De vorige Vlaamse regering nam verschillende beslissingen voor de bouwshift: denk aan de stolp over de woonreservegebieden, de planologische compensatie en de aanwijzing van de watergevoelige openruimtegebieden. Daarentegen bemoeilijkt de nieuwe planschaderegeling de bouwshift juist. De huidige legislatuur staat in het teken van de uitvoering van de bouwshift. De lokale besturen hebben daarbij een sleutelrol. Op de Bouwshiftdag zochten de VVSG en Hogeschool Gent samen met de gemeenten naar antwoorden op de prangendste vragen. Lokaal citeert een selectie van deelnemers over markante kerncijfers en voorbeeldcases.
Geel: de identiteit van het winkelgebied behouden en versterken
Lucas Cools, beleidsadviseur stadsontwikkeling: ‘De leus van Geel is: “Je komt er, je blijft er.” Dankzij het beeldkwaliteitsplan en het ruimtelijk uitvoeringsplan maken we dat ook voor het winkelwandelgebied weer waar. De twee plannen zijn complementair. Het uitvoeringsplan actualiseert onder andere de stedenbouwkundige voorschriften voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in het kernwinkelgebied.
Het beeldkwaliteitsplan inventariseert al die zaken die het gebied zijn eigenheid en identiteit geven in een staalkaart en een conceptueel kader voor de bebouwde en publieke ruimte, zoals het verrijken van gevels in een verticaal gelijnd straatbeeld en het verweven en zichtbaar maken van trage wegen.’
Meer over het versterken en verdichten van het kernwinkelwandelgebied(opent nieuw venster)
“Om de doelstellingen van de bouwshift en de ontharding te realiseren moet de gemiddelde Vlaamse gemeente 89 hectare landbouw- en natuurgronden met een harde bestemming beschermen en 71 hectare verharding uitbreken.
Peter Lacoere, Hogent
Regio Gent: woonreservegebieden maar uitzonderlijk vrijgeven
Steven Hoornaert, intercommunale Veneco(opent nieuw venster): ‘De bouwshift doorvoeren vraagt doortastende maatregelen van Vlaanderen en de lokale besturen. Zo is het prioritair dat Vlaanderen initiatieven neemt om harde bestemmingen die watergevoelig zijn of bebost zijn, definitief te herbestemmen in het voordeel van de open ruimte. De Vlaamse regelgeving moet ook op verschillende punten worden bijgestuurd om bijkomend ruimtebeslag in de zachte bestemmingen te vermijden, onder meer met maatregelen tegen vertuining, zonevreemde functies en ander oneigenlijk gebruik. Maar ook gemeenten zelf kunnen en moeten een belangrijke bijdrage leveren, onder meer door te blijven inzetten op kernversterking en ruimtelijke kwaliteit.
De stolp op de woonreservegebieden is de regel, en vrijgave is enkel uitzonderlijk mogelijk. Een lokaal bestuur kan ook zelf stappen zetten om open ruimte te vrijwaren. In de regio Gent schrapten verschillende gemeenten samen via RUP’s al meer dan 230 hectare ongunstig gelegen woonuitbreidingsgebieden.’ ‘Over de nieuwe planschaderegeling van het Instrumentendecreet bestaat nog veel bezorgdheid bij lokale besturen. De nieuwe Vlaamse regering heeft al aangegeven dat ze de betaalbaarheid hiervan zal bewaken. De middelen uit het lokale bouwshiftfonds en de Vlaamse dotatie open ruimte kunnen de lokale besturen ondersteunen bij de financiering van mogelijke planschade.’
Wuustwezel: nieuwe wijk met volop ruimte voor water en ontmoeting
Burgemeester Dieter Wouters, voorzitter bestuurlijke commissie Omgeving VVSG: ‘De bouwshift, verharding voorkomen en verminderen zijn zaken waar we dagelijks mee bezig zijn. Dat is niet gemakkelijk. Om het met een boutade te zeggen: inwoners zijn voorstander, zolang er geen parkeerplaatsen voor hun deur verdwijnen. Extra trots ben ik op een verkaveling die door de jaren heen beter werd. Vijftien jaar geleden was het idee het gebied van zo’n zeven hectare groot volledig te bebouwen. Nu wordt het gebied gerealiseerd met de helft bebouwing; de andere helft dient als waterbuffering en leefruimte voor de oude en nieuwe bewoners eromheen. 3,5 hectare blijft onbebouwd.’
“Van de 42.000 hectare onbebouwde bouwgrond ligt 75% in linten of verspreid in de open ruimte. Een kwart van de onbebouwde bouwgronden, zo’n 10.000 hectare, ligt in de kernen zelf.
Isabelle Loris, Vlaamse Overheid
Vilvoorde: leidraad voor kwaliteit bij grotere stadsontwikkelingsprojecten
Willem Geens, omgevingsambtenaar Vilvoorde: ‘Onze stad groeit snel. We willen samen met de projectontwikkelaars overleggen om echt kwaliteit te kunnen brengen. In het verleden hadden we geen echt referentiekader en gebeurde overleg ad hoc. Dankzij de projectwegwijzer(opent nieuw venster) beoordelen we een project nu aan de hand van acht ambitiepunten, bijvoorbeeld: in welke mate gaat het project in op uitdagingen betreffende energie en water? Een ontwerp moet niet op alles maximaal scoren. Dat is gegeven de context niet altijd mogelijk. Het is wel de bedoeling om de lat voor ieder project van bij de start hoog te leggen.’
Auteur
-
XavierBuijsStafmedewerker ruimtelijke ordening
Foto
- Liran Zeligman
Heb je een vraag over de inhoud van dit artikel?
Contacteer onsUp to date blijven?
Blijf op de hoogte van het belangrijkste nieuws voor en door lokale besturen. Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief.
InschrijvenNieuws
-
Standpunt
Bouwboost: positief dat wordt geïnvesteerd in integrale kernversterking
WonenRuimtelijke ordeningEconomie -
Standpunt
VVSG vraagt haalbare aanpak voor Vlaamse woondoelen
WonenRuimtelijke ordening -
Magazine Lokaal
Sociale woonwijken als groenblauwe parels
Publieke ruimteWonenRuimtelijke ordening