De leidend ambtenaar van het Departement Omgeving kan beslissen beroep aan te tekenen tegen omgevingsvergunningen die het college van burgemeester en schepenen of de deputatie heeft afgeleverd. Al vormen deze beroepen maar een gering deel van het grote aantal jaarlijks afgeleverde beslissingen, het aantal beroepen tegen vergunningen in watergevoelig gebied neemt wel toe. Met deze bijdrage wil het departement de omgang met zulke dossiers toelichten en de besturen oproepen de watertoets in risicovolle gebieden grondig uit te voeren.
Bouwen in een overstromingsgevoelig gebied impliceert risico’s. Toch doen we dit in Vlaanderen nog te veel en te vaak, zonder ons bewust te zijn van deze risico’s of gepaste maatregelen te nemen. In veel dossiers is de watertoets de achilleshiel. De vergunningverlenende overheid kan een heel gamma aan maatregelen opleggen om de vergunningsaanvraag te verzoenen met het principe dat ruimte moet worden gegeven aan water. In uitzonderlijke gevallen kan de conclusie van de watertoets ertoe leiden dat de aanvraag moet worden geweigerd.
De voorbije jaren tekende het departement ongeveer 400 keer beroep aan tegen vergunningen afgeleverd in watergevoelig gebied. (Om dit enigszins in perspectief te plaatsen: van de 4319 watertoets-gerelateerde aanvraagdossiers in het voorbije jaar gaven er 243 aanleiding tot een beroep van de leidend ambtenaar; lang niet alle beroepen leiden ook tot een weigering van de aanvraag.) Daarmee proberen we zowel de lokale besturen als de aanvragers te wijzen op de risico’s van bouwen in watergevoelig gebied. De beroepen worden vaak ingesteld als blijkt dat het overstromingsrisico onvoldoende wordt ingeschat, als de aanvraag geen elementen omvat om overstromingsveilig te bouwen of als er ruimte voor water wordt ingenomen op plaatsen waar dit niet wenselijk is. Een goede watertoets is dan essentieel. In de meeste beroepsdossiers wordt toch nog een vergunning afgeleverd op basis van een betere watertoets, soms met een aanpassing van de initiële plannen.
De standaardparagraaf
Met de watertoets wordt onderzocht of de aanvraag een schadelijk effect veroorzaakt op het watersysteem. In de eerste plaats wordt bekeken of de aanvraag verenigbaar is met de hemelwaterverordening. Daarnaast worden ook de overstromingsrisico’s in kaart gebracht en moeten elementen zoals verdroging, structuurkwaliteit van waterlopen, waterbeleving, klimaatwijziging, impact op waterkwaliteit onderzocht worden.
In de meeste vergunningen volstaat een standaardparagraaf voor de watertoets. Die bevat een situering van het perceel op de watertoetskaarten en een beperkte controle van de aanvraag op mogelijke nadelige effecten op het watersysteem waarin vaak ook de hemelwaterverordening vermeld wordt. Als een aanvraag voldoet aan de bepalingen van de hemelwaterverordening, wordt meestal besloten tot een positieve water toets. Maar in sommige risicovolle gebieden volstaat dit summiere nazicht niet.
De hemelwaterverordening werkt volgens ‘de ladder van Lansink’. Deze geeft aan welke maatregelen te verkiezen zijn bij de verwerking van hemelwater. Zo moet het in de eerste plaats maximaal worden opvangen voor hergebruik (via een regenwaterput), waarna de cascade zich voortzet via infiltratie op het eigen terrein, bufferen met vertraagd lozen op het oppervlaktewater of een kunstmatige afvoerweg voor regenwater, lozen in de regenwaterafvoerleiding (RWA) van de straat tot lozen op de openbare riolering als laatste optie.
Deze ladder van Lansink kent echter zijn beperkingen. Zo maakt ze onvoldoende onderscheid tussen de droogte- en overstromingsuitdagingen en is het effect van hitte een nobele onbekende. Zo kunnen er vragen gesteld worden bij de hemelwaterput als eerste trap van de ladder, aangezien hemelwaterputten alleen werken als droge en natte periodes elkaar snel afwisselen, terwijl klimaatverandering net heel lange natte en droge periodes met zich meebrengt. De combinatie met infiltratievoorzieningen en collectieve of grootschalige buffers is in dezen dan ook meer aangewezen.
