Ruim 1,1 miljard euro minder dan gepland. Zoveel ontvangen steden en gemeenten tot 2031 minder via hun algemene financiering door de recente Vlaamse begrotingsbeslissingen. Een mokerslag. En wie denkt dat het om een boekhoudkundige ingreep gaat, vergist zich. De gevolgen zullen voelbaar zijn in elke gemeente.
Lokale besturen hebben hun meerjarenplannen voor 2026-2031 nog maar net vastgelegd. Dat ging niet zonder pijnlijke keuzes. Met stijgende kosten en hoge verwachtingen van inwoners zochten ze naar evenwicht, zonder noodzakelijke investeringen op te geven. Daarbij vertrouwden ze op de decretaal vastgelegde groei van het Gemeentefonds. Die zekerheid was geen cadeau, maar de basis om jaren vooruit te plannen.
Nu verandert de Vlaamse overheid de spelregels terwijl de plannen al in uitvoering zijn. De inkomsten vallen lager uit dan begroot, maar de opdrachten verdwijnen niet. Gemeenten moeten hun plannen opnieuw openbreken. Investeringen uitstellen. Diensten beperken. Besparen op personeel. Of meer vragen van inwoners en ondernemingen. Achter elke keuze schuilt een gevolg: een straat die langer op heraanleg wacht, een bibliotheek met kortere openingsuren of minder middelen om een handelskern nieuw leven in te blazen.
Wat de Vlaamse regering op haar begroting bespaart, verschuift zo naar het lokale niveau. Naar steden en gemeenten, verenigingen, ondernemingen en inwoners. Terwijl de Vlaamse overheid en de lokale besturen voor dezelfde samenleving werken. We beheren publieke middelen voor dezelfde mensen. Betrouwbare dienstverlening dicht bij huis voedt het vertrouwen in de hele overheid.
Ook Vlaanderen moet natuurlijk zijn begroting op orde brengen, daar hebben we begrip voor. Lokale besturen weten hoe moeilijk dat is. Ze tonen veerkracht, maken keuzes en nemen hun verantwoordelijkheid. Maar veerkracht is geen vrijgeleide om de rekening door te schuiven.
Heel wat volksvertegenwoordigers zijn ook burgemeester, schepen of gemeenteraadslid. Hun kennis hoort zwaar te wegen in het debat.
In december stemt het Vlaams Parlement over de begroting. Heel wat volksvertegenwoordigers zijn ook burgemeester, schepen of gemeenteraadslid. Zij weten uit eigen ervaring wat een Vlaamse begrotingsingreep betekent voor de werking van een gemeente. Die kennis hoort zwaar te wegen in het debat. Wie mee beslist over de cijfers, moet ook de gevolgen voor inwoners, medewerkers, verenigingen en ondernemingen onder ogen zien en helder uitleggen.
Een sterke overheid bouw je niet op één bestuursniveau. Een sterk Vlaanderen heeft sterke steden en gemeenten nodig. We vragen de Vlaamse regering om met steden en gemeenten te overleggen over de verdere uitvoering van de maatregelen. Breng alle lokale gevolgen in kaart, niet alleen de impact op het Gemeentefonds. En ook de federale regering vragen we geen nieuwe kosten door te schuiven naar steden, gemeenten en OCMW’s. Lokale besturen hebben bovenal behoefte aan financiële stabiliteit. —