Publiek grondbeleid, als verlengstuk van de lokale besturen, is altijd een opdracht voor de streekintercommunales geweest. Ook nu bouwshift en klimaatopwarming zo belangrijk zijn, blijven ze die historische rol spelen.
Publiek grondbeleid kun je omschrijven als het doelgerichte beleid van een overheid om het gebruik van gronden in de gewenste richting te sturen en zo publieke doelen te realiseren. Streekintercommunales doen al sinds de jaren zestig aan publiek grondbeleid om de doelen te realiseren die de gemeenten belangrijk vinden. In die beginperiode speelden ze een sleutelrol in het realiseren van ruimte voor ondernemen en wonen. Door bedrijventerreinen aan te leggen legden ze mee de basis voor de economische groei die Vlaanderen welvaart heeft gebracht, en via een gericht woonaanbod stelden ze gemeenten in staat betaalbaar en sociaal wonen binnen ieders bereik te brengen.
Anno 2025 blijven de streekintercommunales die historische taak voortzetten, zij het in een totaal andere context. Onderzoek van Peter Lacoere heeft aangetoond dat het ruimtebeslag in Vlaanderen tussen 1975 en 2000 2,5 keer sneller is gegroeid dan de bevolking. Het ruimtebeslag in Vlaanderen ligt zes keer hoger dan het Europese gemiddelde. Met de bouwshift wil Vlaanderen daar iets aan doen: tegen 2040 mag er geen nieuwe open ruimte meer worden aangesneden. Het ruimtelijk rendement binnen het bestaande ruimtebeslag moet dus fors omhoog. Om de gevolgen van de klimaatverandering te beperken moeten we bovendien ontharden en werk maken van groen-blauwe dooradering – als we groen en water in projecten integreren, dragen we bij aan de biodiversiteit en de klimaatadaptatie.
Ruimtebeslag compenseren en verminderen
De streekintercommunales houden daar allemaal rekening mee. Dat kan er bijvoorbeeld toe leiden dat ruimtebeslag wordt gecompenseerd door te slopen en te ontharden. Zo kocht Leiedal in Avelgem gronden van een vroeger textielbedrijf om er – op vraag van en in samenspraak met de gemeente – een blauw-groene zone te creëren, als natuurlijke verbinding met de oude Scheldearm. En zodra de resterende activiteit op de site is uitgedoofd, worden alle gebouwen gesloopt en wordt het terrein onthard en aan de natuur teruggegeven.
Andere strategieën willen extra ruimtebeslag voorkomen en verminderen. Compacter bouwen, werk maken van inbreiding en slimme verdichting en zo de kernen versterken, op maat van hun draagkracht. Oudere verkavelingen revitaliseren en verdichten met extra wooneenheden zonder extra open ruimte aan te snijden. Locaties met potentieel nieuw leven inblazen. Een oud schooltje, een in onbruik geraakte loods, een vervallen fabrieksgebouw – veel gemeenten grijpen zulke sites aan om meerwaarde voor de gemeenschap te creëren. Dat streekintercommunales de gemeenten erg goed kennen, helpt om kansen en moeilijkheden scherp in het vizier te krijgen en in nauwe samenwerking breed gedragen ambities uit te werken. Een intelligente wooninvulling wordt bijvoorbeeld verweven met kleinschalige ambachtelijke activiteiten en publieke functies zoals een bibliotheek of een ontmoetingsruimte, maar ook met blauw-groene aders en connecties met de omgeving – trage assen, aangename doorgangen voor voetgangers en fietsers enzovoort.
De schepen: Robrecht Bothuyne van Kruisem
‘Lokale besturen staan mee aan het roer van economische ontwikkeling, maar kunnen dat niet alleen. Onze streekintercommunale (Veneco, red.) speelt een sleutelrol in het publiek grondbeleid, de reconversie van verouderde terreinen en het vrijwaren van ruimte voor economische ontwikkeling en tewerkstelling. Zo kunnen we als regio strategisch schakelen, van de verwerving van gronden tot de ontwikkeling van toekomstgerichte gemeentegrensoverschrijdende bedrijventerreinen zoals Zaubeek en Prijkels. Dat laatste overstijgt de schaal en capaciteit van een gemeente, vraagt bovenlokale afspraken en vereist vergunningen die in een almaar complexere wetgevende context moeten worden verkregen.’
‘Met projecten zoals Zaubeek en Prijkels bouwen we met Veneco aan de bedrijfseconomische ruggengraat van Oost-Vlaanderen – van grondverwerving tot planning, ontwikkeling en beheer. Zo creëren we ruimte voor ondernemerschap en voor duurzame lokale en regionale tewerkstelling.
Functies verweven
De geslaagde voorbeelden zijn legio. Op de site van de voormalige gemeenteschool en het oude gemeentehuis in Melle realiseert Veneco een kernversterkend woonproject dat de erfgoedwaarde in stand houdt. Vergroening en ontharding staan er voorop, naast een betaalbaar woonprogramma. In Eke tovert Veneco dan weer een beschermd klooster met kapel om tot een levendige plek die verschillende functies verweeft: studio’s voor personen met een handicap, kinderopvang en kantoorruimte.
Pal in het hart van Kortrijk realiseert Leiedal een multifunctioneel, kernversterkend en duurzaam stadsproject, waar wonen, ondernemen en andere stedelijke functies slim met elkaar worden verweven. Een gelijkaardig voorbeeld vinden we bij de Paterssite in Sint-Niklaas. Dit woonproject van Interwaas is gericht op duurzaam en ontzorgd wonen in een stedelijk gebied nabij het station. De Paterskerk zelf werd gerenoveerd en staat nu ten dienste van het gemeenschapsleven. Met een mix van sociaal en coöperatief wonen wordt antwoord geboden op de snelle bevolkingsgroei, het tekort aan betaalbare en goede woningen en de veranderende gezinssamenstelling.
WVI realiseerde in Zuienkerke een kernversterkend woonproject in leegstaande handelspanden en hielp in Kortemark een verlaten brouwerij omvormen tot een ruimte voor wonen, handel en publieke voorzieningen. WVI verkent ook innovatieve woonoplossingen op maat van diverse doelgroepen, zoals coöperatief wonen en cohousing. Vaak zijn die ruimtezuiniger en energie-efficiënter. Zo begeleidt WVI in Aartrijke (Zedelgem) een proefproject voor coöperatief wonen op de site van een voormalig sociaal huis, op maat van de dorpskern.