Digitale toegankelijkheid als vaste reflex in Stad Antwerpen
Stad Antwerpen maakt digitale toegankelijkheid een vast onderdeel van websites, apps en e-loketten voor burgers. Via een interne SharePoint-omgeving, intranetcommunicatie, projecttemplates, opleidingen en laagdrempelig advies weten medewerkers wat de WCAG-criteria betekenen en hoe ze die toepassen.
Inhoud van deze pagina
Algemene gegevens
Grote Markt 1
2000 Antwerpen
België
Wat is er gebeurd?
Stad Antwerpen heeft digitale toegankelijkheid ingebouwd in de manier waarop digitale projecten worden opgestart, ontwikkeld en gepubliceerd. Zodra een website, app, e-loket, formulier of andere digitale toepassing door burgers gebruikt kan worden, moet toegankelijkheid mee op tafel liggen.
Daarvoor werkt de stad met een raamovereenkomst. Die bundelt drie soorten ondersteuning: WCAG-audits, adviesuren en opleidingen. Projectteams kunnen daardoor snel een beroep doen op externe expertise, zonder telkens opnieuw een partner te moeten zoeken. De audit gebeurt vóór publicatie. Wanneer er al in de ontwerp- of ontwikkelfase vragen zijn, kan de externe partner ook vroeger betrokken worden.
Intern wordt de werking gedragen door de WCAG-officer binnen team CDO. Die rol is niet bedoeld om elk digitaal project zelf te trekken, maar om de organisatie te ondersteunen, collega’s wegwijs te maken en te zorgen dat toegankelijkheid niet tussen de plooien valt.
Een belangrijk onderdeel is de interne communicatie. Stad Antwerpen maakte een SharePoint-omgeving rond digitale transformatie en digitale projecten. Die omgeving wordt via het intranet onder de aandacht gebracht. Collega’s vinden er uitleg over WCAG, projecttemplates, informatie over audits en opleidingen, aanvraagformulieren, praktische afspraken en contactgegevens. De informatie is bedoeld voor verschillende profielen: projectleiders, product owners, redacteurs, contentbeheerders, ontwerpers en technische medewerkers.
Digitale toegankelijkheid zit ook in de projectcyclus. Bij de start van een digitaal project worden projectleiders eraan herinnerd dat WCAG een aandachtspunt is. In de templates staat wie ze kunnen contacteren en welke stappen nodig zijn. Op het einde van het project volgt opnieuw een controle: vóór de toepassing live gaat, moet duidelijk zijn of de audit gebeurd is en of de toegankelijkheidsverklaring in orde is.
Naast de online informatie is er laagdrempelige ondersteuning. Medewerkers kunnen vragen stellen via een centrale mailbox en via een vast wekelijks spreekmoment in Teams. Zo hoeven collega’s niet zelf uit te zoeken waar ze terechtkunnen.
Waarom?
Digitale toegankelijkheid is verplicht, maar Stad Antwerpen benadert het niet alleen als regelgeving. De stad wil dat burgers haar digitale dienstverlening kunnen gebruiken, ook wanneer ze een schermlezer gebruiken, geen muis kunnen bedienen, moeite hebben met contrasten, doof of slechthorend zijn, of nood hebben aan duidelijke structuur.
Voor veel medewerkers blijft WCAG abstract. Daarom vertaalt de stad de regels naar herkenbare voorbeelden: kan iemand met het toetsenbord door een formulier? Heeft een afbeelding een beschrijving? Zijn video’s ondertiteld? Is tekst leesbaar voor iemand met kleurenblindheid? Werkt een toepassing met voorleessoftware?
De aanpak vertrekt vanuit een eenvoudige vaststelling: hoe later toegankelijkheid aan bod komt, hoe moeilijker en duurder het wordt om fouten te herstellen. Als ontwerpers, redacteurs, ontwikkelaars en projectleiders er van bij de start rekening mee houden, wordt toegankelijkheid een normale kwaliteitsvoorwaarde.
Het beoogde resultaat
Antwerpen wil dat digitale toegankelijkheid een gedeelde verantwoordelijkheid wordt. De WCAG-officer blijft aanspreekpunt, maar toegankelijkheid moet ook bij projectleiders, aankopers, redacteurs, ontwerpers, ontwikkelaars en externe leveranciers ingeburgerd raken.
