De laatste spurt naar lokaal beleid voor buitenschoolse opvang
Op 1 januari 2026 is het zover. Dan loopt de overgangsperiode van het decreet buitenschoolse opvang en activiteiten (BOA) af. Lokale besturen nemen op dat moment de financiering van het buitenschoolse opvangaanbod over van Opgroeien.
Lokale besturen beginnen niet van nul, als ze hun BOA-beleid uittekenen. Vaak is er al een aanbod in de gemeente. Denk aan bijvoorbeeld de schoolopvang, de buitenschoolse opvang (kleuteropvang met kwaliteitslabel), speelpleinwerking en zomerkampen. De voorbije jaren bereidden de lokale besturen zich al voor op de toekomst. Samen met de kinderen, ouders en lokale partners zoals scholen en verenigingen dachten ze na over het opvanglandschap van de toekomst. Wat hebben ouders en kinderen nodig? Hoe zorgen we ervoor dat het aanbod van goede kwaliteit en voldoende is? Het BOA-beleid is het geheel van doelstellingen en acties dat daarop een antwoord geeft.
In 2025 gaan lokale besturen door met die lokale beleidsontwikkeling. Ze bedden de acties voor buitenschoolse opvang en activiteiten in de strategische meerjarenplanning in. Een degelijk buitenschools BOA-aanbod is op termijn het sluitstuk van die beleidsontwikkeling. De weg ernaartoe verloopt in stappen.
Vertrek van de omgevingsanalyse
De lokale beleidsontwikkeling start met een goed beeld van de bestaande situatie. Welk aanbod is er al? Welke opvang hebben kinderen en gezinnen in onze gemeente nodig? Waar lopen de partners in het opvanglandschap tegenaan? Een goede omgevingsanalyse geeft je inzicht in de sterke en zwakke punten van de situatie van vandaag.
Op basis van die analyse denk je na over de toekomst. Samen met kinderen, ouders en partners schets je een beeld van de gewenste toekomstige situatie. Waar dromen kinderen van? Wat hebben ouders nodig om hun werk te combineren met hun gezin? Misschien zijn ze heel tevreden over het aanbod van vandaag, maar misschien missen ze bepaalde dingen, bijvoorbeeld kampen voor kleuters in de zomervakantie, een duidelijk overzicht van het volledige opvangaanbod of ruimere openingsuren van de naschoolse opvang. Dat schetst een beeld van het BOA-landschap van de toekomst.
Teken het beleid uit
Daarna teken je beleid uit om van de huidige situatie naar het gewenste toekomstbeeld te evolueren. Je neemt beslissingen over een aantal doorslaggevende elementen uit het werkveld. Die elementen komen samen in een beleidsmodel (zie figuur boven). De beslissingen neem je niet in een vacuüm. De verschillende elementen staan niet los van elkaar. Denk eraan dat een beslissing over één element ook de andere elementen beïnvloedt. Een voorbeeld. Beslis je de buitenschoolse opvang enkel na schooltijd te organiseren (‘aanbod’), dan leidt dat ertoe dat kinderen van ouders die ’s morgensvroeg opvang nodig hebben, er niet meer te recht kunnen (‘doelgroep’). Bij beleidsontwikkeling is de vraag constant: als we de ene bouwsteen bewegen, is het volledige systeem dan nog in evenwicht of stort het in elkaar? En hoe creëren we een dynamisch evenwicht tussen de verschillende elementen?
Beleidsbeslissingen neem je niet in een vacuüm. Een beslissing over één element beïnvloedt ook de andere elementen.
Hou rekening met alle factoren
Een eerste vraag die je je moet stellen is: voor wie organiseer je het BOA-aanbod in je gemeente? De potentiële doelgroep is afhankelijk van de samenstelling van de bevolking: veel of weinig gezinnen met jonge kinderen, kinderen van buurgemeenten die schoollopen in de gemeente, veel of net weinig kleuters. De effectieve doelgroep baken je af door je beleidsbeslissingen. Zo kun je bijvoorbeeld voorrang geven aan kinderen die in de gemeente zelf naar school gaan of er wonen, of een aanbod organiseren voor kinderen met een specifieke zorgbehoefte.
Dat brengt ons bij punt twee: het aanbod. Welke opvang en activiteiten wil je in de gemeente? Op welke momenten? En hoe zijn de verschillende activiteiten op elkaar afgestemd? Kleuteropvang met kwaliteitslabel enkel voor kleuters, een speel- en leeraanbod voor lagereschoolkinderen, huiswerkbegeleiding, naadloos van school naar de kunstacademie enzovoort.
Er bewegen zich ook verschillende initiatiefnemers in het opvanglandschap. Wie organiseert opvang en activiteiten in de gemeente? Organiseren jullie als lokaal bestuur zelf een deel van het aanbod? Bijvoorbeeld via de gemeentelijke buitenschoolse opvang, maar ook via de speelpleinwerking en de sportkampen van de sportdienst in de zomervakantie? Daarnaast zijn er veel andere organisatoren: jeugd- en sportverenigingen, scholen en private opvangpartners, om maar de belangrijkste te noemen. Met je BOA-beleid beïnvloed je welke actoren een plaats krijgen in het BOA-landschap. Wat doe je zelf en met wie werk je samen? Denk na hoe je verschillende initiatiefnemers stimuleert en ondersteunt om samen met het lokale bestuur aan een goed lokaal BOA-aanbod te werken.
…ook de niet-inhoudelijke
Naast deze inhoudelijke zijn er belangrijke niet-inhoudelijke factoren waarover je moet nadenken: prijs, distributie en communicatie.
