Lokaal - editie december | 2024
Digitale diensten, de maatschappij kan niet meer zonder, maar ze sluiten vandaag nog veel mensen uit. Daarom is digitale toegankelijkheid zo belangrijk. Daar zijn heel verschillende aspecten aan verbonden, gaande van de dienstverlening toegankelijk houden voor wie digitaal niet zo zelfzeker is, tot alle digitale media en informatie ook toegankelijk maken, zodat mensen met een beperking die goed kunnen waarnemen en gebruiken. Voor dit alles geldt een Europese richtlijn.
In een toegankelijke samenleving kan iedereen overal aan meedoen. Dat geldt voor de fysieke omgeving, maar ook voor de digitale. Nu er zoveel online gebeurt, is het belangrijk qua gelijke toegang ook rekening te houden met mensen die minder digitaal geletterd zijn of hulpmiddelen nodig hebben om digitale informatie en diensten te gebruiken. Als overheid werk je trouwens volgens het click-call-connect-principe. Soms lukt het mensen online niet (click). Er is een telefoonnummer waar ze dan naar kunnen bellen (call). Of de mogelijkheid om persoonlijke hulp te krijgen (connect).
Digitale toegankelijkheid
Digitale toegankelijkheid betekent dat je je websites, apps, multimedia en allerlei digitale documenten zo ontwerpt dat iedereen ze kan gebruiken, ook mensen met een handicap. Blinde mensen gebruiken bijvoorbeeld hulptechnologie zoals een schermlezer om digitale inhoud te laten voorlezen of hem te voelen via een brailleleesregel. Dove of slechthorende mensen hebben tekst, ondertiteling bij video’s of Vlaamse Gebarentaal nodig. Gebruikers zonder controle over hun handfunctie kunnen navigeren met speciale hulpmiddelen, zoals een aangepast toetsenbord of spraakbesturing.
Ook eenvoudige, duidelijke taal is belangrijk, in een tekst die goed leesbaar is. Juiste kleuren en contrasten zijn dan weer belangrijk voor wie minder goed ziet, kleurenblind is of bijvoorbeeld in de zon op de smartphone kijkt.
WCAG
De richtlijnen voor digitale toegankelijkheid vind je in de Web Content Accessibility Guidelines (WCAG), dé standaard voor toegankelijkheid van webcontent. De WCAG bevatten technische richtlijnen om websites en apps te ontwerpen en beheren. Ze bestaan uit drie niveaus: A, basisbruikbaarheid voor een grote groep van gebruikers; AA, meer dan basisbruikbaarheid, ook goed bruikbaar voor meer bijzondere groepen; AAA, de beste bruikbaarheid, ook voor mensen met heel specifieke behoeften, bijvoorbeeld Vlaamse Gebarentaal bij audio en video.
De WCAG bestaat uit vier kernprincipes: waarneembaar, bedienbaar, begrijpelijk en robuust. Om waarneembaar te zijn moet je inhoud voor iedereen te zien of te horen zijn. Is er inhoud die niet uit tekst bestaat, zoals afbeeldingen met informatie en grafieken, dan moet je die ook duidelijk in tekst beschrijven. Om als bedienbaar te gelden moeten websites en apps zonder muis te bedienen zijn, bijvoorbeeld alleen met een toetsenbord. Inhoud en functies moeten eenvoudig te begrijpen zijn. Gebruik dus klare taal en geef duidelijke informatie bij foutmeldingen. Robuust betekent dat je inhoud met alle ondersteunende technologieën moet werken, onafhankelijk van het apparaat of de browser.
Wettelijke verplichting
Europa legt overheden niveau AA van de WCAG op. Deze verplichting is in Vlaanderen opgenomen in het Bestuursdecreet. Ze geldt dus ook voor lokale overheden. Dat betekent dat zowel je eigen gemeentelijke websites als die van verwante instellingen zoals autonome verzorgingsinstellingen en welzijnsvoorzieningen op AA-niveau toegankelijk moeten zijn.
Elke overheidswebsite en -app moet ook een toegankelijkheidsverklaring publiceren, waarin vermeld staat in welke mate je de WCAG-normen al naleeft en hoe je wat nog niet in orde is zult aanpassen. Je geeft er ook een contact door waaraan gebruikers problemen kunnen melden.
Een belangrijk deel van het werk gebeurt achter de schermen. Je webontwikkelaar en webdesigner moeten ervoor zorgen dat de code en het ontwerp voldoen aan de richtlijnen. Neem digitale toegankelijkheid dus op in de selectiecriteria van je aanbestedingen.
Maar ook medewerkers die verantwoordelijk zijn voor de inhoud, hebben een belangrijke taak. Teksten moeten duidelijk en bondig zijn, met voldoende tussentitels en een logische, overzichtelijke structuur. Koppen en opsommingen worden op de juiste manier gebruikt. Linkteksten voor links naar documenten of andere webpagina’s zijn uniek en betekenisvol. Ook als je linkteksten buiten de context leest, moet je meteen begrijpen waar je terechtkomt. Bijvoorbeeld: ‘voorwaarden premie voor jonge bouwers’ in plaats van ‘klik hier’. Bij louter visuele en auditieve informatie is een alternatief beschikbaar. Denk ook aan alt-teksten bij informatieve afbeeldingen.