Reactie van Joris Gaens, burgemeester gemeente Voeren
‘In Voeren staan veel oude woningen, ook in de natte valleien. Soms staan die er al honderden jaren. Hele dorpen werden destijds in de vallei gebouwd. De extreme regenval van 17 mei 2024 heeft op diverse plekken in onze gemeente zware overlast en schade veroorzaakt. Ook in en rond die woningen. Toch vinden we dat eigenaars van die woningen de kans moeten blijven krijgen om hun woning te onderhouden en te verbeteren. Iets anders is nieuwbouw. Als door de bouw van zo’n woning waterhinder ter plekke of elders kan ontstaan, dan weigeren we de aanvraag. Ruimte geven aan water is een goed principe. De gemeente kocht recent nog een bouwgrond op, waar nu een burgerinitiatief op wordt gerealiseerd. Het huis ernaast is door de VMM aangekocht.’
‘Het sectorale wateradvies van de Vlaamse overheid is waardevol. Ik pleit er wel voor dat ze contact opneemt met de gemeente voordat ze in beroep gaat tegen een vergunningsbeslissing van het college. Dat kan misverstanden uit de wereld helpen en een daadwerkelijk beroep en dus ongemakken voor de aanvrager voorkomen. Een voorbeeld. In Voeren is er maar één huisarts. Voor ons is het bijna letterlijk van levensbelang dat die blijft. Als een uitbreiding van zijn praktijk een negatieve impact op de waterhuishouding heeft, moeten we dat afwegen tegen het risico van zijn vertrek. Als college moeten we dus met meer dan alléén het risico op overstromingen rekening houden. De Vlaamse adviesinstanties moeten dat in overweging nemen, bij hun advisering én alvorens ze beslissen in beroep te gaan tegen het niet volgen van het advies.’
Hoewel in vele dossiers kan worden volstaan met voormelde cascade en check aan de hemelwaterverordening, is het belangrijk te benadrukken dat de watertoets veel meer is dan de puntjes uit deze verordening afvinken. Een uitvoeriger watertoets is nodig, zodra een perceel in watergevoelig gebied gelegen is.
De uitvoerige watertoets
Een goed uitgevoerde watertoets omvat minstens volgende elementen: de verenigbaarheid van de aanvraag met het watersysteem; als er zich een schadelijk effect kan voordoen, de beschrijving van de mogelijk schadelijke effecten, de gepaste voorwaarden en maatregelen om deze te voorkomen, te beperken, te herstellen of te compenseren; een afstemming met de doelstellingen en beginselen van het decreet integraal waterbeleid; een situering op de watertoetskaarten.
In overstromingsgevoelig gebied mag geen ruimte voor water worden ingenomen. Een blik in het straatbeeld van zulk gebied toont echter dat terreinophogingen legio zijn. In overstromingsgevoelig gebied is dat ontoelaatbaar. Er zijn andere maatregelen voorhanden om overstromingsveilig te bouwen. Daarbij moet er steeds ruimte voor water worden gegarandeerd in combinatie met een overstromingsveilige woning.
Volgende (niet-limitatieve) voorwaarden beschouwt het departement als aanvaardbaar in watergevoelig gebied: de aanleg van een overstroombare kruipkelder, het vloerpeil van de woning op een overstromingsveilige hoogte, het aanbrengen van funderingszuilen of bouwen op palen in plaats van funderingszolen of het voorzien in terugslagkleppen in de riolering.
De voorwaarden die door een wateradviesinstantie worden opgelegd, moeten voldoende nauwkeurig zijn, in verhouding staan tot het vergunde project en kunnen worden verwezenlijkt door toedoen van de aanvrager, bouwheer, gebruiker of exploitant. De vergunningverlenende overheid moet erover waken dat de plannen in overeenstemming blijven met de opgelegde voorwaarden. In sommige gevallen zal een aanpassing van de plannen, en dus een wijzigingsverzoek, nodig zijn.