Elke toepassing die burgers gebruiken, moet een audittraject doorlopen en een toegankelijkheidsverklaring hebben. Wanneer een onderdeel nog niet volledig toegankelijk is, moet de verklaring duidelijk maken hoe burgers toch geholpen worden. Dat kan bijvoorbeeld via een telefoonnummer, e-mailadres of andere alternatieve contactweg.
Op langere termijn wil de stad ook beter zicht krijgen op haar digitale toepassingen: welke websites en apps zijn al geaudit, wanneer gebeurde dat, welke werkpunten blijven open en wanneer is een nieuwe audit nodig? Daarvoor wordt gewerkt aan een bibliotheek van audits en aanvragen.
Wat waren de uitdagingen?
De grootste uitdaging is schaal. Antwerpen heeft veel websites, apps en digitale toepassingen. Niet elk project vertrekt vanuit dezelfde dienst, en niet elke projectleider heeft een digitale of technische achtergrond. Net daarom moet de informatie eenvoudig, vindbaar en herhaald worden.
Een tweede uitdaging is timing. Soms duikt toegankelijkheid nog te laat op, bijvoorbeeld vlak vóór een toepassing live moet gaan. Dan blijkt dat er nog een audit nodig is of dat bepaalde onderdelen moeten worden aangepast. De stad wil dat vermijden door WCAG al bij de start van het project zichtbaar te maken.
Ook bestaande toepassingen blijven een aandachtspunt. De stad probeert niet alles tegelijk retroactief aan te passen, maar legt de nadruk op nieuwe projecten en nieuwe websites. Bij vernieuwing, doorontwikkeling of publicatie wordt toegankelijkheid systematisch meegenomen.
Een laatste uitdaging is dat technische oplossingen alleen niet volstaan. Een toepassing kan gebouwd zijn met toegankelijke bouwblokken, maar toch ontoegankelijk worden door slechte content, ontbrekende alt-teksten, onduidelijke formulieren of video’s zonder ondertiteling.
De succesfactoren
De werking slaagt omdat Antwerpen digitale toegankelijkheid op verschillende plaatsen tegelijk verankert. Er is een duidelijke verantwoordelijke, een raamovereenkomst, interne informatie, projecttemplates, een aanvraagformulier, opleidingen, een mailbox en een spreekmoment.
De SharePoint-omgeving speelt daarin een belangrijke rol. Ze bundelt de informatie en maakt de werking concreet voor medewerkers. Via het intranet wordt die omgeving bekendgemaakt, zodat digitale toegankelijkheid zichtbaar blijft in de interne communicatie.
De raamovereenkomst verlaagt de drempel voor projectteams. Ze kunnen audits, advies en opleidingen aanvragen binnen duidelijke afspraken. Daardoor wordt toegankelijkheid praktischer en minder afhankelijk van toevallige kennis in een team.
Ook de rolgerichte aanpak is belangrijk. Een redacteur moet andere dingen weten dan een front-end developer. Een projectleider moet vooral weten wanneer hij of zij expertise moet inschakelen en welk budget nodig is. Door ondersteuning per rol te voorzien, wordt de informatie bruikbaarder.
Tips voor andere gemeenten
- Maak digitale toegankelijkheid zichtbaar in de organisatie. Eén aanspreekpunt, een centrale mailbox en een vaste interne kennisplek maken een groot verschil.
- Zet informatie niet alleen online, maar breng ze ook actief onder de aandacht via het intranet, interviews, nieuwsberichten of projectcommunicatie.
- Neem WCAG op in projecttemplates en aankoopvoorwaarden. Zo komt toegankelijkheid automatisch op tafel bij nieuwe projecten.
- Plan de audit vóór de livegang, maar wacht niet tot het einde om advies te vragen.
- Voorzie opleidingen per rol. Redacteurs, ontwerpers, ontwikkelaars, product owners en projectleiders hebben elk andere ondersteuning nodig.
- Laat medewerkers ervaren wat ontoegankelijkheid betekent, bijvoorbeeld door een formulier zonder muis te gebruiken. Dat maakt de regelgeving concreet.
Algemeen contact
Deel je eigen praktijk
Wil je actief helpen en onze praktijkendatabank aanvullen? Deel zelf een praktijkvoorbeeld en inspireer je collega’s.