Sint-Truiden verkent met het Noord-Marokkaanse Berkane samenwerking in de fruitsector en het voetbal. Genk herkent in het Ecuadoriaanse Otavalo zijn eigen superdiversiteit en traditie van burgerparticipatie. En een pril partnerschap tussen Laarne en Ouinhi in Benin inspireerde de Oost-Vlaamse gemeente al tot de oprichting van een dorpsraad. Waarom kiezen lokale besturen vandaag voor een nieuwe stedenband en hoe geven ze die vorm?
De drie partnerschappen willen vanaf 2027 deel uitmaken van het nieuwe federale GLoBe-programma rond goed lokaal bestuur. De VVSG diende daarvoor midden juni een subsidiedossier in. Krijgt het programma groen licht, dan versterken zestien stedenbanden van 2027 tot 2031 lokale besturen in België, Benin, Senegal, Ecuador en Marokko. Sterke lokale instellingen, burgerparticipatie, inclusie en wederzijds leren vormen de rode draad. Begin november valt de beslissing.
Sint-Truiden en Berkane houden de voeten op de grond
Op een centraal plein in Berkane prijkt een grote sinaasappel op een zuil. Toen een Truiense delegatie de Noord-Marokkaanse stad begin maart bezocht, bracht ze een kunstwerk van stadsgenoot Hugo Duchateau mee: een zuil met appels en peren. Sint-Truiden en Berkane liggen allebei in het hart van een belangrijke fruitstreek. Hun economie steunt sterk op de teelt en verwerking van respectievelijk appels en peren en citrusvruchten.
Berkane ligt in de regio Oriental, dicht bij de Middellandse Zee en de Algerijnse grens. De vruchtbare Triffavlakte rond de stad is een belangrijk centrum voor de teelt, verwerking en export van citrusvruchten. Vooral de clementine van Berkane geniet internationale bekendheid.
De ontmoeting tussen beide fruitsteden moet uitgroeien tot een volwaardige stedenband. Tijdens het eerste werkbezoek ondertekenden ze alvast een intentieovereenkomst. ‘Het was een fijne kennismaking en een bijzonder leerrijk bezoek,’ zegt Gert Stas, schepen van lokaal mondiaal beleid in Sint-Truiden. ‘Berkane is een jonge stad in volle ontwikkeling. De economie boomt en de fruitsector investeert in moderne sorteermachines en geavanceerde technologieën. Op bepaalde vlakken staan ze verder dan wij. Je ziet er echt de wet van de remmende voorsprong in de praktijk. We moeten dus met de voeten op de grond blijven en goed bekijken waar we elkaar werkelijk kunnen versterken.’
De keuze voor Berkane berust evenwel op meer dan een gedeelde verbondenheid met fruit. Sint-Truiden heeft al meer dan twintig jaar ervaring met internationale samenwerking. ‘Sinds 2002 onderhouden we een stedenband met Nueva Guinea in Nicaragua. Door de politieke situatie in het land ligt die samenwerking momenteel stil, al is ze niet formeel stopgezet,’ zegt Evert Bessemans, deskundige lokaal mondiaal beleid en stedenbandcoördinator. ‘Daarnaast ondersteunen we lokale organisaties en verenigingen die in het Mondiale Zuiden werken. Via workshops in scholen betrekken we ook nieuwe generaties bij duurzame ontwikkeling en wereldburgerschap.’
Zonder breed draagvlak blijft internationale samenwerking soms een klinisch gebeuren, zonder sterke emotionele band.
Lokale banden moeten het draagvlak vergroten
‘We zijn geen eiland in de wereld,’ vult Stas aan. ‘Gebeurtenissen elders hebben een impact op onze stad en omgekeerd. Internationale solidariteit is bijna een morele plicht: elkaar bijstaan van stad tot stad, van burger tot burger. De tijdgeest zit tegen en je merkt dat er minder budget wordt vrijgemaakt, maar we hebben nog altijd een werking rond lokale mondiale samenwerking waarop we fier mogen zijn.’
