Als er nu één land niet in aanmerking komt voor stedenbanden, dan wel Oekraïne? Mis poes. Jumelages, medische en culturele samenwerking: Mechelen en Merelbeke-Melle bewijzen dat het kan. Samenwerking ondanks Russische agressie is mogelijk en wenselijk. En de Oekraïners zelf zijn ‘opgetogen met alle hulp die ze mogen ontvangen’.
‘We hebben in Merelbeke-Melle heel veel ziekenhuizen en revalidatiecentra in de buurt. Zo kunnen we in onze Oekraïense zusterstad Kalush een rol spelen in het leveren van kennis en materiaal. Want de expertise die je nodig hebt en gebruikt in een context van een verouderende bevolking in Vlaanderen, is vaak dezelfde die je kunt inzetten om Oekraïense soldaten te behandelen die invalide van het oorlogsfront terugkeren.
We kunnen als lokale bestuurders meer doen dan we denken. En dat beleid staat los van de nationale, Europese en de NAVO-investeringen om Oekraïne te helpen in de strijd tegen Rusland,’ steekt een enthousiaste burgemeester Egbert Lachaert van Merelbeke-Melle van wal. ‘De voorbije zomer, op 23 juni, sloten Merelbeke-Melle en Kalush een stedenband, midden in de Russische agressie jegens Oekraïne: onze jumelage is een oorlogskind,’ glimlacht hij.
Democratische waarden en cultuur
De jumelage kwam er bijzonder snel na de installatie van het gemeentebestuur van de nieuwbakken fusiegemeente Merelbeke-Melle. Burgemeester Lachaert: ‘Op 2 januari, toen we startten met de nieuwe ploeg, zijn we eens gaan nadenken over jumelage. Want je kunt er niet omheen dat wat er allemaal gebeurt in de wereld ook ons als lokale besturen kan en moet raken. Ik denk dat er twee conflicten zijn die maatschappelijk leven en dat is het Israëlische optreden in Gaza en Ruslands agressie tegen Oekraïne.
Aan het Israëlisch-Palestijnse conflict kun je als lokaal Vlaams bestuur weinig doen. Maar in Oekraïne kun je wel een rol spelen. De Oekraïners zijn er zelf op gebrand via steden en gemeenten banden te smeden met West-Europa, al was het maar om hen en hun strijd niet te vergeten. Vergis je niet: zij vechten dag na dag voor het behoud van onze waarden zoals democratie, gelijkheid, rechtszekerheid en vrije meningsuiting tegen een dictator als Poetin. De Oekraïners hebben de indruk dat hun strijd wat vergeten wordt. Daarom is sensibilisering via stedenbanden zo belangrijk.’
De Oekraïners zijn er zelf op gebrand via steden en gemeenten banden te smeden met WestEuropa. Ze hebben de indruk dat hun strijd wat vergeten wordt. Daarom is sensibilisering via stedenbanden zo belangrijk.
Ook Mechelen was behoorlijk snel in het smeden van een stedenband. De partner voor Mechelen is de grote westelijk gelegen stad Lviv, zowat tachtig kilometer van de grens met Polen. Al in 2023 ondertekenden beide burgemeesters een jumelage. Normaliter telt Lviv bijna 800 000 inwoners maar daar zijn de voorbije oorlogsjaren vele duizenden vluchtelingen bijgekomen. Ondanks alle verschillen ziet directeur Vrije Tijd Steven Defoor ook gelijkenissen tussen Lviv en Mechelen: ‘Ja, hoe vreemd dat mag klinken.
De burgemeester van Lviv is net zo’n aanwezige en gedreven figuur als burgemeester Bart Somers van Mechelen. Beide steden zijn dynamisch, je ziet heel veel volk op straat. Er is in beide steden altijd geld tekort voor cultuur en toch bloeit ook in Lviv het culturele veld alsof er geen oorlog woedt. Maar natuurlijk sijpelt die oorlog door in de culturele productie; ik ben daar een kunstencentrum gaan bezoeken waar een van de belangrijke beleidslijnen draait om traumaverwerking via de kunsten. Tja, dat kennen we hier natuurlijk niet.’
Uitwisseling van kennis en expertise
‘De samenwerking met Mechelen is bijzonder divers,’ zegt Myriam Colle, directeur Strategie en van nabij betrokken bij de stedenband. ‘Zo hebben we een delegatie Oekraïners enkele sessies laten doen met onze twee adviseurs die veel ervaring hebben in het schrijven van Europese subsidiedossiers. Maar evengoed brachten we hen in contact met de Thomas More-hogeschool, meer specifiek met de afdeling verpleegkunde waar ze innovatief bezig zijn met protheses. Dat bezoek was in juli vorig jaar.
Een tiental Oekraïense studenten kwam op bezoek bij de Europese instellingen. Ook de werking van een lokaal bestuur zoals dat van Mechelen hebben ze leren kennen.’ Colle is ervan overtuigd dat de Oekraïense partners ‘blij zijn met alle mogelijke vormen van hulp. Als lokaal bestuur zijn onze financiën beperkt. Maar behalve geld kunnen we hen ook kennisoverdracht en expertise aanbieden. Ze zijn erg geboeid door alles wat de klimaatproblematiek en de Europese subsidies betreft. Een druppel op een hete plaat? Misschien is dat zo. Maar elke druppel is welkom.’
