In juni reisde een delegatie vanuit de Vlaamse thuis- en ouderenzorg naar Rabat en Casablanca om te leren hoe Marokko omgaat met de groeiende groep ouderen, in een samenleving waar familiebanden traditioneel sterk zijn, maar ook onder druk komen te staan. De reis bracht mensen uit verschillende hoeken samen, met uitwisseling en verbinding over grenzen en sectoren heen als gevolg.
Marokko vergrijst snel. In 2022 was 12,2% van de Marokkaanse bevolking zestig jaar of ouder. Maar volgens het Marokkaanse Planbureau zal die groep in 2050 ongeveer 23,2% van de bevolking uitmaken, wat neerkomt op zowat tien miljoen mensen. De levensverwachting stijgt dus sterk, en tegelijkertijd worden de gezinnen kleiner. Daardoor komt de traditionele zorg binnen de families onder druk te staan. 94% van de ouderen woont thuis, vaak zonder professionele ondersteuning. De Marokkaanse overheid erkent de urgentie van de situatie en werkt aan beleidsmaatregelen om de ouderenzorg te verbeteren: zorginfrastructuur uitbreiden, meer gespecialiseerde zorgverleners opleiden en sociale programma’s ontwikkelen om de veranderende gezinsstructuren op te vangen. Zo richt de overheid samen met weldoeners de eerste woonzorg- of dagcentra op voor wie geen kinderen of geen financiële middelen heeft. Die initiatieven combineren medische zorg met activiteiten, en zijn vaak het resultaat van lokaal pionierswerk – opvallend vaak gedragen door vrouwen.
De nabijheid en menselijkheid in de zorg springen in het oog. In ziekenhuizen blijft een familielid bij de oudere tijdens de opname, als morele steun. In buurthuizen verbinden projecten weeskinderen met ouderen zonder familie om zorgzame netwerken te bouwen. Thuiszorg staat nog in de kinderschoenen, maar geriaters starten met huisbezoeken om zorg aan huis te brengen. Ze bouwen stap voor stap, met de beperkte middelen die voorhanden zijn maar met veel verbondenheid.
Wat kunnen we in Vlaanderen hiermee?
In Vlaanderen en Brussel neemt het aantal ouderen met een migratieachtergrond gestaag toe. Volgens Statbel heeft 6,7% van de 65-plussers in België nu al een buitenlandse herkomst. In steden zoals Antwerpen en Gent ligt dat aandeel vermoedelijk nog hoger, aangezien respectievelijk 33,5% en 22,3% van de totale bevolking er in het buitenland geboren is.
Toch blijven deze mensen vaak onder de radar van het formele zorgaanbod. Ze botsen op drempels zoals taal, culturele gevoeligheden, onbekendheid met het zorgsysteem of terughoudendheid om hulp te vragen buiten de familie. Het bestaande zorgaanbod weet niet altijd raad met hen, en vice versa.
Het zorgmodel van Marokko is sterk verankerd in familie, gemeenschap en menselijke nabijheid. Wat België daaruit kan leren is dat zorg niet begint bij structuren maar bij relaties.
Zorg begint bij nabijheid: elkaar zien, herkennen en erkennen. In Marokko maken kleine, buurtgerichte initiatieven een groot verschil. Dat inspireert om ook hier in te zetten op zorgzame buurten, cultuursensitieve zorg en outreachend werken. Jan Van Wezer, directeur van woonzorgcentrum De Wingerd in Leuven, vat het als volgt samen: ‘Marokko kampt met een gebrek aan professionele competenties, infrastructuur en middelen. Toch slaagt het land erin een zorgmodel te ontwikkelen dat sterk verankerd is in familie, gemeenschap en menselijke nabijheid. Wat België daaruit kan leren, is dat zorg niet begint bij structuren, maar bij relaties – en dat de weg naar zorgzame buurten geen technocratisch project is, maar een herontdekking van wat het betekent om er voor elkaar te zijn.’
Gent investeert in cultuursensitieve zorg
Ook hier groeit de behoefte aan maatwerk. In Gent bijvoorbeeld, waar mensen van meer dan 160 nationaliteiten samenleven. Dat vraagt om zorg die aansluit bij verschillende leefwerelden. Anneke Vanden Bulcke, stafmedewerker digitale inclusie, diversiteit en inclusie bij de LDC-werking van de stad Gent, kan ervan meespreken: ‘Het is niet altijd evident om ouderen met een migratieachtergrond naar ons zorgaanbod te leiden. Hulp vragen buiten de familie ziet men soms als falen, of er is weerstand om niet-familieleden in huis te laten.
