpleeg dan de toelichting bij het besluit(opent nieuw venster) van 20 januari 2023. Voor het gemak vermelden we hieronder de concrete bedragen.
Lokale besturen kunnen ook een kilometervergoeding toekennen voor dienstverplaatsingen met een geleasde fiets. Deze optie is opgenomen in het Rechtspositiebesluit van 20 januari 2023. Let op: het bestuur moet sociale bijdragen betalen en inhouden, en de vergoeding is onderworpen aan bedrijfsvoorheffing.
Nieuwe regeling: kwartaalindexering
Besturen die kozen voor de nieuwe regeling in hun plaatselijke rechtspositieregeling, werken met een kwartaalindexering voor dienstverplaatsingen met een motorrijtuig (voor dienstverplaatsingen met de fiets gelden jaarbedragen). Daarbij gelden de volgende bedragen:
Eigen (elektrische) fiets of speed pedelec
- vanaf 1 juli 2026: minimaal 0,2344 euro en maximaal 0,37 euro per kilometer (maximum 3.700 euro per jaar).
Het minimumbedrag is opgenomen in artikel 39, 3° van het Rechtspositiebesluit en loopt telkens van 1 juli tot 30 juni van het jaar erop. Het maximumbedrag is gebaseerd op de sociale wetgeving over dienstverplaatsingen(opent nieuw venster) en wordt per kalenderjaar vastgelegd. De fiscale grenzen zijn overigens afgestemd op de sociale sociale wetgeving.
Eigen wagen
- maximum 0,4326 euro per kilometer van 1 januari tot en met 31 maart 2026: zie Rondz. nr. 762 van 10 december 2025(opent nieuw venster).
- maximum 0,4327 euro per kilometer van 1 april tot en met 30 juni 2026. Zie Rondzendbrief nr. 764 van 20 maart 2026(opent nieuw venster).
- maximum 0,4440 euro per kilometer van 1 juli tot en met 30 september 2026. Zie Rondzendbrief nr. 768 van 29 juni 2026(opent nieuw venster).
Voor de kwartaalindexering van de wagenvergoeding kun je de details raadplegen in het Koninklijk Besluit van 13 juli 2017, zoals gewijzigd in 2022(opent nieuw venster). De federale overheid publiceert driemaandelijks de geïndexeerde bedragen in een rondzendbrief.
Carpooling
Bij carpooling mag de bestuurder zijn kilometervergoeding met de helft verhogen, dus met ten hoogste 0,2163 (vanaf 1.1.2026) of 0,2164 (vanaf 1.4.2026) of 0,2220 (vanaf 1.7.2026). Meereizende personeelsleden hebben geen recht op een vergoeding (art. 38, 8° Rechtspositiebesluit 20 januari 2023).
Oude regeling: vaste bedragen
De oude regeling werkt met vaste bedragen die gelden voor een langere periode. Van 1 juli 2026 tot en met 30 juni 2027 gelden de volgende tarieven:
Eigen fiets
Eigen fiets: minimaal 0,2344 euro (vanaf 1 juli 2026) en maximaal 0,37euro per kilometer.
Het minimumbedrag vanaf 1 juli 2026 is vastgesteld door het bedrag van het vorige jaar te nemen (hier: 2025), en te vermenigvuldigen met (de afgevlakte gezondheidsindex van mei 2026/ de afgevlakte gezondheidsindex van mei 2025(opent nieuw venster)): 0,2287 euro per km x 100,19 / 97,77 = 0,2287 x 1,0248 = minimaal 0,2344 euro per km.
De minimumbedragen staan in artikel 156 van het Rechtspositiebesluit van 2007 (te indexeren) en het maximumbedrag in de sociale wetgeving over dienstverplaatsingen(opent nieuw venster). De fiscale grenzen zijn afgestemd op de sociale wetgeving.
Eigen wagen
Eigen wagen: maximaal 0,4593 euro per kilometer (vanaf 1 juli 2026).
Het maximumbedrag vanaf 1 juli 2026 is vastgesteld door het bedrag van het vorige jaar te nemen (hier: 2025), en te vermenigvuldigen met (de afgevlakte gezondheidsindex van mei 2026/ de afgevlakte gezondheidsindex van mei 2025(opent nieuw venster)): 0,4482 euro per km x 100,19 / 97,77 = 0,4482 euro per km x 1,0248 = 0,4593 euro per km.
Carpooling
Bij carpooling mag de bestuurder zijn kilometervergoeding met de helft verhogen, dus met 0,2297 euro (vanaf 1 juli 2026) per kilometer. Meereizende personeelsleden hebben echter geen recht op een vergoeding (art. 156 §1, tweede lid, Rechtspositiebesluit 7 december 2007).