Dat de kinderopvang kampt met personeelstekorten hoeven we niet nog eens uit te leggen. Elke dag verschijnen er weer nieuwe vacatures voor kinderbegeleiders. De stad Gent en Zorg Leuven zoeken oplossingen en schakelen daarbij innovatieve methodes in. Ze kiezen voor een divers palet aan functies op de werkvloer. Met resultaat.
De stad Gent werkt sinds 2024 met een nieuw profiel: de ondersteuner in de kinderopvang (OKO). Deze medewerkers ondersteunen gekwalificeerde kinderbegeleiders in de leefgroep, maar staan er nooit alleen voor. Ze nemen logistieke en lichte verzorgende taken op, zodat de kinderbegeleiders zich kunnen richten op de kern van hun werk. ‘Een OKO maakt eten klaar, ruimt op, helpt bij verzorging en leest een boekje voor. Zo ontstaat ruimte voor meer diepgaande interactie tussen begeleider en kind,’ vertelt Ruud Van de Velde, coördinator-expert van team MeMO (Mens en Management Ondersteuning) bij de stad Gent.
Ook Zorg Leuven koos voor een nieuw profiel: de kinderbegeleider-consulent. Dit is een kinderbegeleider met een bachelor of een graduaat, die volledig meedraait in de leefgroep maar daarnaast een horizontaal-coachende rol heeft tegenover collega’s. De kracht van dit profiel zit voor Zorg Leuven in de combinatie. Kinderbegeleiders zijn echte vakmensen, met een sterk praktijkgevoel en een groot hart voor kinderen. Kinderbegeleiders-consulenten brengen daarbovenop denkkaders en een bredere blik mee, die helpen om samen te reflecteren en te groeien.
‘Voor mij draait het erom samen stil te staan bij wat kinderen echt nodig hebben. Door kleine vragen te stellen en zelf het voorbeeld te geven kun je zoveel meer losmaken dan je denkt,’ zegt Laetitia Gérard, zelf kinderbegeleider-consulent bij Zorg Leuven.
Zorg Leuven startte met twee consulenten en plant intervisie en omkadering om de functie verder vorm te geven. Ook interne doorgroei is een belangrijk doel.
Wij geloven dat zelf mensen opleiden de toekomst is. Wie vandaag instroom wil, zal die zelf moeten maken.
Een antwoord op de lege vijver
Beide organisaties kwamen tot hun nieuwe profielen vanuit een nijpend tekort aan gekwalificeerd personeel. De dienst Kinderopvang van de stad Gent werkte samen met de dienst Werk en Activering en vzw Compaan om via job(re)design te onderzoeken welke taken door andere profielen konden worden opgenomen. Zo ontstond het ondersteunersprofiel. ‘Het is een vorm van zijinstroom.
Mensen zonder diploma maar met veel motivatie kunnen als OKO starten. Sommigen stappen daarna in een kwalificerend traject. Wij geloven dat zelf mensen opleiden de toekomst is. Wie vandaag instroom wil, zal die zelf moeten maken,’ merkt Ruud Van de Velde op.
Zorg Leuven kijkt dan weer naar bachelor- en graduaatprofielen om de vijver te vergroten en wil interne doorgroei mogelijk maken. Kinderbegeleiders zonder bachelordiploma die al aan de slag zijn binnen Zorg Leuven kunnen onder bepaalde voorwaarden doorgroeien. Zo creëert Zorg Leuven doorgroeimogelijkheden voor interne kinderbegeleiders en bereikt het externe kandidaten (met een bachelordiploma) die tussen en met kinderen willen werken. ‘Het is fijn om een plek te creëren waar mensen met een passie voor kinderen en een hoger diploma zich kunnen blijven ontwikkelen binnen de sector,’ zegt Laetitia Gérard. ‘Ook de doorgroeikansen voor interne medewerkers helpen om collega’s langer aan boord te houden.
De mix van praktijkexpertise en coachende ondersteuning tilt de kwaliteit van de kinderopvang naar een hoger niveau.
Verbinding in plaats van hiërarchie
Opvallend is dat beide organisaties kiezen voor een horizontale insteek. Zowel de OKO’s als de kinderbegeleiders-consulenten zijn volwaardig lid van het team, met duidelijke afbakening van taken, maar zonder hiërarchische afstand.
‘Een consulent is geen leidinggevende, maar een collega met een extra taak,’ verduidelijkt Tine Verbruggen, sociaal pedagogisch deskundige van Zorg Leuven. ‘We willen echt inzetten op samenwerking en reflectie van binnenuit, niet op controle van bovenaf. De mix van praktijkexpertise en coachende ondersteuning tilt de kwaliteit van de kinderopvang naar een hoger niveau.’
Ook in Gent benadrukken ze het belang van begeleiding: ‘De OKO werkt nooit alleen en krijgt extra ondersteuning, onder meer van mentoren. We investeren veel in voorbereiding en coaching, zeker tijdens het kwalificerend traject,’ merkt Ruud Van de Velde op.
Anders denken loont
Het idee dat één profiel alles moet kunnen, is stilaan achterhaald. Ook in andere sectoren werkt gedeelde verantwoordelijkheid al langer. In woonzorgcentra ontlasten logistiek assistenten het zorgpersoneel. In scholen bieden onderwijsassistenten extra ondersteuning in de klas. Gent en Leuven tonen dat ook de kinderopvang wint bij een mix van profielen. Niet door bestaande functies te vervangen, maar door ze slim aan te vullen. In een team waarin iedereen zijn talent inzet, heerst meer rust, betere zorg én meer werkplezier. Het vraagt inzet, duidelijke afspraken en blijvende ondersteuning. Maar het resultaat is een sterkere kinderopvang waar elk talent telt.
‘We moeten niet wachten tot er meer kinderbegeleiders afstuderen. We moeten nú bouwen aan teams met diverse talenten,’ besluit Ruud Van de Velde. ‘En ja, dat begint vaak met kleine zaadjes maar die kunnen uitgroeien tot iets krachtigs,’ vult Laetitia Gérard nog aan. —