De zoektocht naar kinderbegeleiders is lastig. Maar er zijn kansen. Grote kansen. Mensen zonder diploma die vandaag al meedraaien of willen starten in de kinderopvang, kunnen met de juiste begeleiding uitgroeien tot volwaardige collega’s. Samen met partners zet de VVSG mentoren in om hen én de opvang te ondersteunen. Gratis en op maat.
Starten zonder diploma? Dat kan. Lokale besturen en opvanginitiatieven hebben extra handen nodig. Tegelijk werken er al veel mensen in de kinderopvang zonder het juiste diploma of attest. Sommigen lopen stage, anderen willen graag starten in de kinderopvang. Sinds 2019 zet de VVSG in de gezinsopvang mentoren in. De ervaringen zijn positief. Daarom is het project nu uitgebreid naar de groepsopvang voor baby’s en peuters. Dankzij steun van de Vlaamse overheid kan een opvangorganisatie gratis een mentor op de werkvloer inzetten.
Zo’n mentor zoekt samen met de kandidaat uit wat die al kan en wat er nog nodig is om het diploma te halen. Mentoren ondersteunen kandidaten op school, tijdens hun stage en op de werkplek. Tijdens het werkplekleren of de stage is de mentor aanwezig als coach, met aandacht voor vakkennis, werkhouding, communicatie en soms ook voor heel praktische zaken zoals vervoer of opvang voor eigen kinderen. De mentor vormt een brug tussen school, werkplek en kandidaat en zorgt dat iedereen op dezelfde golflengte zit.
Toeleiding en begeleiding op maat
Mentoren trekken kandidaten aan, screenen hun competenties en taalvaardigheid, en begeleiden hen stap voor stap naar een kwalificatie om in de kinderopvang te werken. Kennis van het Nederlands blijkt vaak een grote drempel. Kandidaten zijn onzeker en durven de stap naar een job of de opleiding niet te zetten. Via een proefproject ‘taalmentoren’ gaat er nu specifieke aandacht naar kandidaten die ten gevolge van hun beperkte kennis van het Nederlands verder af staan van de arbeidsmarkt. Ook die mensen proberen de mentoren te bereiken en de weg naar de opleiding en dus naar een job in de kinderopvang te wijzen.
Mentoren houden in het oog dat opleiding en werkplek op elkaar zijn afgestemd. Het is telkens een traject waarbij de cursist centraal staat. Geen twee trajecten zijn gelijk. Soms heeft iemand vooral hulp nodig bij administratie of plannen, soms bij het oefenen van het Nederlands, en soms bij het opbouwen van zelfvertrouwen. De mentor kijkt waar de grootste nood zit en speelt daarop in. Het doel is altijd hetzelfde: hindernissen weghalen en de kandidaat de beste kansen geven om af te studeren en zich goed te voelen op het werk.
Die begeleiding kan breed gaan: van hulp bij het invullen van documenten en het plannen van studiedagen tot coaching op de werkvloer en het versterken van de draagkracht. Mentoren werken samen met het team en de verantwoordelijke, zodat ze de kandidaat samen op de best mogelijke manier ondersteunen.