Hij mag Al Gore, Jane Goodall en David Attenborough tot zijn vrienden rekenen, maar ondanks zijn indrukwekkende internationale palmares is Ignace Schops vooral verknocht aan het lokale niveau. ‘Het globale zal alleen kunnen slagen dankzij de generositeit van het lokale.
Ignace Schops (°1964)
- Sinds 2004 directeur van Regionaal Landschap Kempen en Maasland en het Nationaal Park Hoge Kempen
- Sinds 2022 voorzitter van Bond Beter Leefmilieu
- Ontving in 2008 de Goldman Environmental Prize, de ‘groene Nobelprijs’, voor zijn werk als bezieler van Nationaal Park Hoge Kempen
- Van 2014 tot 2021 voorzitter van Europarc Federation, het grootste natuurnetwerk in Europa
- Ashoka Fellow, ambassadeur van het Climate Leadership Corps van Al Gore, volwaardig lid van het EU Chapter van de Club van Rome
‘Hoe maken we mensen duidelijk dat klimaatverandering en biodiversiteitsverlies geen randfenomenen zijn maar existentiële bedreigingen voor het voortbestaan van de mens? Met Regionaal Landschap Kempen en Maasland (RLKM) ontwikkelden we het (Re)connection Model, gericht op het (opnieuw) verbinden van natuur en samenleving. We spitsen ons daarbij toe op vier vormen van verbinding. Ten eerste willen we in ons versnipperde Vlaanderen natuur weer met natuur verbinden. Daarnaast willen we ook mens en natuur opnieuw dichter bij elkaar brengen, want het zijn mensen die waarde toekennen aan natuur. De derde verbinding is die tussen bedrijven en natuur. De natuursector heeft te lang soloslim willen spelen, de medewerking van andere sectoren is essentieel. En ten vierde zetten we in op het verbinden van het beleid met de praktijk, zodat maatregelen geen slag in het water zijn.’
‘Globale doelstellingen kunnen alleen behaald worden dankzij de generositeit van het lokale niveau. De voorbije tien jaar heeft de Vlaamse overheid steeds meer taken doorgegeven aan lokale besturen. Op zich een goede zaak, maar de middelen volgen niet en dat creëert soms een schrikbarende flessenhals op het niveau van de gemeenten.’
‘Die strijd om middelen houdt me intens bezig. En daarbij gebruik ik altijd een boutade: als we de verandering willen financieren, moeten we de financiering veranderen. Ik pleit al twintig jaar voor positieve discriminatie van gemeenten met veel open ruimte. Sinds 2020 bestaat er op Vlaams niveau wel een Openruimtefonds, maar die middelen zijn niet geoormerkt. En waarom zouden we de indexering van het Gemeentefonds niet kunnen reserveren voor duurzaamheidsdoelstellingen? Dat zijn allebei kleine ingrepen maar wel stappen in de goede richting. Of denk aan de herijking van het kadastraal inkomen, een federale materie. Iemand die vandaag zijn huis renoveert of kleiner gaat wonen, blijft evenveel betalen. Door dat mechanisme aan te passen zou je miljarden kunnen vrijmaken. Feit is: we moeten de taart groter maken, meer middelen reserveren voor natuur en klimaat.’
‘Hoe kunnen we nieuwe middelen genereren voor de toekomst? Covid leverde me enkele onverwachte inzichten op. Ten eerste: dankzij internationale samenwerking werd er drie keer sneller dan verwacht een vaccin gevonden. Ten tweede: men luisterde opnieuw naar de wetenschap. Ten derde: we pasten razendsnel ons gedrag aan. En ten vierde: plotseling was er wel geld, terwijl anders de mantra overheerst dat een beleidsmaatregel ook “haalbaar en betaalbaar moet zijn”.
Hoe komt het dat bij covid wel kon wat voor natuur en klimaat blijkbaar niet kan? Omdat bij covid oorzaak en gevolg heel dicht bij elkaar lagen, denk ik. Je kreeg het virus en als je pech had, was je twee weken later dood. Maar bij klimaat en natuur liggen oorzaak en gevolg heel ver uit elkaar, veertig of vijftig jaar.’
‘Tijdens covid leende 99% van de landen geld buiten de begroting om. Dat bracht me op een idee. Waarom zouden we voor natuur en klimaat geen intergenerationele planetaire lening aangaan? Een lening van triljoenen dollars die we niet afbetalen op dertig jaar, maar wel op 500 of duizend jaar. Het IMF of de Wereldbank zou zo’n lening kunnen verstrekken. Een ander idee: waarom brengen we wat ons het dierbaarste is, onze planeet, niet naar de beurs? Mensen kopen geen aandeel maar een aarddeel en kunnen democratisch meebeslissen over het welzijn van onze planeet. Die beide ideeën zijn nu nog stipjes aan de horizon. Maar ik vind dat we daarover moeten nadenken, het moge duidelijk zijn dat we het de komende tien jaar helemaal anders zullen moeten doen, want de gevolgen van de klimaatverandering zijn vele malen erger dan covid.’
“Draagvlak moet je zoeken wanneer je het niet nodig hebt. De helft van mijn job bestaat uit koffiedrinken. Via eerlijke gesprekken de harten en geesten van mensen veroveren.
