Hoe maak je dat mensen met een laag inkomen niet uit de boot vallen bij de energie- en klimaattransitie? Henk Van Hootegem, coördinator van het Steunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting, blikt in deze rubriek liever niet té ver vooruit. Want ook vandaag kunnen lokale besturen al veel doen.
Henk Van Hootegem (°1970) is sinds 2019 coördinator van het Steunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting. Hij is sociaal agoog (UGent) van opleiding. Hij werkt sinds 2000 bij het Steunpunt en was betrokken bij de redactie van de verschillende tweejaarlijkse verslagen. Voor die tijd was hij actief in het jeugdwelzijnswerk met maatschappelijk kwetsbare kinderen en jongeren, het integratiewerk en het schoolopbouwwerk.
‘Het Steunpunt is een interfederale, onafhankelijke publieke instelling en ondersteunt het armoedebeleid en de armoedebestrijding op alle bevoegdheidsniveaus. Onze kerntaak is overleg organiseren met verenigingen van mensen in armoede en andere stakeholders. In functie daarvan maken we tweejaarlijkse verslagen die we aan de verschillende regeringen bezorgen.’
‘In 2019 maakten we een verslag over duurzaamheid en armoede. Dat was bij mijn weten de eerste keer dat de verschillende initiatiefnemers in België samenkwamen om na te denken over armoede, duurzame ontwikkeling en de gevolgen van de klimaatverandering. In 2023 werkten we een adviestekst uit over mensenrechten en rechtvaardige transitie. En nu zijn we betrokken bij het proces in verband met de opmaak van het Sociaal Klimaatplan dat in juni klaar moet zijn.
De EU streeft ernaar tegen 2050 koolstofneutraal te zijn en de uitstoot van broeikasgassen tegen 2030 met minstens 55% te verminderen. Een van de geplande maatregelen is om de koolstofprijs te verrekenen in energie- en transportproducten. Dat zal vanaf 2027 ook leiden tot hogere consumentenprijzen en daarom wordt op Europees niveau werk gemaakt van een Sociaal Klimaatfonds dat maatregelen moet financieren om precaire groepen te compenseren voor die prijsstijgingen. We weten nu al dat de steun uit dat fonds niet zal volstaan om die prijsstijgingen volledig op te vangen.’
‘De klimaat- en energietransitie is een belangrijke maatschappelijke kwestie. Kwetsbare groepen ondervinden vandaag al een grote, rechtstreekse weerslag van de klimaatverandering. Bij overstromingen, hittegolven of luchtvervuiling zijn armere wijken vaak het eerste slachtoffer, maar huurders of mensen met een laag inkomen hebben dikwijls niet de middelen om structureel in te grijpen op hun woonsituatie. Ze hebben ook geen buffer om grote prijsstijgingen op te vangen. Uit een recent onderzoek blijkt dat 13,2% van de Vlaamse huishoudens zich geen onverwachte uitgave van 1400 euro kan veroorloven. Het is dus belangrijk dat bijkomende kosten in het energie- en klimaattransitiebeleid niet op de schouders van deze precaire groepen belanden. Steden en gemeenten kunnen daarin een grote rol spelen.’
‘In juni vorig jaar organiseerden we een seminarie over de vraag: hoe kunnen we Vlaamse huishoudens en huurders met een laag inkomen ondersteunen op het vlak van duurzaam wonen? In de nota voor dit seminarie overlopen we acht types van ondersteuning met een dertigtal praktijkvoorbeelden uit Vlaanderen, Wallonië en Brussel. Lokale besturen kunnen daar veel inspiratie uit puren: de Vlaamse renovatiepremie en renovatielening bekender maken, investeren in begeleiding en informatieloketten, de mogelijkheden van groeps- en wijkrenovaties of energiegemeenschappen en -coöperaties onderzoeken, een soort derdebetalerssysteem introduceren enzovoort. Ik zou gemeenten en steden daarbij willen aanraden om zeker ook gebruik maken van de Technische Assistentiehubs waar de twaalf streekintercommunales, het Energiehuis Limburg en VVSG-Vlinter ondersteuning bieden bij het opzetten van energiegemeenschappen of activiteiten die daaronder kunnen vallen.’
‘Naast duurzaam wonen is ook mobiliteit een belangrijk aandachtspunt. We raden lokale besturen aan om de toegang tot mobiliteitsmogelijkheden goed in kaart te brengen en om daarbij oog te hebben voor structurele ongelijkheden. Welke mogelijkheden zijn er voor het sociaal leasen of huren van elektrische fietsen? Wat zijn de drempels bij de verschillende vormen van deelmobiliteit? Werken die misschien enkel met een app of een kredietkaart? Hoe kunnen we ouderen de kans bieden om zich te verplaatsen, wanneer er busverbindingen verdwijnen?
“Doe altijd een armoedetoets op beleidsmaatregelen: evalueer de mogelijke weerslag ervan op mensen in armoedesituaties. Het is geen toverformule, maar wel een manier om op voorhand een goed zicht te krijgen op de impact van maatregelen.
