De Vlaamse gemeenten en OCMW’s hebben in 2024 ruim 12% meer geïnvesteerd dan het jaar ervoor. Toch hebben ze daarvoor amper extra schulden gemaakt. Dat blijkt uit de VVSG-analyse van de jaarrekeningen 2024.
Het eerste wat opvalt is de forse daling van het exploitatiesaldo. Dat zakt met 18,4% tot zowat 2,1 miljard euro. In 2024 stijgen de exploitatie-uitgaven met 6,4% een stuk sterker dan de exploitatieontvangsten (+2,6%). Voor een exacte beoordeling moeten we wel rekening houden met twee eenmalige factoren die een correcte vergelijking met het cijfer van 2023 bemoeilijken. In 2023 kregen de gemeenten door een nieuwe boekingsmethode van de FOD Financiën uitzonderlijk en eenmalig zowat 786 miljoen euro extra aanvullende personenbelasting (APB) op de rekening gestort.
Dat de inkomsten uit die APB in 2024 een diepe duik nemen (-19,9%) is meteen een belangrijke verklaring voor de beperkte groei van de totale exploitatieontvangsten. Daarnaast kreeg een deel van de gemeenten in 2024 een uitzonderlijk dividend toegekend dat ze meteen investeerden in nieuwe aandelen in de energiesector. De operatie past in de kapitaalverhoging van Elia en de lokale verankering via Publi-t. Deze transactie verhoogt de exploitatieontvangsten in 2024 eenmalig met zowat 220 miljoen euro. Zonder beide uitzonderlijke factoren zouden de exploitatieontvangsten in 2024 met ongeveer 6,2% zijn toegenomen en was het exploitatiesaldo met 4,6% gestegen.
Ook de autofinancieringsmarge (AFM), een belangrijke graadmeter voor het structurele evenwicht, gaat in 2024 lager. Zonder de vermelde eenmalige factoren was de AFM echter 16% hoger uitgekomen.
De overgrote meerderheid van de besturen (291 op 300) laat in 2024 een positieve AFM optekenen. In slechts negen gemeenten is dat niet het geval, een aantal dat in de lijn ligt van de voorbije periode. De piek in 2022 (30 besturen met een negatieve AFM) is te wijten aan de forse inflatieopstoot.
Meer investeringen, weinig extra schulden
Dat de Vlaamse gemeenten in het laatste jaar van de legislatuur veel hebben geïnvesteerd, is niet verrassend. Het gaat over een bedrag van bijna 2,7 miljard euro in wegen, gebouwen, materieel enzovoort, ruim 12% meer dan in 2023. Deze investeringen financieren de besturen vooral met eigen middelen en met subsidies (+14,5%), want de nieuw opgenomen leningen stijgen minder (+4,8%). De beschikbare thesaurie neemt af met 6% tot ruim 3,6 miljard euro.
De uitstaande financiële schulden van de Vlaamse gemeenten en OCMW’s bedragen eind 2024 ongeveer 8,6 miljard euro, een toename met amper 1,4% in vergelijking met een jaar eerder. We geven wel mee dat in de loop van 2024 ongeveer 273 miljoen euro schulden van fusiegemeenten naar de Vlaamse overheid zijn verhuisd. Zonder die operatie zouden de uitstaande schulden met ca. 4,5% gestegen zijn.
Ondanks de lichte toename van de uitstaande schulden dalen die nog steeds in verhouding tot de exploitatieontvangsten. Die trend is al een hele tijd bezig.
Rentestijging wordt zichtbaar
De tijd van negatieve intrestvoeten ligt al een poosje achter ons. De terugkeer naar min of meer normale tarieven is ook duidelijk zichtbaar in de jaarrekeningen. Zo stijgt de gemiddelde rente van de bestaande schuldenportefeuille naar 2,77%, een verhoging met acht basispunten. Aan de kant van de beleggingen is de toename forser, nl. van 0,97 naar 1,47%. Dat is ook niet abnormaal, want de lokale beleggingen zijn veel rentegevoeliger dan de leningen.
Ondanks de gestegen rente en de wat hogere schulden, blijven de financiële uitgaven van de Vlaamse gemeenten en OCMW’s goed onder controle. Ze maken amper 1,55% uit van de totale exploitatie-uitgaven.
Contractualisering zet door
Dat Vlaamse lokale besturen steeds minder met statutairen en meer met contractanten werken, weten we al langer. Dat blijkt ook weer duidelijk uit de rekeningcijfers. Hoewel de loonkosten alleen al door de indexaanpassingen in 2024 ruim 3% hoger liggen dan een jaar eerder, dalen de uitgaven voor de bezoldiging van statutairen met 2,4%. Het contrast met de evolutie bij de contractanten (+7,5%) is frappant.
We zien verder dat de Vlaamse lokale besturen volop investeren in een aanvullend pensioen voor hun contractuele medewerkers, want de bijdragen voor de tweede pijler stijgen met 10,6% naar ruim 108 miljoen euro en bedragen in 2024 gemiddeld 3,54% van het loon. In 2023 was dit nog maar 3,44% en in 2020 maar 2,80%. —