Reactie van Jan Van Den Eeckhout, afdelingshoofd Omgeving gemeente Ternat
‘De watertoets is behoorlijk ingewikkeld, vooral bij verbouwdossiers. Dan is de berekening of de aanvraag de watertoets doorstaat complex en moeten we er als gemeente veel tijd insteken. Architecten zijn niet altijd vertrouwd met de regelgeving. Ze leveren soms foute dossiers aan, waardoor een aanvraag vertraging oploopt. Ik mis ook een afstromingskaart, een kaart die duidelijk maakt in welke richting het water afvloeit.’
‘Met een relatief kleine omgevingsdienst moeten wij veel vergunningsaanvragen behandelen. Het is dan goed dat wij kunnen vertrouwen op de deskundige adviezen van de VMM of de waterloopbeheerder. Helaas worden dat steeds meer standaardadviezen. Daar zien wij het nut niet altijd van in. Een op maat gemaakt advies zou veel nuttiger zijn voor de gemeente. Het persoonlijke contact wordt door de jaren ook minder. Even snel overleggen over hoe een regel moet worden toegepast is er zo niet meer bij. Jammer. De Vlaamse administratie zou er goed aan doen regelmatig de bestaande regelgeving te herhalen, om het geheugen op te frissen, nieuwe medewerkers te ondersteunen en het persoonlijk contact tussen de ambtenaren te herstellen.’
‘Zélf milderende maatregelen opleggen, zoals het wegnemen van een kelder, is voor een gemeente niet evident. Eigenlijk moeten we dan het dossier weigeren of een administratieve wijzigingslus toepassen (na een aangepaste aanvraag). Sowieso veroorzaakt dat veel gedoe en vertraging en is dat met de huidige termijnen niet altijd haalbaar. Dat vermijden we maximaal door in te zetten op vooroverleg.’
‘Het draagvlak bij de bevolking voor maatregelen tegen droogte of wateroverlast neemt toe. Maar er zijn grenzen. Zo wordt er nog altijd te veel verhard. In kleine tuinen een bovengrondse wadi verplichten is zelden een goede oplossing. Een ondergrondse wadi lijkt dan beter. Ook op industriële sites is een bovengrondse wadi niet altijd een evidentie. En een burger begrijpt ook niet dat hij niet mag bouwen op een perceel dat als bouwgrond staat ingekleurd.’
Gemeente als bewaker van het watersysteem
Het is nu duidelijk dat de watertoets in een heel gamma aan maatregelen voorziet die genomen kunnen worden om de vergunningsaanvraag verenigbaar te maken met het aanwezige watersysteem. Met de watertoets worden de effecten van de aangevraagde werken op het fysisch watersysteem in de directe en ruimere omgeving onderzocht. Indien blijkt dat schadelijke effecten op dit watersysteem te verwachten zijn, moeten herstel- of compenserende maatregelen genomen worden, of planaanpassingen of voorwaarden worden opgelegd. Als deze maatregelen niet voldoende zijn, moet de vergunning worden geweigerd.
Met een correct uitgevoerde watertoets wordt de aanvrager gewezen op de mogelijke risico’s die bestaan op het perceel waarop de aanvraag betrekking heeft. Het lokale bestuur is bij zijn beoordeling van de watertoets niet enkel de bewaker van het watersysteem, het stelt zich ook ten dienste van de aanvrager. Die is immers, met de juiste maatregelen, zeker van droge voeten in de toekomst. —
Auteurs
-
TomVan RensbergenCoördinator proces beroepen instellen Departement Omgeving
-
KatrienWillemsCoördinator proces beroepen instellen Departement Omgeving
Fotograaf
- Fluvius
Heb je een vraag over de inhoud van dit artikel?
Contacteer onsUp to date blijven?
Blijf op de hoogte van het belangrijkste nieuws voor en door lokale besturen. Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief.
InschrijvenNieuws
-
Nieuws
Streep door nieuwe erkenningsregels aannemers: Raad van State fluit wijziging terug
FinanciënOpenbare werken en wegenbeheer -
Standpunt
Beleidsplan Ruimte Vlaanderen: meer duidelijkheid nodig over financiële impact
Ruimtelijke ordeningWonenEconomieOpenbare werken en wegenbeheerMobiliteit -
Standpunt
Rechtszeker vergunnen: zaak van overheid én aanvrager
EconomieRuimtelijke ordeningWonenOpenbare werken en wegenbeheer