Gemeenten zijn voorstander van een regeling voor illegale constructies die de overheid niet meer mag handhaven, terwijl ze die ook niet mag regulariseren.
De nieuwe regeling moet maatwerk mogelijk maken. Een individuele beoordeling van een verjaarde overtreding laat de overheid toe voorwaarden op te leggen met het oog op een betere ruimtelijke ordening. We pleiten dus niet voor een generaal-pardon voor niet regulariseerbare overtredingen die al lang verjaard zijn.
We vinden dat de regeling moet stimuleren dat je je aan de regels houdt. Dit kan door pas 20 jaar na de laatste niet vergunde overtreding een niet vergunbare overtreding in aanmerking te laten komen voor een gedoogtoets.
Bovendien pleiten we ervoor dat de eigenaar een meerwaarde betaalt als zijn illegale constructie alsnog een vergunde status krijgt. Als uit de beoordeling blijkt dat een vergunde status niet wenselijk is, moeten er instrumenten zijn om de goede ruimtelijke ordening te herstellen, minstens door het invoeren van een voorkooprecht op illegale constructies.
Aandachtspunt bij de voorgestelde ‘maatwerk’ oplossing is de werklast die dit voor lokale besturen met zich meebrengt. Bij het uitwerken van de regelgeving moet de te verwachten werklast voor de lokale besturen uitdrukkelijk mee aan bod komen.
Tot slot pleiten we ervoor om de gedoogtoets in te voeren als module in de omgevingsvergunningsprocedure, zodat er slechts één beslissing is van de overheid, en géén twee. We vragen dat voorafgaand aan de beslissing over de gedoogtoets altijd een openbaar onderzoek nodig. Als tegen de beslissing over de omgevingsvergunningsprocedure in beroep wordt gegaan bij de deputatie, dan mag de deputatie zich niet opnieuw over de uitkomst van de gedoogtoets uitspreken.