Mobiliteit en aanklampbeleid. Het zijn twee begrippen die het werk van Dieter Allegaert, maatschappelijk werker bij het OCMW in Kortrijk, het best omschrijven. Dat beide strategieën bevredigende resultaten opleveren in het contact met dak- en thuislozen, mag duidelijk zijn. “Als we volhouden dan zien ze de voordelen, ook al is die stap naar hulp heel moeilijk.”
Samenwerking OCMW en CAW
Dieter Allegaert (33) is al zeven jaar maatschappelijk werker bij het OCMW in Kortrijk. De doelgroep waar hij het vaakst mee in contact komt zijn mensen die al meermaals of meerdere maanden/jaren dak- en thuisloos zijn. Een moeilijk te bereiken groep, zo blijkt. “Ze laten zich inderdaad niet zo gemakkelijk begeleiden. Dat kan te maken hebben met eerdere faalervaringen of het feit dat ze niet op dezelfde golflengte zitten met de hulpverlening. Ze verschijnen niet op afspraken, lijken te ‘verdwijnen’ in Kortrijk of onderhouden gewoonweg hun contacten niet met de maatschappelijk werker die zich over hen ontfermt.”
“Zowel het OCMW als het CAW botsten geregeld op diezelfde problemen”, gaat Dieter verder. “Omdat de doelgroep die wij specifiek beogen met ons team, botst op de grenzen van beide instanties hebben we onze krachten gebundeld. Vanuit ons team willen we gecoördineerd samenwerken en nieuwe noden formuleren naar beleidsmakers.”
Mobiel en aanklampend
Sinds de samenwerking is Dieter of zijn collega Iachim geregeld te vinden op de burelen van het CAW. “Dat is handig”, legt hij uit. “Het OCMW integreert zijn medewerkers in het mobiele team van het CAW, zodat we van elkaars kennis en contacten profiteren. De cliënt komt daar naartoe, of we spreken bijvoorbeeld af op een terras of een bankje. Met andere woorden: wij verplaatsen ons naar hen toe, niet andersom. Dat maakt de dienstverlening erg mobiel en drempelverlagend, waardoor we hen beter kunnen helpen.”
“En daar stopt het niet. Het is niet omdat je eenmalig contact hebt, dat de case van de cliënt opgelost is. We lopen vaak erg lange trajecten waarbij de kans om elkaar te verliezen groot is. Dus werken we aanklampend: we blijven hen proactief opzoeken en bellen of laten hen via via weten dat we contact willen opnemen. We wachten niet tot zij weer initiatief nemen. Dan bloedt de hulp geregeld dood en hebben we niets bereikt. Telkens opnieuw proberen we hen vast te nemen, de draad op te pikken en te overtuigen van de mogelijkheden die ze hebben maar die ze niet zien.”
Succesverhaal
Dieter Allegaert vertelt het concrete verhaal van een leeftijdsgenoot die hij door dat mobiele en aanklampende karakter van de dienstverlening stilaan op het juiste spoor kreeg. “Het was een man met een diepgaande drugsverslavingsproblematiek. Ten gevolge daarvan was hij ook alle contact met zijn familie en netwerk verloren en sliep hij in een visserstentje aan de Leie. Een intriest verhaal dat ik oppikte en wilde keren. Wat voor hem op dat moment als een uitzichtloze situatie leek, bleef ik zien als een tijdelijk gegeven om er met de juiste kleine stappen uit te geraken.”
“Een eerste poging om een woonst voor hem te zoeken mislukte, maar door aan te klampen lukte het daarna wel. Hij heeft ondertussen een woning, wat veelal de eerste en noodzakelijke stap is tot re-integratie. Stilaan doorzag hij zijn eigen problematieken en begon hij eraan te werken. Hij herstelde zijn band met zijn familie en gaf recent ook aan dat hij opnieuw opgenomen wilde worden om zijn verslaving verder onder controle te krijgen. Dat is echt een doorbraak.
Hulp bij facturen
Dieter geeft aan dat hulpverlening gewoonlijk wordt doorgegeven naar een nieuwe dienst, eenmaal de cliënt een bepaald punt heeft bereikt. “Maar dat was hier niet het geval”, verduidelijkt hij. “Omdat deze man bereid was tot een vierde opname, gebruikte ik mijn handelingsruimte binnen het Bijzonder Comité van de Sociale Dienst (BCSD) om een deel van zijn ‘verslavingsfacturen’ in het ziekenhuis te betalen. Op die manier kon hij zonder schaamte rekenen op de hulp van het ziekenhuis om hem weer verder te helpen in zijn traject, omdat de kosten gedekt waren. Dat geldt uiteraard niet voor alles: niet-medische aankopen – zoals bijvoorbeeld zijn sigaretten – moet hij zelf bekostigen. Dat is logisch.”
Toekomst
“Of we in de toekomst nog verder kunnen verbeteren?”, sluit Dieter af. “Dat mobiele en aanklampende beleid moet sowieso nog verder uitgebreid en volgehouden worden. Dat is op zich niet eenvoudig. Verder zie ik enkel maar voordelen in die samenwerking tussen het OCMW en het CAW, dus dat wil ik zeker versterken. En verder zie ik nog wel iets in een project zoals in Gent, waar ze beschikken over robuuste wooncontainers voor dak- en thuislozen. Dat geeft de cliënten de kans om binnen een veilige omgeving opnieuw te leren ‘wonen’. Dat goed omkaderd woonbeleid voor dak- en thuislozen is nog een toekomstperspectief.”