In het kader van het Plan Samenleven krijgt Sint-Niklaas subsidies om aan de slag te gaan met impactgericht werken en expertise op te bouwen wat betreft het gebruik van een zogenaamde sociale-impactobligatie om tot nieuw beleid te komen. Er werd een overheidsopdracht uitgeschreven voor de aanstelling van een externe partner, en dat werd AP Hogeschool. We polsen bij de partners naar hun inzichten over impactgericht werken in sociaal werk, en hoe ermee te beginnen.
Impactgericht werken? Sommige professionals in sociaal werk zijn vertrouwd met het begrip, bij anderen doet het nog niet meteen een belletje rinkelen. ‘Impactgericht werken betekent dat je systematisch nagaat of je interventie bijdraagt aan het doel dat je voor ogen hebt,’ legt Pieter Cools uit. Hij is onderzoekscoördinator van Stadskracht bij AP Hogeschool en docent aan de Master Sociaal Werk van de Universiteit Antwerpen. Hij begeleidt het project in Sint-Niklaas mee. ‘Je kijkt dus niet alleen naar wat je doet, maar vooral naar waaróm je iets doet en wat je ermee wilt bereiken.
Nu is dat in het sociaal werk extra uitdagend, omdat de oorzaak-gevolgrelatie vaak complex is. Sociaal beleid houdt zich immers bezig met complexe maatschappelijke uitdagingen zoals armoede, integratie en onderbescherming. Oplossingen zijn niet enkel op het lokale niveau te vinden, en de doelgroep wordt geconfronteerd met allerlei maatschappelijke uitdagingen. Zo komt het dat er vaak veel afstand zit tussen de stappen die je neemt – de acties die je opzet – en het uiteindelijke doel dat je wilt bereiken.
Zet je als lokaal bestuur bijvoorbeeld in op gezonde voeding op school? Dan is het moeilijk om een direct lineair verband vast te stellen met een betere gezondheid op latere leeftijd. Hetzelfde geldt bijvoorbeeld voor de link tussen betrokkenheid van ouders in het lager onderwijs enerzijds, en al dan niet verder studeren in het hoger onderwijs.’
Hoe definiëren we ‘impact’ dan? ‘Als sociale veranderingen op korte en langere termijn die mee het gevolg zijn van praktijken in sociaal werk,’ zo stelt Pieter Cools voor. ‘Deze effecten kunnen positief of negatief zijn, bedoeld of onbedoeld, direct of indirect, en treden op tijdens of na de concrete interventie van de sociaal werker.’
Ook beginnen met impactgericht werken?
- Pas een nieuwe werkwijze niet ineens voor alle nieuwe acties toe, maar kies er iets uit om te leren werken met de methodiek.
- Start met de juiste vragen, bijvoorbeeld: Wat moet de interventie op korte en lange termijn teweegbrengen? Wat zorgt er (mee) voor dat de interventie lukt? Welke randvoorwaarden moeten gerealiseerd zijn? Hoe observeren en registreren we welke effecten gerealiseerd worden? Welke stakeholders zijn relevant om mee aan te spreken (bijvoorbeeld ook gebruikers)?
- Creëer ruimte om samen na te denken. Geef je impacttraject vorm samen met betrokkenen, relevante stakeholders (cocreatie).
- En onthoud: impactgericht werken is geen exacte wetenschap, maar een hulpmiddel om met meer richting en vertrouwen sociaal beleid te voeren
Impactmeting als proces
Hoe die veranderingen of effecten tot stand komen, is complex en vaak moeilijk te meten. Wel kun je tussentijdse realisaties in kaart brengen. ‘In onze impactgerichte benadering vertrekken we van een programmatheorie of meer specifiek een veranderingstheorie,’ zegt Pieter Cools. ‘Die dient om te reflecteren en om keuzes te onderbouwen. Hoe wil je de gewenste impact realiseren? Wat zijn de belangrijkste stappen om verandering te verwezenlijken?
Welke mechanismen en randvoorwaarden spelen er mee? Als je dit eenmaal helder hebt, wil je met gepaste data toetsen of het echt wel zo werkt en waarom – of waarom niet. En data zijn zeker niet enkel kwantitiatief in deze context. Dat kunnen evengoed kwalitatieve gegevens zijn, zoals ervaringen van de gebruiker of doelgroep.’ Sara Van den Bossche, adviseur armoede en subsidiebeleid bij stad en OCMW Sint-Niklaas, pikt hierop in: ‘Voor mij gaat het vooral om leren en bijsturen. In Sint-Niklaas passen we deze benadering samen met AP Hogeschool toe op een project in verband met schooluitval bij jongeren. Wanneer je op voorhand het pad uittekent, samen met scholen en andere partners, helpt dat om tot een gedeelde ambitie te komen, wat ieders betrokkenheid verhoogt. Dat kan de onderlinge samenwerking alleen maar versterken.’
