De Europese Commissie stelde op 9 september 2026 een nieuwe Europese verordening(opent nieuw venster) over overheidsopdrachten voor. Ze wil daarmee de regels eenvoudiger en flexibeler maken en overheidsopdrachten sterker inzetten voor kwaliteit, duurzaamheid, innovatie en de strategische autonomie van Europa.
Overheidsopdrachten zijn goed voor ongeveer 15% van het bruto binnenlands product (bbp) van de Europese Unie. Lokale en andere overheden kopen er elke dag werken, producten en diensten mee aan: van wegen, gebouwen en energie tot digitale toepassingen, zorg en schoolinfrastructuur. De Commissie ziet overheidsopdrachten daarom niet alleen als een aankoopinstrument, maar steeds meer als een manier om publieke investeringen en Europese beleidsdoelstellingen te realiseren.
Eén Europese verordening
Vandaag steunt het Europese kader voor overheidsopdrachten op drie afzonderlijke richtlijnen: de richtlijn overheidsopdrachten voor klassieke sectoren, de richtlijn voor de speciale sectoren en de concessierichtlijn. De Europese Commissie wil deze drie richtlijnen vervangen door één rechtstreeks toepasselijke verordening. Daarnaast worden een aantal algemene regels over overheidsopdrachten die vandaag verspreid staan over sectorale Europese wetgeving, in die nieuwe verordening samengebracht. Lidstaten zouden de Europese regels dus niet langer eerst in nationale wetgeving moeten omzetten. Dat moet verschillen tussen landen en juridische onzekerheid verminderen.
Tegelijk wordt het aantal procedures vereenvoudigd. Centraal staan een nieuwe open procedure en een dynamische procedure, die met of zonder selectiecriteria en onderhandelingen kunnen worden gebruikt. Daarnaast komt er een specifieke innovatieprocedure voor oplossingen die nog niet op de markt beschikbaar zijn. Ook voorafgaande marktconsultaties worden nadrukkelijk aangemoedigd.
Kwaliteit krijgt meer gewicht
De laagste prijs moet nog meer plaatsmaken voor de beste prijs-kwaliteitverhouding. Kwaliteitscriteria krijgen in principe minstens 30% van de punten. Voor arbeidsintensieve opdrachten is dat minstens 50%.
Lokale besturen kunnen daarbij onder meer rekening houden met milieu en klimaat, sociale aspecten, innovatie, toegankelijkheid, veiligheid, bevoorradingszekerheid en – waar van toepassing – Europese voorkeur. Afwijken van de minimumweging blijft mogelijk wanneer een bestuur kan aantonen dat de kwaliteit op een andere manier voldoende wordt gegarandeerd, bijvoorbeeld via technische specificaties of uitvoeringsvoorwaarden.
Ook sociaal en duurzaam aankopen krijgt een duidelijkere juridische basis. Zo noemt het voorstel onder meer goede arbeidsvoorwaarden, sociale inclusie, opleiding, toegankelijkheid, gendergelijkheid en mensenrechten in relevante toeleveringsketens.
Digitale aanbestedingen over de grenzen heen
Een belangrijke hervorming is de verdere digitalisering van overheidsopdrachten. De Commissie wil de verschillende elektronische aanbestedingsplatformen in Europa via een gemeenschappelijk interoperabiliteitsnetwerk met elkaar laten communiceren. Daardoor moeten ondernemingen gemakkelijker vanuit hun eigen systeem kunnen deelnemen aan opdrachten in andere lidstaten.
Daarnaast komt er een Europese elektronische dienst waarmee uitsluitingsgronden, selectiecriteria en de oorsprong van ondernemingen digitaal kunnen worden gecontroleerd. Het principe is dat ondernemingen dezelfde informatie niet telkens opnieuw hoeven aan te leveren.
Meer aandacht voor veiligheid en Europese autonomie
Overheidsopdrachten krijgen ook een sterkere geopolitieke dimensie. Besturen zullen bij relevante opdrachten rekening kunnen of moeten houden met cybersecurity, gevoelige informatie, bevoorradingszekerheid, kritieke infrastructuur en afhankelijkheid van derde landen.
Daarnaast introduceert het voorstel een kader voor Europese voorkeur. Onder bepaalde voorwaarden kunnen overheidsinkopers bijvoorbeeld deelname beperken of bij de beoordeling rekening houden met de Europese oorsprong van ondernemingen, goederen, diensten of werken. Dat moet wel passen binnen de internationale handelsverplichtingen van de EU.
Wat betekent dit voor lokale besturen?
De hervorming kan op termijn zorgen voor eenvoudigere procedures, meer ruimte voor onderhandelingen en innovatie en minder herhaalde administratieve verplichtingen. Tegelijk worden overheidsopdrachten nog nadrukkelijker een instrument voor duurzame, sociale, digitale en strategische doelstellingen.
Dat vraagt ook voldoende kennis, ondersteuning en professionele capaciteit bij lokale aankoopdiensten. Het voorstel erkent expliciet dat overheidsinkopers met beperkte administratieve capaciteit bijzondere aandacht en ondersteuning nodig hebben.
Nog geen definitieve regels
Het gaat voorlopig om een voorstel. Het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie moeten er nog over onderhandelen. De uiteindelijke verordening wordt rechtstreeks toepasselijk in alle lidstaten. Volgens het huidige voorstel zouden de nieuwe regels pas twee jaar na de inwerkingtreding van toepassing worden. In de praktijk ligt de toepassing daardoor vermoedelijk pas rond 2029-2030.
Heb je na een eerste lezing al vragen, bedenkingen of aandachtspunten bij het voorstel? Bezorg ze ons dan graag tegen 15 september. Dat hoeft nog niet uitgebreid of volledig uitgewerkt te zijn: ook eerste reacties of vragen zijn welkom. Zo kunnen we op 16 september al een eerste signaal meegeven. Ook na 15 september blijft verdere feedback uiteraard welkom.
De VVSG volgt de Europese onderhandelingen op en bekijkt daarbij in het bijzonder de gevolgen voor de bestuurskracht van lokale besturen.