Je maakt beleidskeuzes die de prijs van het aanbod beïnvloeden. Verwacht je dat alle initiatiefnemers dezelfde prijs aanrekenen aan ouders? Of laat je elke organisator vrij om zelf de prijs te bepalen? De prijs beïnvloedt op zijn beurt de toegankelijkheid van het aanbod, vooral voor kinderen uit financieel kwetsbare gezinnen. Een koppeling van de naschoolse activiteiten aan de Uitpas en een sociaal tarief in de kleuteropvang zijn twee mogelijke beleidskeuzes.
De locaties waar opvang en activiteiten plaatsvinden en de momenten waarop kinderen er terecht kunnen, dat is de distributie van het aanbod. Keuzes in de distributie beïnvloeden de bereikbaarheid van het aanbod. Je kunt bijvoorbeeld opvang organiseren in de verschillende schoolgebouwen in de gemeente (decentralisering) om verplaatsingen te beperken. Of omgekeerd kun je opvang op een centrale plek aanbieden om efficiëntiewinsten te realiseren.
Gezinnen moeten het BOA-aanbod in de gemeente kennen. Ze hebben informatie nodig. Communicatie heeft alles te maken met de bekendheid en de begrijpelijkheid van het aanbod voor de gezinnen. Er zijn veel opties: een overzichtelijke gemeenschappelijke webpagina met alle opvang en activiteiten in de gemeente, een vakantiekalender met het BOA-zomeraanbod, een centraal aanspreekpunt dat ouders wegwijs maakt en vragen beantwoordt over het BOA-aanbod.
Een beleid kan tot slot niet zonder aansturing. Het lokale bestuur tekent vanuit zijn positie als regisseur BOA-beleid uit, samen met de lokale betrokkenen. Het bestuur beslist hoe het de regieopdracht vormgeeft en opvolgt. Enkele voorbeelden. Via een subsidiereglement krijgen alle scholen die naschoolse opvang van goede kwaliteit organiseren subsidie. Het bestuur investeert daarvoor vanuit haar eigen middelen, boven op de Vlaamse BOA-subsidie. Om de tevredenheid van kinderen en ouders in de opvang op te volgen organiseert het lokale bestuur jaarlijks een enquête.
Evalueer de beleidskeuzes
Met de verschillende elementen in het beleidsmodel teken je een BOA-beleid uit. Voordat je de beleidskeuzes voorlegt aan de gemeenteraad, evalueer je de gevolgen ervan grondig vanuit verschillende invalshoeken. Gebruik daarvoor het evaluatie-instrument.
Past het uitgetekende BOA-beleid in het ruimere beleid van je bestuur? En bij de Vlaamse doelstellingen voor BOA? Hoe beïnvloeden de beleidskeuzes de burgers, de kinderen en de gezinnen in de gemeente? Zowel vandaag als in de toekomst? Verbetert of verslechtert het BOA-beleid de toegankelijkheid voor burgers?
Welke financiële gevolgen hebben de voorgestelde beleidskeuzes? Moet het lokale bestuur geld bijleggen om de doelstellingen te realiseren? Wat betekent de BOA-organisatie voor de interne organisatie van het lokale bestuur en de andere BOA-actoren? Zijn er gevolgen voor het personeel, de infrastructuur, de werking?
Welke invloed heeft het beleid op de positie van het lokale bestuur in het BOA-werkveld? Welke mogelijkheden heeft het lokale bestuur om richting te geven en bij te sturen wat de andere actoren in het BOA-landschap doen? Is het uitgetekende beleid juridisch correct? Voldoet het aan de Vlaamse bestedingsregels voor BOA (bijvoorbeeld minstens 50 procent van de subsidie moet gaan naar kleuteropvang met kwaliteitslabel)? Respecteert het beleid de beginselen van behoorlijk bestuur?
Niet over één nacht ijs
Een degelijk BOA-beleid uittekenen is geen sinecure. Ga systematisch te werk, op basis van informatie en kennis die je verzamelt. Hou rekening met de verschillende elementen in het beleidsmodel. En evalueer de beleidskeuzes voordat je de knopen doorhakt. Stuur bij, als uit de evaluatie blijkt dat bepaalde beleidskeuzes ongewenste effecten hebben, bijvoorbeeld als de toegankelijkheid van het BOA-aanbod in het gedrang komt. —
Meer weten?
- Nieuwe mandataris en bevoegd voor BOA? Maak uitgebreider kennis met het afwegingskader tijdens onze provinciale ontbijtsessies.
vvsg.be/ontbijtsessie-boa - Voor BOA-regisseurs en beleidsmedewerkers is er een dagopleiding over het afwegingskader, met tijd voor reflectie, uitwisseling en concrete oefeningen. vvsg.be/thematafel-boa
- Lees het volledige instrument op onze website of scan de QR-code.
vvsg.be/afwegingskader-boa
Auteur
-
RikaVerpoortenStafmedewerker lokaal beleid kinderopvang
Fotograaf
- Stefan Dewickere
Heb je een vraag over de inhoud van dit artikel?
Contacteer onsUp to date blijven?
Blijf op de hoogte van het belangrijkste nieuws voor en door lokale besturen. Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief.
InschrijvenNieuws
-
Magazine Lokaal
Maaseik maakt plaats om (op) te groeien
Kinderen en gezinnen -
Magazine Lokaal
Buitenschoolse opvang geeft kinderen taalkansen
Kinderen en gezinnen -
Nieuws
Wijzigingsbesluit BOA goedgekeurd
Kinderen en gezinnenVrije tijd