‘Ik heb graag veertig tabbladen openstaan en ben het liefst met verschillende dingen tegelijk bezig. De ene keer werk ik aan een AI-toepassing, de andere keer geef ik een opleiding of denk ik met collega’s na over hoe iets beter kan. Die afwisseling geeft mij energie. En als ik mijn kennis ook nog kan delen met andere lokale besturen, zodat zij er iets aan hebben, vind ik dat ideaal.’
Stephanie De Clercq is ICT-coördinator onderwijs bij de gemeente Londerzeel. Ze combineert die functie met dossiers over digitale transformatie en artificiële intelligentie (AI). Na haar opleiding als leerkracht en haar ervaring als ICTcoördinator in het onderwijs werkte ze bij het kenniscentrum Digisprong van de Vlaamse overheid. In Londerzeel groeide haar opdracht uit tot gemeentelijk ICT-beleid en AI.
‘Mijn absolute passie ligt momenteel bij AI. Ik wil nadenken over hoe we die technologie doordacht kunnen integreren in een lokaal bestuur, zonder de risico’s uit het oog te verliezen. Sommige mensen zijn zo enthousiast over AI dat ze de mogelijke gevaren bijna ontkennen. Dat wil ik absoluut niet doen.’
‘Een belangrijk onderdeel van ons AI-beleid is daarom AI-geletterdheid. Vorig jaar gaf ik sessies aan al onze medewerkers. We zijn niet gewoon twee uur gaan experimenteren met prompts, maar begonnen bij de basis: wat is AI eigenlijk? Veel mensen kennen het begrip, maar kunnen moeilijk uitleggen hoe AI precies werkt.’
‘Als je begrijpt hoe AI werkt, begrijp je ook waarom het soms foute antwoorden geeft. Ik toon medewerkers zowel de mogelijkheden als de risico’s. Denk aan foto’s die je uploadt naar gratis AI-toepassingen. Mensen beseffen niet altijd dat ze daarmee rechten op hun beeldmateriaal kunnen afstaan. Ook deepfakes en deepnudes zijn belangrijke aandachtspunten, zeker in het onderwijs.’
‘Ons AI-beleid groeit stap voor stap. We begonnen met een visie, koppelden daar AI-geletterdheid aan en werken nu aan transparantielabels en een AI-verklaring voor burgers. We willen duidelijk maken waar en hoe we AI gebruiken. Niet omdat iedereen het doet, maar omdat we weten waarom we het doen en wat het oplevert.’
‘Een volgende uitdaging is vibecoding: met behulp van AI toepassingen programmeren. Steeds meer medewerkers vinden daar hun weg in. Een collega bouwde bijvoorbeeld een toepassing voor de speleotheek van de bibliotheek. Zelf maakte ik een tel-app voor de dienst Mobiliteit, een toepassing voor vacaturebundels en een vergadertool voor ons onderwijsmanagementteam. Dat zijn toepassingen die het werk vereenvoudigen.’
‘Maar er zijn nog geen duidelijke afspraken over welke tools we mogen gebruiken, waar we gegevens opslaan en hoe we de kwaliteit controleren. Zodra je toepassingen koppelt aan gegevens, groeien de risico’s. En als iemand die zelf een programma bouwde de organisatie verlaat, mag je niet achterblijven met een toepassing die niemand nog kan aanpassen. We moeten dus nadenken over documentatie, validatie en beheer. Enthousiasme is goed, maar we hebben ook een kader nodig.’
Je moet je eerst afvragen welk probleem je wilt oplossen of welke kwaliteit je wilt verbeteren.
‘Naast AI werk ik met een collega aan een toepassing voor projectopvolging binnen de gemeente. Daarmee willen we projecten opvolgen en erover rapporteren aan bijvoorbeeld de gemeenteraad. De tool is nog niet af, maar wordt al intensief gebruikt. We breiden hem verder uit met nieuwe functies en koppelingen. Het is fijn om iets te ontwikkelen waar collega’s effectief mee werken.’
‘Wat mij energie geeft, is de afwisseling. Ik combineer mijn werk voor het onderwijs met gemeentelijke dossiers, geef opleidingen, bezoek scholen en denk na over beleid en processen. Ik werk graag samen met verschillende diensten en leer van anderen. Vooral complexe vraagstukken uitpluizen en uitzoeken hoe iets beter kan, boeit mij.’
‘Ik mis het klaslokaal soms. Vroeger gaf ik voltijds les. Maar opleidingen geven is ook een vorm van lesgeven. Kennis delen doe ik heel graag. De laatste tijd krijg ik ook vaker vragen van andere lokale besturen over ons AI-beleid of onze projectopvolging. Samen nadenken en ervaringen uitwisselen geeft mij voldoening.’
‘Wat mij verraste aan werken op lokaal niveau, is hoeveel een gemeente doet en hoeveel verschillende mensen er werken. Bij de Vlaamse overheid kwam ik minder uiteenlopende profielen tegen. In een lokaal bestuur werk je met mensen met heel verschillende taken en noden. Als je opleidingen geeft, bereik je zowel administratieve medewerkers als mensen uit de groendienst, de bibliotheek of de keuken van een woonzorgcentrum. Dat maakt het boeiend, maar ook complex.’
‘Ik vind ook de verbondenheid met de gemeenschap bijzonder. In een kleiner lokaal bestuur kennen veel mensen elkaar en wonen ze in de omgeving. Na drie jaar kan ik op de jaarmarkt rondlopen en voortdurend bekenden tegenkomen. Je krijgt snel een band met de gemeenschap. Dat had ik niet verwacht.’
‘Ik vind het belangrijk dat lokale besturen meer kennis en ervaringen delen. We staan vaak voor gelijkaardige vraagstukken. Ik word regelmatig gevraagd om mee na te denken over toepassingen of beleid en maak daar graag tijd voor. Ik leer er zelf ook uit. Door kennis te delen, kunnen we samen onze dienstverlening verbeteren.’
‘Soms vertrekken organisaties vanuit een toepassing, zoals Copilot en schrijven ze daar vervolgens een beleid rond. Maar dat is niet de juiste volgorde. Je moet je eerst afvragen welk probleem je wilt oplossen of welke kwaliteit je wilt verbeteren. AI gebruiken om AI te gebruiken, daar schieten we niet veel mee op.’
‘Dat vind ik leuk aan mijn job: samenwerken met verschillende mensen en diensten, complexe vraagstukken uitpluizen en iets ontwikkelen waar anderen echt mee verder kunnen. En als je die ervaring ook deelt met andere lokale besturen, wordt de impact alleen maar groter.’ —