Beide gesprekspartners benadrukken dat we ‘impactmeting’ in deze context niet als een controle-instrument, maar als een leerproces moeten zien. ‘Impactgericht werken wordt soms ingeschakeld in een beheerslogica,’ weet Pieter Cools. ‘Opdrachtgevers willen resultaten zien. Dat is een extra reden om bepaalde gegevens bij te houden. Maar het eigenaarschap zou bij de sociale professionals moeten liggen. Het zou om reflectie moeten gaan, niet om afrekening. De complexe oorzaak-gevolgrelatie in sociaal beleid laat immers niet toe één op één conclusies te trekken.
Maar dat wil niet zeggen dat je daarom helemaal niets kunt monitoren of evalueren.’ Sara Van den Bossche knikt en vult aan: ‘Uit de data die je verzamelt, moet je conclusies kunnen (en durven) trekken over de effectiviteit van de inzet van tijd en middelen: welke acties hebben de meeste impact? Dit is een kader waarbinnen dat kan. De aandacht gaat niet enkel naar resultaten maar ook naar de achterliggende mechanismen en contextuele randvoorwaarden.’
“Wanneer je op voorhand het pad uittekent, samen met de betrokkenen en andere partners, helpt dat om tot een gedeelde ambitie te komen, wat ieders betrokkenheid verhoogt. Dat kan de onderlinge samenwerking alleen maar versterken.
Sara Van den Bossche
Impact als aandachtspunt in sociaal beleid
Samengevat vertrekt impactgericht werken vanuit het denkkader van een veranderingstheorie om tot een bepaalde evaluatie te kunnen komen. Maar het is zeker niet bedoeld als gestandaardiseerde ‘meetbaarheidsdwangbuis’ voor sociaal werk. ‘Sociaal werk blijft altijd in zekere mate onvoorspelbaar en wat je moet doen hangt af van je doelen als organisatie, maar ook van wie je voor je hebt,’ aldus Pieter Cools. ‘In sommige praktijken is die professionele ruimte om in te spelen op onverwachte dynamieken groter dan bij afgelijnde opdrachten en procedures.’
De gepaste aanpak voor impactevaluatie hangt sterk af van het type interventie en de mate waarin die interventie nieuw is of haar nut al heeft bewezen. Een duidelijk afgebakende aanpak met een helder methodisch kader leent zich meer tot impactevaluatie met op voorhand bepaalde indicatoren, terwijl een meer experimentele of interactieve aanpak nood heeft aan een meer open en ontplooiend kader.
‘Het komt erop neer dat je een visie installeert die helpt om te monitoren en evalueren,’ voegt Pieter Cools nog toe. ‘Daarbij denk je na over welke indicatoren zinvol kunnen zijn. Je begint met reflecteren over de vraag of wat je doet en hoe je dat doet, ook effectief bijdraagt tot je hogere doelstellingen. En in dat kader ga je bepaalde gegevens bijhouden die je helpen na te gaan of je goed bezig bent of niet. Sociaal werk is geen exacte wetenschap, maar dit kader helpt toch om complexe zaken te analyseren zonder aan de eigenheid van de praktijk van het sociaal werk te raken. Sociaal werkers en beleidsmedewerkers zullen hiermee beter kunnen uitleggen welke veranderingen ze met hun acties teweegbrengen, of waarom die resultaten uitblijven.’
Maar hoe zet je de reflectie en cultuuromslag in je organisatie in gang? Sara Van den Bossche: ‘Een even eenvoudig als effectief richtsnoer om als social professional impactgericht aan de slag te gaan kan een korte set van laagdrempelige vragen zijn die je voor elk sociaal project kunt stellen. Op basis van wat Pieter al zei, denk ik aan vragen als: Wat moet de interventie die we plannen, teweegbrengen op korte en lange termijn? Wat draagt ertoe bij dat de interventie lukt, aan welke randvoorwaarden moet er voldaan zijn?
Hoe observeren en registreren we de effecten van de interventie? Welke stakeholders zijn relevant om bij deze opdracht te betrekken? Daar kunnen ook de gebruikers bij zitten. De vragen die je stelt of de logica die je gebruikt, kun je op de langere termijn uiteraard evalueren en bijsturen.’ Werken met uitkomstindicatoren mag dan een waardevol onderdeel zijn van een zinvolle impactevaluatie, het is op zich onvoldoende om tot een gedegen inzicht en evaluatie te komen. Het is een nuance die Pieter Cools benadrukt wil zien. ‘Indicatoren belichten een deel van de realiteit en gaan over een momentopname,’ zegt hij. ‘Voor veel initiatieven die mensen activeren naar werk, zal bijvoorbeeld de indicator “persoon heeft gewerkt” belangrijk zijn, via de zogenaamde Dimona-aangifte. Wat die indicator dan weer niet toont, is hoelang iemand aan het werk was, hoe hij of zij het werk heeft ervaren, of welke factor doorslaggevend was om met een job te starten.