Hoe stevig de vriendschap ook is, er blijft op Oekraïne een stempel van corruptie kleven, maar burgemeester Egbert Lachaert relativeert: ‘Die strijd tegen corruptie is niet alleen in Oekraïne maar ook elders in Oost-Europa een heikel punt. Niet alleen de buitenwereld, ook de eigen bevolking vindt die strijd een absolute prioriteit. (Toen president Zelenski een anticorruptiebureau wou kortwieken, stonden in een mum van tijd betogers op straat, nvdr.) De Oekraïners hebben echt de keuze gemaakt dat zij tot het Westen willen behoren.
‘Als lokaal bestuur kunnen we kennisoverdracht en expertise aanbieden. Ze zijn erg geboeid door alles wat de klimaatproblematiek en de Europese subsidies betreft. Een druppel op een hete plaat? Misschien, maar elke druppel is welkom.
Al sinds 2014 vechten ze voor vrijheid en tegen dictatuur vanuit Moskou. Dat is voor Oekraïne de hele inzet van de oorlog. Zij zouden liever sterven in de oorlog dan dat ze opnieuw onder een door Rusland aangestuurde dictatuur moeten leven.’
Europese identiteit
Oekraïne heeft wapens nodig, dat staat buiten kijf. Zware oorlogswapens van Amerika, Frankrijk, Engeland, Duitsland en ga zo maar door. Dat is niet het soort hulp dat Mechelen te bieden heeft, aldus Steven Defoor: ‘De noden zijn divers en enorm. In juni hebben we een konvooi van negen dienstvoertuigen naar Lviv gebracht, een brandweerwagen, een aantal politiewagens. En allerlei materiaal, bijvoorbeeld kogelwerende vesten. Maar eigenlijk hebben ze ook hoge nood aan hulp en steun bij Europese projecten in cultuur en sport. In die domeinen willen en kunnen ze hun Europese identiteit tonen en uitdiepen.’
Mechelen hielp de Oekraïense partner om die Europese identiteit te verstevigen. Daarom organiseerde de stad een congres over Europese integratie. Ook via cultuur, met name literatuur, wordt aan identiteitsvorming gedaan, zegt Defoor: ‘De bibliotheken werken samen; we wisselen boeken uit. Bij ons staan Oekraïense boeken die gretig aftrek vinden bij de Oekraïense vluchtelingen die Mechelen al enkele jaren opvangt. Omgekeerd zul je in de bibliotheek van Lviv kunstboeken uit Mechelen vinden.
Of nog: we gaan een auteur naar de bib van Lviv sturen en omgekeerd gaan we in Mechelen een cultureel evenement opzetten met literatuur, debat, muziek. En alles in livestream, zodat onze vrienden in Lviv kunnen volgen.’
Tweerichtingsverkeer Een groep van een tiental jonge Oekraïners kwam sfeer snuiven en bijleren in Mechelen, maar ook omgekeerd zijn er bezoeken om elkaar beter te leren kennen. Zo trok een delegatie van Merelbeke-Melle naar jumelagepartner Kalush. De delegatie kon rekenen op de logistieke hulp van Mechelen, dat zijn stedenband met Lviv al een jaar eerder had gesloten en dus ervaring heeft in reizen naar Oekraïne.
Met name in verband met grensformaliteiten en transport was de steun van Mechelen en de Belgische ambassadeur zeer welkom. Beide delegaties reisden eerst samen en nadien gingen ze elk hun weg: de ploeg uit Mechelen bleef in zusterstad Lviv, de delegatie uit Merelbeke-Melle trok naar Kalush. Een pakkende trip, zo beschrijft Egbert Lachaert de reis: ‘Je bent dan wel in het westen van Oekraïne, vrij ver van het front, maar je voelt die oorlog toch.
De bibliotheken werken samen; we wisselen boeken uit. Bij ons staan Oekraïense boeken die gretig aftrek vinden bij de Oekraïense vluchtelingen. Omgekeerd zul je in de bibliotheek van Lviv kunstboeken uit Mechelen vinden.
We wandelden in Kalush over een brede boulevard met foto’s van 110 soldaten die naar het front gingen en nooit terugkeerden, noch levend, noch dood. Men heeft dus geen stoffelijk overschot om te kunnen rouwen. Wij wandelden daar in stilte en met groot respect. Plots zagen we hoe een oudere vrouw, een moeder in huilen uitbarstte bij de foto van haar zoon. De man was dertig toen hij twee jaar geleden naar het front trok.
En zo wordt hij herdacht: een troosteloze vlakte met een huilende moeder. Velen van onze delegatieleden hadden moeite om hun tranen in te houden. Iedereen die je ontmoet, heeft wel een dode te betreuren, iedereen kent wel een jongen aan het front. Velen van hen komen terug met geamputeerde ledematen of met geestelijke trauma’s.’
Aan die noden wil Merelbeke-Melle soelaas bieden, zegt Lachaert: ‘Wij doen een oproep aan ziekenhuizen, revalidatiecentra, medische centra om een stukje bijstand te leveren. Maar die medische hulp is maar één voorbeeld. Er wordt ook gedacht aan culturele uitwisseling en uitwisseling van leerlingen. Kalush is een industrieel economisch centrum waar veel technologische bedrijven zitten en wij hebben er zo ook wel enkele. Maar voor economische samenwerking is het nog te vroeg. Dat is voor later. In vredestijd.’ –