Een kerngroep van Truiense burgers zette zich jarenlang met hart en ziel in voor Nueva Guinea, maar bij de ruimere bevolking bleef het draagvlak beperkt. Die ervaring speelde mee in de zoektocht naar een nieuwe partner. ‘Dat is een ruimer probleem bij internationale samenwerking,’ stelt Stas vast. ‘Zonder breed draagvlak blijft het soms een klinisch gebeuren, zonder sterke emotionele band. En wie die band niet voelt, maakt er ook niet snel geld voor vrij. De vraag is dus hoe je zo’n emotionele verbinding sneller en breder opbouwt.
Met Berkane zijn er alvast veel lokale aanknopingspunten. Beide steden kennen de kansen en problemen van een omvangrijke fruitsector. Ook seizoensarbeid en de huisvesting van seizoensarbeiders zijn vertrouwde thema’s. Sint-Truiden ontvangt veel werknemers uit andere Europese landen, terwijl in Berkane onder meer arbeiders uit Sub-Sahara-Afrika werken.
Ook sociaal is er een band: in Sint-Truiden wonen ongeveer 700 mensen met Marokkaanse roots. En voetbal kan de afstand tussen beide steden verder verkleinen. Renaissance Sportive de Berkane speelt in de hoogste Marokkaanse afdeling en groeide de voorbije jaren uit tot een van de belangrijkste clubs van het land. In Sint-Truiden hoeft niemand het belang van voetbal uit te leggen.
Fruit, klimaat en voetbal verbinden beide steden
De nieuwe samenwerking volgt daarom twee sporen. ‘Binnen het GLoBe-programma ligt de nadruk onder meer op klimaatrobuustheid, duurzame landbouw, lokale economie en de versterking van vrouwen en jongeren,’ zegt Bessemans. ‘Daarnaast willen we als stad ook onze burgers, bedrijven en voetbalfans bij de stedenband betrekken.’ De keuze voor Berkane biedt ook praktische voordelen. De stad ligt op enkele uren vliegen van België en er is geen tijdsverschil. Ambtenaren kunnen daardoor makkelijker fysiek of digitaal overleggen. Ook voor geïnteresseerde inwoners blijft de reis haalbaar.
Sint-Truiden en Berkane werken de actiepunten en doelstellingen de komende maanden verder uit. Ook bestuurskracht versterken en kennis delen over bijvoorbeeld ruimtelijke ordening kunnen een plaats krijgen in de samenwerking.
‘Die wisselwerking is waardevol,’ zegt Stas. ‘Je legt niet alleen een project op tafel, maar onderzoekt samen welke oplossingen duurzaam en levensvatbaar zijn. Concrete realisaties blijven belangrijk, maar het proces dat eraan voorafgaat en de kennisuitwisseling zijn minstens even waardevol.’
De stedenband moet ook binnen het Truiense stadsbestuur iets in beweging zetten. Niet alleen de dienst mondiaal beleid, maar ook collega’s van economie, landbouw, ruimtelijke ordening, integratie en onderwijs werken mee. ‘We willen meer over de diensten heen werken,’ zegt Stas. ‘Zo overstijgen we niet alleen letterlijk de grenzen, maar ook figuurlijk binnen onze eigen administratie.’
Genk vindt in Otavalo een spiegelbeeld in de Andes
In het Ecuadoriaanse Otavalo herkende een Genkse delegatie tijdens een werkbezoek in maart veel van de eigen stad. Beide steden zijn uitgesproken divers, koesteren een sterke identiteit en geven burgerparticipatie een belangrijke plaats. Zelfs hun informele visitekaartjes lijken op elkaar: Otavalo noemt zich graag de vriendelijkste stad van Ecuador, Genk de warmste stad van Vlaanderen.
