Klimaatbestendigheid, snellere vergunningen en artificiële intelligentie kregen een prominente plaats in de State of the Union van Commissievoorzitter Ursula von der Leyen op 16 september 2026. Ook voor lokale besturen bevatten haar plannen een aantal belangrijke aanknopingspunten. Veelzeggend is dat de volgende meerjarenbegroting slechts beperkt aan bod kwam. Wat moet je als lokaal bestuur onthouden uit deze jaarlijkse Europese beleidsverklaring?
Wat is de State of the Union?
De State of the Union is de jaarlijkse beleidsverklaring van de voorzitter van de Europese Commissie in het Europees Parlement. De voorzitter maakt de balans op van het voorbije jaar en licht de belangrijkste plannen voor het komende jaar toe. Daarna debatteren de Europarlementsleden over die koers.
De toespraak geeft dus de politieke richting aan, maar is op zichzelf geen nieuwe wetgeving. De Commissie vertaalt haar ambities vervolgens naar een werkprogramma en concrete voorstellen.
De lokale dimensie kwam tijdens het debat in het Europees Parlement nauwelijks expliciet aan bod, hoewel verschillende aangekondigde maatregelen rechtstreeks raken aan de werking van steden en gemeenten.
Een sterker Europa in een onzekere wereld
Europa is tegelijk sterker én kwetsbaarder dan ooit, stelde Von der Leyen bij het begin van haar toespraak. Haar centrale boodschap: de Europese Unie moet haar toekomst zelf in handen houden. Daarvoor wil ze de economie versterken, afhankelijkheden verminderen en meer verantwoordelijkheid opnemen voor de eigen veiligheid. Steun aan Oekraïne, betaalbare energie en bescherming tegen buitenlandse inmenging blijven belangrijke prioriteiten.
Opvallend waren haar uitnodiging aan Canada om het eerste geassocieerde lid van de EU te worden en haar voorstel om sociale media voor kinderen jonger dan dertien te verbieden. Ook zorg en huisvesting kregen aandacht. De boodschap daarachter: Europese samenwerking moet inwoners niet alleen economisch sterker maken, maar ook beschermen.
Klimaatverandering en artificiële intelligentie beschreef ze als ontwikkelingen die onze toekomstige welvaart en veiligheid mee bepalen. Europa moet zowel de uitstoot terugdringen als zich aanpassen aan een veranderend klimaat. Bij AI wil ze maatschappelijke kansen benutten én de risico’s beheersen.
Wat betekent dit voor lokale besturen?
Meerjarenbegroting: moeilijke onderhandelingen over de omvang van het budget
De volgende Europese meerjarenbegroting voor 2028-2034 kwam in de State of the Union slechts beperkt aan bod. Von der Leyen verwees vooral naar de nood aan nieuwe eigen inkomsten voor de Europese Unie. Dat beperkte gewicht in de toespraak past bij de moeilijke onderhandelingen tussen de lidstaten over de omvang van de volgende Europese begroting.
De Commissie stelde een budget van bijna 2 biljoen euro voor, of 1,26% van het gemiddelde bruto nationaal inkomen van de EU. De lidstaten zijn het echter nog niet eens over die omvang. De discussie draait daarbij niet alleen om de vraag hoeveel de EU de komende zeven jaar mag uitgeven, maar ook om de keuzes die volgen wanneer het voorgestelde budget wordt verlaagd: welke beleidsprioriteiten en programma's krijgen dan minder middelen?
Voor lokale besturen is dat een belangrijke vraag. De nieuwe begroting bepaalt mee hoeveel Europese middelen vanaf 2028 beschikbaar zijn voor onder meer cohesiebeleid, klimaat, digitalisering, mobiliteit en sociale inclusie. Lokale besturen kunnen die Europese programma’s inzetten om doelstellingen en investeringen uit hun eigen meerjarenplan mee te realiseren. Bovendien stelt de Commissie voor om verschillende bestaande fondsen samen te brengen in nationale en regionale partnerschapsplannen.
De VVSG vraagt dat steden en gemeenten van bij de start volwaardig betrokken worden bij de uitwerking van die plannen. Europese middelen moeten ook daadwerkelijk terechtkomen bij lokale uitdagingen en investeringen. Daarom is niet alleen de uiteindelijke omvang van het budget van belang, maar ook waar eventuele besparingen terechtkomen.
Vergunningen: sneller, maar ook werkbaar
De Commissie kondigt voorstellen aan om vergunningverlening te versnellen, vooral voor projecten die Europa strategisch belangrijk vindt. Von der Leyen roept de lidstaten daarnaast op om onnodige extra eisen boven op Europese regels te vermijden. Welke vergunningen, procedures en termijnen precies zullen veranderen, moet nog blijken uit de voorstellen.