Bovendien zijn aandoeningen zoals dementie vaak onbekend, met veel onbegrip tot gevolg. Terwijl het net heel menselijk is om hulp nodig te hebben – zeker bij dementie. In gesprek gaan met de eerste generatie migranten is niet evident. Maar de tweede en derde generatie kinderen – vaak mantelzorgers – zijn vaak de poort tot een gesprek.’
In november 2023 brachten de stad Gent en Compactuna vzw in cultureel centrum De Centrale een diverse groep ouderen en professionals samen om over ouderenzorg te praten. Wat meteen opviel: de meeste deelnemers kenden het zorgaanbod nauwelijks: begrippen als ‘lokaal dienstencentrum’ of ‘kortverblijf’ zeiden hen weinig. ‘Om hier verandering in te brengen nodigden we in juni 2024 Turks en Arabisch sprekende inwoners uit op het stadhuis,’ zegt Anneke Vanden Bulcke.
‘Met fluistertolken lichtten we ons aanbod toe. Maar al snel werd duidelijk dat alleen informatie geven niet volstond. We organiseerden daarom een rondleiding op de site van campus Heiveld. Zo konden de zestig bezoekers het volledige zorgcontinuüm leren kennen – van beginnende ondersteuning tot residentiële zorg. De deelnemers vonden het verrijkend om het aanbod met eigen ogen te zien, wat de drempel voelbaar verlaagde. Natuurlijk stelden de bezoekers nog veel vragen: is het voedsel halal; is er ruimte om te bidden; zal iemand hier Turks spreken als ik mijn ouders breng? We hebben nog niet op alles een antwoord, maar leren elke keer bij en zoeken naar antwoorden.’
Onze opdracht is om er voor ouderen, mantelzorgers en kwetsbare buurtbewoners te zijn. En ouderen met een migratieachtergrond zijn vaak extra kwetsbaar.
Bonding voor bridging
Elke wijk in Gent is anders. In bepaalde wijken is meer dan 50% van de bewoners van buitenlandse herkomst. ‘Het lokaal dienstencentrum moet aansluiten bij de realiteit van de wijk. Die cijfers kunnen we niet negeren, anders wordt het lokaal dienstencentrum irrelevant voor een deel van de Gentenaars,’ vervolgt Anneke Vanden Bulcke. ‘Onze opdracht is om er voor ouderen, mantelzorgers en kwetsbare buurtbewoners te zijn. En ouderen met een migratieachtergrond zijn vaak extra kwetsbaar, blijkt uit onderzoek.
Ze hebben vaak een zwaar beroepsverleden of een lagere sociaaleconomische positie en kampen daardoor soms vroeger met medische klachten. Hun zelfregie is eerder beperkt, onder andere doordat ze de taal niet altijd machtig zijn, waardoor ze afhankelijk zijn van hun kinderen of familie. Daarom hebben we een gevarieerd aanbod van activiteiten om verschillende doelgroepen te kunnen bereiken: Op Stap met Nederlands, intercultureel ontbijt, mantelzorggroepen en samen bewegen.
Veiligheid en vertrouwen binnen de groep zijn doorslaggevend om de verschillende doelgroepen te bereiken. We bouwen relaties op binnen een veilig kader en daarna kunnen we de brug slaan naar andere activiteiten. Eerst “bonding”, dan “bridging”.’ ‘Natuurlijk hebben we iedereen nodig om die doelstelling te bereiken.
Je moet medewerkers meenemen in het verhaal van cultuursensitieve zorg en hen de kans geven om gemeenschappen te leren kennen. Ook onze meer dan 1200 vrijwilligers zijn daarin onmisbaar – aan het onthaal en de bar zijn zij het gezicht van onze dienstencentra, ook onder hen neemt de diversiteit overigens toe. Via onder andere omstaanderstrainingen leiden we hen op. En tot slot: ook bezoekers nemen we mee in dit verhaal. Het is een leerproces voor iedereen, maar we blijven investeren in het opbouwen van vertrouwen en het versterken van netwerken in alle gemeenschappen,’ besluit Anneke Vanden Bulcke. —