Mensen met een multiproblematiek activeren
Overal in Vlaanderen werken lokale besturen samen met VDAB, welzijns- en werkpartners aan lokale partnerschappen. Zo willen ze mensen met een multiproblematiek beter ondersteunen. Deze partnerschappen zijn ontstaan uit een projectoproep van Europa Werk en Sociale Economie, met financiële steun van de Europese Unie. Waar draaien ze precies om?
De lokale partnerschappen die in dit artikel ter sprake komen, zijn geen klassieke projecten, maar lokale leeromgevingen waarin partners samen hun dienstverlening en werkwijze verbeteren in functie van de noden van de klant. Ze zijn bestemd voor mensen die te maken hebben met meerdere hindernissen tegelijk, zoals psychische kwetsbaarheid, armoede, schulden, woononzekerheid of zorgverantwoordelijkheid. Voor hen volstaan standaardtrajecten bij één type hulpverlening zelden. Daarom vertrekken deze partnerschappen niet van bestaande systemen, maar van de realiteit van mensen – en van wat zij van hun leven proberen te maken.
Van casus naar systeeminzicht
De kern van die strategie? Samen kijken naar situaties waarin hulpverlening stagneert of net vooruitgang boekt. Partners reconstrueren samen het verhaal van een deelnemer. Wat werkte? Wat niet? Waar sloten systemen op elkaar aan, of net niet? Dit gebeurt tijdens casusbesprekingen: geen evaluatiemomenten, maar leerruimtes om collectief te leren over de dienstverlening die het partnerschap aanbiedt. Daaruit ontstaat een vorm van kwaliteitsleren die vertrekt vanuit de bedoeling van de deelnemer.
Wat probeert die persoon te realiseren in zijn leven? Wat staat er in de weg, en wat helpt? De vraag is dus niet of iemand het traject ‘leuk’ vond of niet, maar of het systeem geholpen heeft om de doelen van de deelnemer dichterbij te brengen.
Door dit soort gezamenlijke reflectie worden blinde vlekken en systeemfouten zichtbaar. Dat is waardevolle kennis. De inzichten vullen cijfers aan en geven meer diepgang. Ze helpen om beter te begrijpen waarom beleid werkt of faalt bij mensen in complexe situaties. Wat dan weer aanleiding geeft tot (kleine) experimenten om de dienstverlening te verbeteren.
Een trajectbegeleider uit het partnerschap B-OOST Scheldeland (gemeenten Lebbeke, Buggenhout, Dendermonde, Hamme, Zele, Berlare, Wetteren, Wichelen en Laarne) getuigt hierover: ‘Dat er in het lokale partnerschap de tijd genomen mag worden om diep in een casus te duiken en vragen te stellen als “doen we wel de juiste dingen voor deze cliënt”, is erg belangrijk. Wij krijgen een beter zicht op welke ondernomen acties werken en welke niets toevoegen. Hoe mooi zou het zijn mocht elk OCMW de tijd en middelen krijgen om op die manier te werken!’
Lokale besturen brengen initiatiefnemers samen, maken ruimte voor gedeeld leren, en verbinden praktijk met beleid. Niet als uitvoerders in de marge, maar als strategische draaischijven van waaruit het systeem zich kan vernieuwen.
Groeien in effectiviteit
De partnerschappen zitten nog volop in een leerfase. Toch tekenen er zich in de praktijk al duidelijke tendensen af. Partners geven aan dat het gezamenlijke kijken naar casussen betere afstemming oplevert, meer wederzijds begrip en meer gedeeld eigenaarschap. Dat is een belangrijke stap naar een effectievere inzet van middelen: minder dubbel werk, een betere timing van interventies en een meer gerichte ondersteuning.
Die groeiende effectiviteit is niet toevallig. Ze komt voort uit het feit dat partners vertrekken van waar het echt om draait: de bedoeling van mensen, en de vraag of het systeem die op de voorgrond plaatst of niet (voldoende). Een voorbeeld uit het partnerschap AanZet in regio Klein-Brabant Vaartland (gemeenten Bornem, Willebroek en Puurs-Sint-Amands) laat zien hoe zo’n kwaliteitslerende houding kan leiden tot concrete verandering: ‘Door verschillende casusbesprekingen te houden merkten we op dat kleine waardevolle stappen uit het traject niet altijd voldoende opgemerkt worden. We onderzoeken nu met een van de lokale besturen hoe het partnerschap deze kan oppikken en als input kan meegeven aan het BCSD om de voortgang van het traject te duiden en/of om systeemfouten aan de oppervlakte te brengen.’
Lokale besturen maken verandering mogelijk
Lokale besturen zijn cruciale spelers in deze leerprocessen. Zij brengen initiatiefnemers samen, maken ruimte voor gedeeld leren, en verbinden praktijk met beleid. Niet als uitvoerders in de marge, maar als strategische draaischijven van waaruit het systeem zich kan vernieuwen.
Door ruimte te maken voor kwaliteitsleren – met tijd, betrokkenheid en de bereidheid om dat samen te doen – spelen lokale besturen een sleutelrol in het mogelijk maken van verandering. Ze brengen partners bij elkaar, houden de verbinding met het beleid gaaf en maken systematisch leren in de praktijk mee mogelijk. De procesbegeleiding zelf wordt verzorgd door kwaliteitscoaches van de VVSG, Gent, Antwerpen en WSE, maar het zijn de lokale besturen die het speelveld creëren waarin dat leren kan landen en effect kan hebben. Zo bouwen ze mee aan doeltreffender beleid. Geen luxe, maar een noodzakelijke strategie gezien de complexe uitdagingen en schaarse middelen.
Een uitnodiging tot anders kijken
Dit artikel is een uitnodiging. Niet om zachte verhalen boven harde cijfers te verkiezen, maar om praktijkkennis en ervaring te erkennen als volwaardige informatiebron. Om samen te leren uit wat mensen meemaken en te toetsen of ons systeem wel doet wat het ons belooft. Wie echt wil inzetten op meer rechtvaardige en tegelijk efficiënte hulpverlening, moet durven kijken naar wat er zich in de praktijk afspeelt. Want daar ligt de sleutel tot verandering. —