Voor lokale besturen wordt de toets dubbel: helpt de vereenvoudiging om projecten sneller te realiseren, en blijft ze werkbaar voor de diensten die aanvragen behandelen? Kortere termijnen alleen volstaan niet. Ze vragen ook duidelijke regels, voldoende capaciteit en goede afstemming tussen overheden. Bovendien mogen snelheid en vereenvoudiging niet ten koste gaan van de leefomgeving en inspraak.
Die bezorgdheid klinkt ook bij het Europees Comité van de Regio’s. In zijn advies over het European Grids Package steunt het Comité snellere vergunningen voor energie-infrastructuur, maar waarschuwt het dat dit niet ten koste mag gaan van milieunormen, publieke inspraak of de bescherming van lokale gemeenschappen en biodiversiteit. Het vraagt daarbij ook een duidelijke rol voor lokale en regionale besturen in de planning en vergunningverlening.
Klimaatadaptatie: meer aandacht voor de lokale uitvoering
In oktober wil de Commissie een nieuw Europees kader voor klimaatbestendigheid voorstellen. Ze wil honderd van de kwetsbaarste gebieden in Europa identificeren en bepalen op welk niveau de risico’s het best worden aangepakt. Von der Leyen verwees daarbij uitdrukkelijk naar het lokale niveau, waar aanpassing aan klimaatverandering het meest concreet wordt.
Daarnaast kondigde ze een Europees hittegolfplan aan. Dat moet zorgen voor betere waarschuwingssystemen, een betere voorbereiding van de zorg, verkoeling in steden en bescherming van mensen die extra kwetsbaar zijn voor hitte. Een nieuw Europees waterinitiatief moet waterschaarste helpen aanpakken. Daarbij wees ze nadrukkelijk op het verlies van water door lekkende leidingen.
De lokale vertaling ligt voor de hand: schaduw en groen in buurten, ruimte om water vast te houden, aangepaste publieke gebouwen en afspraken met zorg- en welzijnspartners tijdens hitteperiodes. De belangrijkste vraag voor steden en gemeenten is daarom niet alleen welke ambities Europa formuleert. Het wordt ook uitkijken naar de financiering, kennis en ondersteuning waarmee lokale besturen die ambities kunnen uitvoeren.
AI: kansen benutten, maar de mens aan het stuur houden
Artificiële intelligentie kreeg een prominente plaats in de toespraak. Von der Leyen ziet AI als een belangrijke motor voor de Europese economie en samenleving, maar wees tegelijk op de risico’s van steeds krachtigere modellen. Europa wil daarom nauwer samenwerken met internationale partners rond de evaluatie en beveiliging van AI-modellen. Voor Von der Leyen is het uitgangspunt duidelijk: AI moet mensen ondersteunen, niet vervangen.
Tegelijk wil Europa sterker inzetten op eigen AI-capaciteit. De Commissie focust daarbij op vijf sectoren waar Europa over veel waardevolle gegevens beschikt: gezondheid, transport, agrovoeding, geavanceerde maakindustrie, en defensie en ruimtevaart. In november volgen nieuwe initiatieven voor deze sectoren.
Ook lokale besturen experimenteren steeds vaker met AI, bijvoorbeeld voor dienstverlening, gegevensanalyse of administratieve processen. De Europese ambities bieden kansen, maar maken ook duidelijk welke randvoorwaarden nodig zijn: betrouwbare gegevens, voldoende expertise, cyberveiligheid en duidelijke afspraken over verantwoordelijkheid en menselijke controle.
Tegelijk hebben lokale besturen ondersteuning nodig bij de uitvoering van de Europese AI-wetgeving die vandaag al bestaat. De regels vertalen naar de dagelijkse werking van een lokaal bestuur vraagt juridische, technische en organisatorische kennis die niet elk bestuur afzonderlijk kan opbouwen. Voor veel lokale besturen zijn zowel de toepassing van de bestaande regels als de invoering van nieuwe AI-toepassingen daarom vraagstukken die moeilijk individueel op te lossen zijn. Samenwerking, gedeelde kennis en betrouwbare toepassingen worden daarom steeds belangrijker.
Volgende stap: het werkprogramma voor 2027
Volgens de huidige planning publiceert de Commissie op 20 oktober 2026 haar werkprogramma voor 2027. Dat maakt duidelijk welke initiatieven ze concreet wil voorstellen en wanneer. Daarna leggen de Commissie, het Europees Parlement en de Raad gezamenlijke wetgevingsprioriteiten vast.