In mei trok de VVSG in het kader van het Europese Life AT LAST-project naar Zweden voor een inspirerend werkbezoek. Dat bezoek bouwt verder op de contacten die in september 2024 gelegd zijn, toen een delegatie van het Zweedse Viable Cities-netwerk te gast was bij de VVSG. In het aprilnummer van Lokaal verscheen daarover al een artikel. Daarin lees je hoe het e-learningplatform van AT LAST lokale besturen helpt om hun klimaatacties te versterken.
Fedra Vanhuyse, uitgeweken Belgische professor en Head of Division Societies, Climate and Policy Support bij het Stockholm Environment Institute, en Åsa Bjering van de stad Helsingborg ontvingen ons warm, met koffie, Zweeds gebak en vers fruit. Meteen vertelden ze er ook bij waar de toiletten, de nooduitgangen en de EHBO-kit te vinden zijn. Een vaste start van elke vergadering in Zweden. Safety first.
Fedra Vanhuyse stelde een bijzonder boeiend programma samen, gevuld met infosessies door lokale overheden en bezoeken bij een recyclagebedrijf, de haven en een stadsontwikkelingsproject. Haar scherpe inzichten en zorgvuldige voorbereiding maakten er inspirerende dagen van. Samen zochten we naar manieren om steden klimaatneutraler, inclusiever en veerkrachtiger te maken – en daar zijn Malmö, Helsingborg en Lund sterke voorbeelden van. In de Zweedse proefgemeenten van het project AT LAST onderzoekt Fedra Vanhuyse samen met zeven steden (Malmö, Helsingborg, Lund, Mariestad, Kristianstad, Falkenberg en Uppsala) hoe ze de klimaattransitie kunnen betalen. Ze koppelen klimaatimpact aan financiering. Ze berekenen hoeveel de omslag kost, maken een overzicht van de klimaatimpact van gemeentelijke uitgaven en verkennen hoe ze financiële instrumenten kunnen inzetten voor klimaatneutrale en circulaire projecten.
Klimaatcontracten en -economen
De Zweedse lokale besturen werken nauw samen met burgers, bedrijven en kennisinstellingen. Zij spelen een sleutelrol om de klimaatdoelstellingen te halen. Ze maken werk van zogenaamde Klimaatcontracten 2030 – afspraken tussen steden, nationale agentschappen en onderzoekscentra om klimaatneutraliteit versneld te realiseren. Lund ontwikkelde bijvoorbeeld een klimaatinvesteringsplan en trok hiervoor zelfs een ‘klimaateconoom’ aan. Die plaatst concrete budgetten bij klimaatambities en maakt dat publieke en private financiering samenkomen.
De Zweedse lokale besturen werken nauw samen met burgers, bedrijven en kennisinstellingen. Ze maken werk van zogenaamde Klimaatcontracten 2030 – afspraken tussen steden, nationale agentschappen en onderzoekscentra om klimaatneutraliteit versneld te realiseren.
Lund, Malmö en Helsingborg combineren hun eigen middelen met onder andere groene obligaties, EU-fondsen en leningen van de Europese Investeringsbank. Zo bouwt Malmö met 225 miljoen euro aan duizenden energiezuinige woningen. Het stadsbestuur onderzoekt of een sociale obligatie financieel haalbaar is. Zo’n obligatie draagt een duurzaam label en vereist extra werk: de projecten die je ermee financiert, moeten eerst op duurzaamheid gescreend worden. Daar staat meestal een lagere rentevoet tegenover, waardoor het instrument financieel aantrekkelijk wordt. Helsingborg werkt dan weer met een sustainability-linked loan: als de stad haar klimaatdoelen niet haalt, stijgt de rente voor de stad. Dat is een krachtig engagement voor de toekomst.
RecoLab: circulaire wijk als praktijkvoorbeeld
In Helsingborg bewijst RecoLab hoe ver je met circulaire oplossingen kunt gaan. In de nieuwe wijk Oceanhamnen komt het afvalwater in drie aparte leidingen terecht: voor toiletwater, grijs water (van huishoudelijke activiteiten) en voedselresten. Bij die laatste malen gezinnen gft fijn in hun gootsteen. In België is dat niet toegelaten. Elke stroom wordt apart verwerkt. Zo wint de stad lokaal biogas, meststoffen en proper water terug. Warmtewisselaars halen ook nog eens restwarmte uit het grijze water. Het resultaat? Meer energie uit afval, minder CO₂-uitstoot en tot 80% hergebruik van water.
De kracht van RecoLab zit in de samenwerking: het waterbedrijf, het afvalbedrijf en het energiebedrijf zetten er samen de schouders onder. RecoLab dient intussen ook als leerplek voor andere steden en organisaties die de techniek willen overnemen.
Klimaatvriendelijke logistiek in Helsingborg
De haven van Helsingborg wil tegen 2030 volledig klimaatneutraal zijn. De stad bracht daarvoor alle spelers in de logistieke keten rond de tafel voor de Helsingborg Declaration. Denk aan transporteurs, het havenbedrijf en verladers: iedereen engageert zich.
Op de kaaien rijden nu elektrische terminaltrekkers rond en een hybride sleepboot met batterijpakket vervangt het dieselequivalent. Ook schepen kunnen er intussen groene walstroom gebruiken. Elektrische laadinfrastructuur is slim geïntegreerd in de operaties: laden gebeurt tijdens de pauze. Zo blijven de voertuigen aan het werk zonder stilstand.
Wijkontwikkeling als hefboom voor klimaatbeleid
In Malmö transformeert de oude zorgsite Sege Park in een duurzame woonwijk. De stad werkt vanaf dag één samen met een consortium van ontwikkelaars, nutsbedrijven en bewoners. Ze richten gezamenlijke voorzieningen op: een mobiliteitshub, een gedeelde werkruimte, een voedselhub en zelfs een uitleenpunt voor gereedschap en speelgoed. Alles om duurzaam wonen ook echt haalbaar en betaalbaar te maken.
De wijk is ontworpen volgens circulaire principes: demonteerbare houten gebouwen, regenwateropvang, zonnepanelen, energieopslag en hergebruik van materialen. Een opvallend voorbeeld is het Mobiliteitshuis: een houten parkeertoren die CO₂ opslaat en klaar is voor herbestemming als de parkeerdruk daalt.
Geïnspireerd?
De Zweedse voorbeelden tonen dat klimaatbeleid geen louter technische opdracht is. Het vraagt alleen wat lef om aan samenwerking, burgerbetrokkenheid en slimme financiering te beginnen. Denk aan een eigen klimaateconoom of -regisseur die bruggen slaat tussen beleid en budget, een koppeling tussen investeringen en meetbare klimaatresultaten, circulaire wijkontwikkeling met gedeelde voorzieningen en tot slot slimme combinaties van financiering: eigen middelen, EU-fondsen en publieke-private partnerschappen.
Deze steden tonen dat klimaatneutrale keuzes wel werken – en dat ze niet alleen het klimaat vooruithelpen, maar ook je inwoners en je lokale economie. Het vraagt samenwerking, durf en doorzettingsvermogen van iedereen rond de tafel. Dus zet koffie, zet gebak en een schaal met vers fruit op tafel en begin aan het overleg. En geef ook even aan waar de toiletten, de nooduitgangen en de EHBO-kit zich bevinden. (Climate) safety first. —