Genk heeft sinds 2004 een stedenband met Francistown in Botswana. Die samenwerking rondt de stad volgend jaar officieel af. Ze leverde veel kennisuitwisseling en betrokkenheid bij internationale samenwerking op, maar verloor de voorbije jaren wat dynamiek en draagvlak.
‘Toch vinden we een stedenband belangrijk, omdat je voor een relatief kleine investering veel terugkrijgt op het vlak van internationale bewustwording en betrokkenheid,’ zegt Harun Solak, schepen van mondiaal beleid in Genk. Bij de zoektocht naar een nieuwe partner kwam Otavalo in beeld. Met Ecuador bestonden al contacten: een plaatselijke universiteit werkt al geruime tijd samen met de Associatie Universiteit-Hogescholen Limburg. Een verkennend bezoek in maart bevestigde dat Otavalo en Genk voldoende gemeenschappelijk hebben om elkaar te vinden, maar ook genoeg van elkaar verschillen om van elkaar te leren.
Otavalo ligt in het Andesgebergte, op ongeveer 2500 meter hoogte. Het kanton telt 115.000 inwoners en meer dan de helft van de bevolking identificeert zich als inheems. Vooral de Kichwa Otavalo geven de streek een uitgesproken culturele identiteit. Spaans en Kichwa worden er naast elkaar gesproken en de plaatselijke gemeenschappen spelen een belangrijke rol in het maatschappelijke en bestuurlijke leven.
‘Otavalo is net als Genk superdivers. De stad hecht veel belang aan burgerparticipatie en de rechten van inheemse inwoners,’ vertelt Solak. ‘Aan de universiteit spraken we onder meer over vrouwenrechten, duurzame ontwikkeling en de manier waarop de inheemse bevolking naar de verhouding tussen mens en natuur kijkt.’
Het San Pablomeer maakt samenwerking tastbaar
Die verhouding tussen mens en natuur krijgt een heel concrete vertaling in het San Pablomeer, een van de belangrijkste natuurlijke rijkdommen in de regio. Het meer is 583 hectare groot en heeft een grote ecologische, toeristische en historische waarde voor de Kichwa-gemeenschappen in het noorden van Ecuador. Het water is echter ernstig vervuild door onbehandeld afvalwater, industriële lozingen en onoordeelkundig gebruik van landbouwmeststoffen. Otavalo zoekt middelen en expertise om de waterkwaliteit op te volgen en de vervuiling aan te pakken.
‘Het is niet de bedoeling dat wij daar gaan helpen vanuit een donor-ontvangerrelatie,’ benadrukt Jessie Van den Heuvel, diensthoofd diversiteit en gelijke kansen van stad Genk. ‘Het gaat om partnerschap en uitwisseling. Otavalo wil een centrum oprichten om het meer te monitoren en daarbij ook de inheemse gemeenschappen betrekken. De stad wil samen met hen verantwoordelijkheid opnemen en de bredere regio bewustmaken van de invloed van de mens op het meer en de natuur.’
Genk kan technische kennis over duurzaam waterbeheer delen. Daarnaast kunnen de steden ervaringen uitwisselen over burgerparticipatie en een duurzame lokale economie. Omgekeerd wil Genk leren van de manier waarop Otavalo zijn gemeenschappen bij het beleid betrekt.
‘Er was niet alleen een klik op bestuursniveau, maar ook tussen de ambtenaren,’ zegt Van den Heuvel. ‘Dat is een belangrijke eerste stap. Vervolgens bekijken we hoe we andere lokale actoren bij de samenwerking betrekken.’ De delegatie bezocht onder meer een middelbare school waar leerlingen uitleg kregen over de vervuiling van het meer. ‘De bewustwording is er al bezig. Die gedragenheid is belangrijk. Ook in Genk willen we het middenveld van bij het begin meenemen.’