Bovendien kan de persoon die binnen een bedoelde periode niet aan het werk ging, andere waardevolle stappen hebben gezet zoals starten met een opleiding of met een traject om andere drempels naar de arbeidsmarkt weg te werken. Hoe uitgebreid je indicatorenset ook is, cijfers op zich zullen nooit voldoende zijn om het initiatief en zijn uitkomsten naar waarde te schatten. Door de cijfers samen met diverse stakeholders te bespreken en te begrijpen wat erachter zit, kom je dichter tot een gedegen evaluatie.’
“Sociaal werk is geen exacte wetenschap, maar dit kader helpt toch om complexe zaken te analyseren zonder aan de eigenheid van de praktijk van het sociaal werk te raken.
Pieter Cools
Tips en takeaways
Verandering komt niet vanzelf. Het vraagt tijd, overtuiging en ruimte binnen de organisatie om de stap naar impactgericht werken te zetten. ‘Opgenomen in een breder kader wordt het een soort minimale verplichting, anders blijft het te vrijblijvend,’ zegt Sara Van den Bossche. ‘Laat het niet stoppen na een vorming. Verduurzaming vraagt interne gedragenheid en een “trekker”. Tussen de vormingen door bleek het bijvoorbeeld zinvol om in kleine groepjes met de oefeningen aan de slag te gaan, en samen met enkele collega’s een case te bespreken. Dit soort oefensessies in groep blijven doen zal nodig zijn om de methodieken effectief te leren toepassen.’
Ook wanneer de middelen beperkt zijn, kunnen lokale besturen hiermee starten. ‘Begin klein,’ raadt Pieter Cools aan. ‘Zoek een nieuw project of een thema waar nog ruimte is voor verkenning. Werk samen met je team aan een programmatheorie en bouw voort op de basisvragen: welke verandering willen we, welk effect verwachten we van een interventie, wat zijn de randvoorwaarden, en hoe kunnen we de effecten observeren? Het vraagt ook een beetje een cultuur om effecten in kaart te brengen, en er is wat tijd nodig om die cultuur te installeren.’
Helemaal in het begin, en zeker voor grotere processen, is ondersteuning of begeleiding van iemand met kennis van zaken wel heel nuttig. Sint-Niklaas werkte samen met AP Hogeschool en voorziet ook in een digitaal leerplatform voor medewerkers. ‘Toch begint het bij de reflex: Waarom doen we wat we doen?’ zegt Sara Van den Bossche. ‘Die vraag moeten we ons vaker stellen. Het kost tijd, maar de winst zit in gerichter werken én sterkere verhalen voor beleid en praktijk.’ Pieter Cools: ‘Onze werkwijze maakt het mogelijk doelen te expliciteren, interventies te monitoren en uitkomsten te capteren.
Wat je onderweg leert, is minstens zo waardevol als het eindresultaat. Denk niet alleen in termen van succes, maar ook: wat werkte er níét, en waarom? Durf bijsturen. Net dat helpt sociaal werk vooruit.’ Hij voegt er nog een bedenking aan toe: ‘Dat alles meetbaar moet zijn, is overdreven. Politici en managers eisen wat dat betreft vaak te veel. Sociaal werk mag kritisch onder de loep genomen worden, maar het heeft ook nood aan ruimte en vertrouwen. Hoe we geldschieters en overheden kunnen overtuigen, blijft niettemin een relevante vraag om in het achterhoofd te houden.’ —
Auteur
Foto
- Layla Aerts
Heb je een vraag over de inhoud van dit artikel?
Contacteer onsUp to date blijven?
Blijf op de hoogte van het belangrijkste nieuws voor en door lokale besturen. Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief.
InschrijvenNieuws
-
Nieuws
50 jaar OCMW-wet: ons eerbetoon aan OCMW's en maatschappelijk werkers
Lokaal sociaal beleidMaatschappelijke dienstverleningArmoedeWerk, sociale economie en activering -
Standpunt
VVSG vraagt haalbare GPMI-hervorming met voldoende financiering en voorbereidingstijd
Maatschappelijke dienstverleningLokaal sociaal beleid -
Nieuws
Meer energieafsluitingen zetten lokale aanpak energiearmoede onder druk
ArmoedeEnergie en klimaatLokaal sociaal beleid