OFP Prolocus, het pensioenfonds van de Vlaamse lokale besturen, bestaat inmiddels drie jaar. De jaren 2022, 2023 en 2024 waren in de statuten opgezet als een transitieperiode. Het bestaande OFP Provant kreeg in deze periode de tijd om zich van een relatief klein fonds, enkel operationeel in de provincie Antwerpen, om te vormen tot een middelgroot fonds voor heel Vlaanderen.
In de jaren sinds 2022 werd alsmaar duidelijker dat het fonds heel erg veel groeipotentieel heeft, zelfs op relatief korte termijn. De transitieperiode is nu voorbij. De algemene vergadering heeft, na de lokale verkiezingen van oktober 2024, de raad van bestuur opnieuw samengesteld. De bestaande tweedeling tussen Provant-besturen en de besturen die in 2022 zijn ingestapt, is daarbij helemaal weggewerkt. Op de AV, die plaatshad op 17 juni in het Brugse Concertgebouw, werden ook de resultaten van het jaar 2024 goedgekeurd.
Een paar cijfers. Het fonds beheerde eind 2024 bijna 437 miljoen euro. Op het moment dat deze tekst in Lokaal verschijnt, is de kaap van het half miljard overschreden. Deze snelle groei is het gevolg van een jaarlijkse totale bijdrage van de besturen van meer dan 100 miljoen euro per jaar, 113 miljoen in 2024, terwijl het fonds jaarlijks nog maar 5 miljoen aan aanvullende pensioenen uitkeert. Dat de jaarlijkse bijdrage in absolute cijfers elk jaar opnieuw stijgt, komt door de inflatie, maar ook door de stijging van het gemiddelde loon van de individuele aangeslotenen. Daarenboven verbeteren besturen beetje bij beetje de aan hun contractanten aangeboden toezegging; zo dragen ook de steeds hogere bijdrage-inspanningen van de lokale besturen bij aan de snelle groei.
Ook de populatie groeit erg snel: eind 2024 telde OFP Prolocus 99.000 actieve aangeslotenen, in vergelijking met 2023 is dat een groei met 5000 eenheden. Daarnaast zijn er zowat 30.000 oud-medewerkers van lokale besturen die hun opgebouwde kapitaal bij OFP Prolocus hebben laten staan, terwijl ze nog niet op pensioen zijn, ‘slapers’, in het jargon. Dit zijn er 10.000 meer dan eind 2023. Ook zij krijgen hun opgebouwde kapitaal op de datum van hun pensionering uitbetaald, terwijl het in afwachting daarvan in het fonds blijft.
Natuurlijk is ook het rendement van de beleggingen mee ‘verantwoordelijk’ voor de vermogensgroei. Het actieve beheer van het vermogen realiseerde het voorbije jaar een bruto rendement van 11,14%. Op de individuele rekeningen van de aangeslotenen in de kapitaalstoezegging werd 9,7% rendement toegekend, het verschil werd als buffer opgebouwd voor de betrokken besturen.
Zowat 90% van de Vlaamse lokale besturen is aangesloten, met een totaal van bijna 770, omdat per aangesloten gemeentebestuur het OCMW als aparte rechtspersoon ook apart wordt geteld en er nog tal van andere ‘nevenstructuren’ aangesloten zijn.
Het aantal bijdragende besturen stabiliseert op ongeveer 770. Zowat 90% van de Vlaamse lokale besturen is aangesloten bij het fonds. Eind 2024, dus voor de recente fusies, waren dat er 270 op 300. We bereiken een totaal van bijna 770, omdat per aangesloten gemeentebestuur het OCMW als aparte rechtspersoon ook apart wordt geteld. Er zijn bovendien nog tal van andere ‘nevenstructuren’ van de lokale besturen aangesloten bij het fonds: van hulpverleningszones over projectverenigingen, van autonome gemeentebedrijven tot verenigingen van OCMW’s
OFP Prolocus verlaagt de kosten
De algemene vergadering keurde de revisie goed van een aantal van de oorspronkelijke teksten. Naast aanpassingen van overwegend technische aard besliste de AV om de aangerekende kosten te verlagen. De voorbije drie jaar hebben we immers de mogelijkheid gehad die kosten beter in te schatten.
Om te beginnen: de kosten die het fonds nodig heeft voor zijn werking, worden niet verhaald op de bijdragen van de besturen, en dus ook niet op het aanvullende pensioen van de contractanten. De financiële kostenstroom is strikt gescheiden van de bijdragenstroom. Daarom gaat het fonds vanaf dit najaar de kosten ook apart innen, en haalt het die uit de RSZ-afrekening van de besturen. De aangesloten besturen zullen een aparte factuur krijgen om hun kosten te voldoen. Dit alles verhoogt ook de transparantie.
De structuur van de te betalen kosten blijft dezelfde: elk aangesloten entiteit betaalt een vast bedrag en een bedrag per aangeslotene.
Zowel voor het vaste bedrag, 1000 euro, als voor het bedrag van 10 euro per aangeslotene, wordt de indexering sinds 2022 teruggeschroefd. We vertrekken per 1 januari 2025 opnieuw van deze ongeïndexeerde basisbedragen, maar zullen in 2026 wel opnieuw indexeren.
We hebben de eerste drie jaar geen onderscheid gemaakt tussen een actieve aangeslotene en een slaper, die zoals hogerop gezegd ook aangeslotene blijft. Het aantal slapers loopt echter heel snel op. We weten dat een slaper voor het fonds minder beheerkosten genereert, daarom was het mogelijk ook die kosten voor de besturen te verlagen. Met ingang van 2025 betaalt een bestuur voor een slaper nog maar 4 euro per jaar, in plaats van 10 euro.
Tot slot is er op dit systeem een behoorlijk voordelige correctie voor erg kleine besturen, besturen met maximaal 15 aangeslotenen. Ook voor erg grote besturen, dat zijn de besturen met meer dan 500 aangeslotenen, is er naast de verlaging van de tarieven vanaf 2025 een bijkomende korting opgezet. —