De VVSG steunt de plannen om de regels voor toeristische verblijven te vernieuwen. Die moeten gemeenten meer mogelijkheden geven om de druk van kortetermijnverhuur op het woningaanbod aan te pakken en eerlijke concurrentie tussen uitbaters te bevorderen. Tijdens een hoorzitting in het Vlaams Parlement op 28 oktober vroeg de VVSG betere toegang tot verhuurgegevens, duidelijke afspraken over handhaving en voldoende ondersteuning, zonder onnodige extra werklast voor gemeenten.
Het Vlaamse Logiesdecreet bepaalt aan welke regels toeristische verblijven moeten voldoen. Het gaat bijvoorbeeld om hotels, vakantiewoningen en appartementen die eigenaars voor korte periodes aan toeristen verhuren. Het decreet regelt onder meer de registratie, veiligheid en kwaliteit van die verblijven.
Vlaanderen wil het Logiesdecreet en de bijbehorende uitvoeringsregels aanpassen. Zo wil het de registratie en de uitwisseling van gegevens over kortetermijnverhuur verbeteren en de controle op stedenbouwkundige regels versterken.
Lokale besturen vragen daar al langer om. De VVSG was al vroeg bij de plannen betrokken en bezorgde haar aandachtspunten ook in een brief aan de bevoegde minister.
Verhuurdata moeten lokaal bruikbaar zijn
Als onlineplatformen verhuurgegevens delen, krijgen gemeenten een beter zicht op het aanbod van toeristische verblijven op hun grondgebied. Daarvoor hebben ze ook de exacte start- en einddatum van de verhuur en de gegevens van de uitbater nodig. Alleen weten hoelang een verblijf verhuurd wordt, volstaat niet om stedenbouwkundige regels correct te handhaven.
De VVSG vraagt daarom directe en gebruiksvriendelijke toegang tot die gegevens, zonder onnodige drempels. Ook informatie over stopzettingen moet bij de gemeenten terechtkomen. Het digitale platform moet zo snel mogelijk beschikbaar zijn. Daarnaast vraagt de VVSG Vlaamse ondersteuning om de gegevens lokaal te analyseren.
Ook de definitie van kortetermijnverhuur moet voldoende breed en duidelijk zijn. Onduidelijkheden en uitzonderingen mogen geen achterpoortjes creëren waarmee uitbaters de registratie en gegevensdeling ontwijken.
Lokaal proces-verbaal moet tot optreden leiden
De hervorming biedt uitzicht op een oplossing voor de huidige problemen met toeristische verblijven die niet voldoen aan de stedenbouwkundige regels.
Als een gemeente aan Toerisme Vlaanderen meldt dat een verblijf geen stedenbouwkundige vergunning heeft en ook niet vrijgesteld is van die vergunningsplicht, moet Toerisme Vlaanderen daar daadwerkelijk gevolg aan geven. Daarvoor moet het de beschikbare handhavingsmiddelen inzetten, waaronder een beveiligingsmaatregel.
Gemeenten moeten zelf blijven beslissen waar ze controleren en optreden, en of ze een proces-verbaal opstellen. De VVSG vraagt dat Vlaanderen zich er duidelijk toe verbindt om na zo'n lokaal signaal op te treden. Ook moet helder zijn wie waarvoor verantwoordelijk en aansprakelijk is.
Eenvoudig en duidelijk afgebakend attest
Voor nieuwe erkenningsaanvragen komt er een stedenbouwkundig conformiteitsattest. De VVSG vraagt om ook alternatieven te onderzoeken, zoals een attest dat een derde partij aflevert. Lokale besturen moeten mee vorm kunnen geven aan de verdere uitwerking.
Het attest of een alternatief moet alleen duidelijk maken of de toeristische verblijfsfunctie op die locatie vergund, vergund geacht of vrijgesteld is, en welke voorwaarden gelden. Het mag geen uitspraak doen over alle mogelijke stedenbouwkundige overtredingen aan een gebouw.
Het decreet moet die beperkte reikwijdte duidelijk vastleggen. Om de werklast voor gemeentelijke omgevingsdiensten te beperken, mag een plaatsbezoek geen verplichte voorwaarde zijn.
Blijvende Vlaamse ondersteuning nodig
Werkbare regels vragen ook om ondersteuning bij de uitvoering. De VVSG dringt aan op een uitgebreide praktische handleiding met stappenplannen, modeldocumenten en hulpmiddelen. Daarnaast vragen we ook toegankelijke juridische ondersteuning van Toerisme Vlaanderen.
Een informatieronde moet alle lokale besturen bereiken, ook buiten de bekende toeristische bestemmingen.
De VVSG vraagt om snel werk te maken van het decreet, het uitvoeringsbesluit en de praktische uitvoering. Zo krijgen gemeenten bruikbare instrumenten om het woningaanbod te beschermen en eerlijke concurrentie tussen logiesuitbaters te bevorderen.