![]()
Vaak is er bij het invoeren van een maatregel sprake van zogenaamde mattheuseffecten, waarbij hogere-inkomensgroepen relatief gezien meer voordeel halen uit voorzieningen dan lagere-inkomensgroepen, terwijl die voorzieningen oorspronkelijk misschien net in het leven zijn geroepen voor die lagere-inkomensgroepen. Overheden moeten op voorhand dus goed nadenken: welke doelgroep hebben we voor ogen en hoe bereiken we die; wat zijn risico’s die ertoe kunnen leiden dat een maatregel zijn doel voorbijschiet; en vooral ook: hoe zullen we meten of een bepaalde maatregel werkt? Dat gebeurt nu nog veel te weinig, terwijl het een systematische reflex zou moeten zijn.’
‘Nog een aspect dat zeker aandacht verdient in het transitieverhaal is de digitale kloof in onze maatschappij. In ons laatste tweejaarlijkse verslag wijzen we erop dat nog altijd 41% van de Belgen niet over de basisvaardigheden beschikt om gebruik te maken van digitale diensten. Het is dus broodnodig dat men voor informatieverstrekking ook sterk inzet op fysieke nabijheid en loketten waar burgers informatie kunnen krijgen. Ten slotte willen we binnen de context van het veranderende klimaat ook aandacht vragen voor iets wat vaak vergeten wordt: waterarmoede. Als je gebruik kunt maken van regenwater, kun je je waterfactuur halveren. Maar regenwatergebruik is niet evident in een stedelijke context, en al zeker niet voor huurders. Dat is iets waar lokale overheden via hun banden met bijvoorbeeld watermaatschappijen en intercommunales toch veel kunnen bereiken.’
‘We drukken overheden op alle beleidsniveaus op het hart om altijd te overleggen met mensen in armoede en hun vertegenwoordigers. Zij zijn perfect geplaatst om te weten wat kan werken en wat niet. Er zijn in Vlaanderen een zestigtal lokale verenigingen waar armen het woord nemen. Als je er zo een op je grondgebied hebt: maak er gebruik van, ga ermee praten, probeer ze ook zoveel mogelijk te ondersteunen. Is er zo geen vereniging actief, informeer je dan eens bij het Netwerk tegen Armoede of ga zelf na welke initiatieven er bestaan op het terrein. Denk aan buurthuizen, ouderenverenigingen, kansarmoedeverenigingen, jeugdwelzijnswerkingen, welzijnsschakels. Het is via zulke organisaties dat je mensen met een laag inkomen ook kunt betrekken bij initiatieven zoals buurttuinen, energiegemeenschappen of voedselbossen.’
‘Een andere tip die we meegeven is: doe altijd een armoedetoets op beleidsmaatregelen. Als je een maatregel uitwerkt, evalueer dan de mogelijke weerslag ervan op mensen in armoedesituaties. Zo’n armoedetoets bestaat al op Vlaams niveau, maar hij wordt te weinig toegepast. Recent heeft de Vlaamse regering wel beslist om op een aantal beleidsplannen een armoedetoets te doen en dat juichen we natuurlijk toe. Het is geen toverformule, maar wel een manier om op voorhand een goed zicht te krijgen op de impact van maatregelen.’
‘In het algemeen merken we dat er toegenomen aandacht is voor de sociale dimensie van de klimaattransitie. Voor lokale besturen blijven de 17 sustainable development goals van de Verenigde Naties een goed richtsnoer. Die zogenaamde SDG’s bieden een kader om binnen te werken en er bestaat al heel veel praktisch materiaal dat eenvoudig gebruikt kan worden. Het motto achter die 17 doelstellingen is: leave no one behind, laat niemand achter. Dat lijkt ons een essentiële richtlijn bij het uitwerken van beleid. In 2020 werd de stad Harelbeke (net als het Steunpunt tot bestrijding van armoede, nvdr) trouwens verkozen tot SDG Voice. Zij werkten een volledig beleid uit op basis van die SDG’s en toonden aan dat dat werkt.’
‘Zoals gezegd weten we dat de ondersteuning via het Sociaal Klimaatfonds onvoldoende zal zijn om de prijsstijgingen op het vlak van energie en transport de volgende jaren volledig te compenseren. Momenteel is er voor ons land sprake van een budget van ongeveer twee miljard euro voor de volledige periode 2026-2032. We raden overheden dus aan om zoveel mogelijk links te leggen met andere beleidsplannen en instrumenten. In het burgemeestersconvenant bijvoorbeeld besteedt men nu aandacht aan energiearmoede. Dat kan een kapstok zijn om nieuwe maatregelen aan op te hangen. De klimaatrampen en de energiecrisis hebben aangetoond dat mensen met een laag inkomen vaak de grootste weerslag ervaren van de huidige veranderingen. Als maatschappij is het onze plicht om armoede tegen te gaan en om ook voor deze groepen structurele oplossingen te bieden.’ –
Auteur
-
GuyBourgeoisRedacteur Lokaal
Foto
- Stefan Dewickere
Heb je een vraag over de inhoud van dit artikel?
Contacteer onsUp to date blijven?
Blijf op de hoogte van het belangrijkste nieuws voor en door lokale besturen. Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief.
InschrijvenNieuws
-
Verhaal
Voedselnoodhulp maakt nachtopvang in Oostende menselijker
Lokaal sociaal beleidDiversiteit en gelijke kansenMaatschappelijke dienstverleningZorg en gezondheidArmoede -
Magazine Lokaal
Klimaatbeleid dat je elke dag ziet
Energie en klimaat -
Magazine Lokaal
Klimaatbeleid op koers houden
Energie en klimaat