Het is niet de bedoeling dat wij daar gaan helpen vanuit een donor-ontvangerrelatie. Het gaat om partnerschap en uitwisseling.
De mondiale raad houdt Genk scherp
Een belangrijke plaats is daarbij weggelegd voor de mondiale raad in Genk. Die adviseert het stadsbestuur over het mondiale beleid, subsidieaanvragen, inleefreizen voor jongeren en internationale dossiers. Daarnaast buigen verschillende werkgroepen zich over onder meer eerlijke handel en de duurzameontwikkelingsdoelstellingen.
‘We zijn heel blij dat die raad er is, want hij houdt het bestuur scherp,’ zegt Solak. ‘De raad komt maandelijks bijeen. Dat toont dat we ook in moeilijke budgettaire tijden veel belang blijven hechten aan internationale solidariteit.’ Wat bleef de delegatie vooral bij van het bezoek aan Otavalo? ‘De burgemeester van Otavalo, mevrouw Hermosa, maakte een diepe indruk. Ze is energiek, dynamisch en enthousiast,’ zegt Van den Heuvel. ‘Ze nam niet alleen haar eigen ambtenaren op sleeptouw, maar ook ons. We hopen met deze stedenband op een nieuwe dynamiek, met wederzijdse nieuwsgierigheid, kennisdeling en betrokkenheid.’
Laarne en Ouinhi leren als landelijke gemeenten van elkaar
Laarne voert al jarenlang een mondiaal beleid, met een actieve mondiale raad en financiële steun voor projecten, vooral in Afrikaanse landen. Voor een kleiner lokaal bestuur is een structurele samenwerking met een buitenlandse gemeente evenwel niet vanzelfsprekend. ‘Daar kwam in 2023 verandering in toen het SDG-partnerschap op ons pad kwam,’ vertelt algemeen directeur Ellen Leroy. ‘Dat initiatief van de VVSG binnen het vorige GLoBe-programma maakte het voor een kleiner lokaal bestuur veel makkelijker om een kleinschalig en concreet engagement met een buitenlandse gemeente aan te gaan. Wij werden gekoppeld aan Ouinhi in Benin en dat tweejarige traject is ons uitstekend bevallen. We willen die eerste ervaring nu omzetten in een volwaardige stedenband.’
Ouinhi is een uitgestrekte, landelijke gemeente in het zuiden van Benin. Net als in Laarne speelt landbouw er een belangrijke economische rol, met de teelt van rijst, maïs en maniok. Burgerparticipatie versterken en de lokale economie ontwikkelen waren de hoofdthema’s van het eerste gezamenlijke traject.
‘Het positieve was dat het om een wederkerig project ging,’ zegt Roos Locquet, schepen van mondiale werking in Laarne. ‘Wij moesten van hen leren en zij van ons. Als gelijkwaardige partners waren we voortdurend met elkaar in dialoog.’ Dat wederzijdse leren bleef geen abstract uitgangspunt. Tijdens een bezoek aan Ouinhi stelde de Oost-Vlaamse delegatie vast hoe sterk de inwoners er bij het bestuur betrokken zijn. Dorpshoofden en vertegenwoordigers van onder meer landbouwers en vissers komen in verschillende raden samen om lokale kwesties te bespreken.
‘We stonden ervan versteld hoeveel belang Ouinhi aan participatie hecht,’ zegt Leroy. ‘Er is een sterke lokale gemeenschap en de samenhang tussen het gemeentebestuur en de inwoners is er bijzonder groot.’
Ouinhi inspireert Laarne tot een dorpsraad
Die ervaring inspireerde Laarne in 2024 tot de oprichting van een eigen dorpsraad. De raad telde 23 inwoners en fungeerde als een soort spiegelgemeenteraad. Bij de samenstelling hield de gemeente rekening met geslacht, leeftijd en woonplaats. Uit de inwoners die belangstelling toonden, selecteerde ze vervolgens leden via loting.
