De voorbereiding van de Vlaamse en federale begroting 2027 is gestart. Dat lijkt een technische oefening, maar dat is ze nooit. Een begroting toont welke keuzes een regering maakt, welke ambities ze ernstig neemt en welke middelen ze daarvoor vrijmaakt.
Dat de Vlaamse regering een begrotingsevenwicht nastreeft, verdient respect. Ook de federale ambitie om het tekort te verkleinen en de schuldgraad te doen dalen, is begrijpelijk. Een gezond financieel beleid vormt de basis van behoorlijk bestuur. Lokale besturen weten dat als geen ander. Ze hebben pas hun meerjarenplannen opgemaakt, met duidelijke keuzes voor de komende zes jaar en binnen strikte financiële grenzen.
Juist daarom mag de begrotingsopmaak van andere overheden geen oefening boven de hoofden van steden en gemeenten worden. Elke besparing op Vlaamse of federale bevoegdheden kan uiteindelijk landen aan het loket van het gemeentehuis, bij het OCMW of in de gemeenteraad. Daar kloppen inwoners aan wanneer de bus niet meer rijdt, een gewestweg er slecht bij ligt of een voorziening onder druk komt.
Lokale besturen maken mee het beleid van centrale overheden tastbaar. Ze zorgen voor dienstverlening, zorg, mobiliteit, klimaatbeleid, sociale ondersteuning en veiligheid. Wie centraal bespaart op die domeinen, raakt niet alleen de lokale besturen maar ook de inwoners die op nabijheid rekenen.
Neem mobiliteit. De vervoersregio’s, de aanslepende impasse rond de organisatie en financiering van het openbaar vervoer en het onderhoud van gewestwegen tonen hoe snel centrale keuzes lokaal wegen. Als lijnen verdwijnen of investeringen in gewestwegen die door gemeenten lopen, geschrapt worden, komt de klacht lokaal terecht. Gemeenten kunnen niet oplossen wat elders beslist wordt, maar ze dragen wel de gevolgen
“
Een begroting die lokaal draagvlak mist, wint misschien boekhoudkundig, maar verliest maatschappelijk.
Opvallend is dat hierover in veel gemeenteraden eensgezindheid groeit over partijgrenzen heen. Meerderheid en oppositie spreken in zo’n dossiers soms samen dezelfde bezorgdheid uit. De – in dit geval Vlaamse – begroting kan dus op onverwachte manieren verbindend werken. Laat ons daar vooral niet te cynisch over worden: die eensgezindheid toont vooral hoe ernstig lokale besturen hun basisvoorzieningen nemen.
De VVSG vraagt daarom geen blanco cheque. We vragen partnerschap, voorspelbaarheid en respect voor de keuzes die lokale besturen pas hebben gemaakt. Breng de impact van Vlaamse en federale maatregelen op de lokale bestuurskracht tijdig in kaart. Betrek steden en gemeenten voor beslissingen vallen. En vooral: bespaar niet op de basisvoorzieningen die mensen elke dag voelen. Een begroting die lokaal draagvlak mist, wint misschien boekhoudkundig, maar verliest maatschappelijk.
Gezonde overheidsfinanciën en sterke lokale dienstverlening zijn geen tegengestelden, maar vragen dezelfde houding: eerlijk kijken naar wat kan, moeilijke keuzes durven maken en samenwerken met wie de gevolgen op het terrein ziet. Lokale besturen staan klaar om mee verantwoordelijkheid te nemen. Laat ze dan ook mee aan tafel zitten. —