![]()
‘Ik zeg vaak: de klimaatverandering is een sluipmoordenaar die met de glimlach binnenkomt. Meer zon? We zijn genetisch voorbestemd om daar goedgezind van te worden. Maar in Spanje is de voorbije tien jaar een gebied zo groot als Vlaanderen verwoestijnd. In het Global Risks Rapport van het Wereld Economisch Forum voeren milieurisico’s de ranking op middellange termijn aan: biodiversiteitsverlies, de instorting van ecosystemen, extreem weer, het verdwijnen van natuurlijke hulpbronnen… Terwijl vijftig procent van de wereldeconomie afhankelijk is van natuurlijke ecosystemen. We kunnen niet anders dan veranderen en de mensheid heeft in het verleden al bewezen dat zo’n systemische verandering op korte tijd ook mogelijk is. Als je er als samenleving bewust voor kiest, het wilt.’
‘Ik blijf altijd optimistisch en hoopvol. Met RLKM en het Nationaal Park bewijzen we dat natuurbescherming wérkt. Er zijn de voordelen voor de natuur: in het Nationaal Park vinden we nu 9500 dier- en plantensoorten terug, Kempenbroek werd uitgeroepen tot Unesco Biosfeergebied, in Rivierpark Maasland hebben we op dertig jaar tijd de natuuroppervlakte verdubbeld en de biodiversiteit verdrievoudigd. Maar er is ook de economische return: het Nationaal Park Hoge Kempen zet jaarlijks 191 miljoen euro om en genereert rechtstreeks en onrechtstreeks 5000 banen.
Elke euro die je investeert in natuur, betaalt zich tienvoudig terug. We kunnen economie en ecologie dus wel degelijk verzoenen en op die manier misschien ook investeerders aanspreken. Een idee waar ik al lang voor pleit, is de creatie van een groene taxshelter, naar analogie van de taxshelter in de filmwereld. Bedrijven kunnen zo mee investeren in groene activiteiten en technologieën, waarbij ze in ruil een belastingvoordeel genieten.’
‘De klok tikt en ik denk dat we nieuwe verhalen, nieuwe narratieven nodig hebben. Terwijl de problemen steeds globaler worden, wordt de politiek steeds lokaler. Denk aan Trump, maar we zien het ook in Europa. Om dat te kenteren is het nodig om eerlijk het gesprek te voeren, ook met andersgezinden. Je merkt nu een verrechtsing in de maatschappij, waarbij klimaat en natuur vaak de kop van Jut zijn. Maar het is niet omdat je regelgeving “versoepelt”, dat het klimaat- of stikstofprobleem ook verdwijnt. Integendeel, het zal later nog sterker terugkomen. Aan de andere kant zien we ook een hoopvolle cascade aan rechtszaken in verband met natuur en klimaat.
Met Klimaatzaak spanden we een rechtszaak aan tegen de Belgische overheid, omdat ze haar klimaatverplichtingen niet nakomt. Dat was een illustratie van people vs the state. Maar inmiddels zien we ook vele andere soorten rechtszaken: people vs big oil, people vs big money, states vs big oil, big oil vs big insurance en nu zelfs big insurance vs big oil. En iets dat niet meer verzekerbaar is, is ook niet meer financierbaar. Wie weet leidt deze cascade er wel toe dat het kaartenhuisje van de fossiele sector binnenkort in elkaar stuikt. Maar dan nog: transitie kost tijd, en die tijd raakt op.’
‘Als ik iets geleerd heb de voorbije jaren, dan wel: zeg wat je gaat doen, doe wat je gezegd hebt en bewijs nadien dat wat je gedaan hebt ook een positief effect heeft. Belangrijk is om constant in gesprek te blijven, te luisteren naar bekommernissen. Draagvlak moet je zoeken wanneer je het niet nodig hebt. De helft van mijn job bestaat uit koffiedrinken. (lacht) Via eerlijke gesprekken de harten en geesten van mensen veroveren. Op dat vlak zijn de Regionale Landschappen in ieder geval uniek, omdat statutair is vastgelegd dat alle sectoren in het buitengebied vertegenwoordigd zijn in de organisatie zelf: natuurverenigingen, lokale besturen, grootgrondbezitters, landbouwers… Het draagvlak zit als het ware ingebakken in het systeem en we hebben zo al veel successen geboekt.’ —
Auteur
-
GuyBourgeoisRedacteur Lokaal
Foto
- Stefan Dewickere
Heb je een vraag over de inhoud van dit artikel?
Contacteer onsUp to date blijven?
Blijf op de hoogte van het belangrijkste nieuws voor en door lokale besturen. Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief.
InschrijvenNieuws
-
Standpunt
Vragen bij renovatieadvies via adviserend conformiteitsonderzoek
WonenEnergie en klimaat -
Magazine Lokaal
Van losse pilootprojecten naar een pipeline van fossielvrije wijken
Energie en klimaat -
Nieuws
Meer energieafsluitingen zetten lokale aanpak energiearmoede onder druk
ArmoedeEnergie en klimaatLokaal sociaal beleid