Vooral bij de opmaak van de meerjarenplanning betrokken we de leden verschillende avonden bij uiteenlopende thema’s,’ vertelt Leroy. ‘Het initiatief bracht een nieuwe dynamiek in onze participatie. In traditionele adviesraden zijn vaak dezelfde mensen en verenigingen vertegenwoordigd. De loting zorgde voor andere stemmen en inzichten. Zo konden we uit veel nieuwe ideeën putten. De samenwerking was positief en opbouwend, maar tegelijk ook kritisch.
Na het SDG-partnerschap willen Laarne en Ouinhi hun samenwerking voortzetten binnen het GLoBe-programma. Een sterker lokaal bestuur vormt het overkoepelende thema. Archivering en communicatie zijn de twee belangrijkste speerpunten.
De loting zorgde voor andere stemmen en inzichten. Zo konden we uit veel nieuwe ideeën putten.
Ouinhi wil zijn archief duurzaam bewaren
Ouinhi bewaart zijn archieven vandaag niet altijd in geschikte omstandigheden. Documenten zijn al per jaar geklasseerd, maar liggen in een warme en vochtige ruimte. Ook een volwaardig archiveringsbeleid ontbreekt.
‘Het is niet de bedoeling om een nieuw gebouw neer te zetten,’ benadrukt Locquet. ‘We willen investeren in de aanwerving van een archivaris en in een betere inrichting van het bestaande archief, met onder meer geschikte rekken en dozen en een regeling van de luchtvochtigheid. Op termijn kunnen de documenten dan ook professioneel gedigitaliseerd worden. We hopen ook dat vrouwelijke vrijwilligers meehelpen bij de herinrichting van het bestaande archief.
Communicatie vertrekt van de inwoners
Ook de gemeentelijke communicatie krijgt een vervolg. Dankzij de eerste samenwerking met Laarne beschikt Ouinhi intussen over een eigen website. De volgende stap is een breder communicatiebeleid dat rekening houdt met de plaatselijke context.
‘Wij werken vooral met nieuwsbrieven, een gemeentelijk magazine en digitale kanalen,’ zegt Kristof De Clercq, deskundige communicatie en participatie in Laarne. ‘Door de hoge ongeletterdheidsgraad in Ouinhi zijn andere manieren nodig om met de bevolking te communiceren. Video, radio en sociale netwerken spelen er een veel belangrijkere rol.’
De Clercq werkt aan een communicatienota die beide gemeenten samen verder uitwerken. Ook ideeënbussen, bevragingen en andere vormen van inspraak onderzoeken ze. ‘We willen de communicatie dichter bij de mensen brengen. Daarvoor kun je niet zomaar kopiëren wat in Laarne werkt. Je moet vertrekken van de manier waarop inwoners in Ouinhi informatie ontvangen en met hun bestuur communiceren.
Laarne merkt bij het bestuur van Ouinhi een sterke wil om vooruit te gaan. ‘Bij internationale samenwerking bestaat altijd de verleiding om snel een dienstvoertuig te schenken, een gebouw neer te zetten of een andere grote investering te doen,’ zegt Leroy. ‘Dat proberen we wat af te remmen. We willen een duurzame werking opbouwen waarmee het bestuur zijn eigen problemen steeds beter kan aanpakken.
De komende jaren wil Laarne ook de eigen scholen, verenigingen en inwoners sterker betrekken. ‘We willen leerlingen een ruimere, open en mondiale blik op de wereld geven,’ besluit Locquet. ‘Voor onze gemeente zit de winst voor een groot deel in die vertaling naar onze inwoners. Tegelijk kan de kennisuitwisseling ook ons eigen beleid versterken.’ —
Op zoek naar stedenbandpartner?
De VVSG krijgt vaak aanvragen van gemeenten uit Afrika, Azië en Latijns-Amerika die op zoek zijn naar een Vlaamse partnergemeente.