Internationale samenwerking staat onder druk. In verschillende landen krimpen de budgetten, ook federaal zijn stevige besparingen aangekondigd. Tegelijk worden de vraagstukken waar lokale besturen voor staan almaar internationaler. Klimaat, migratie, economische onzekerheid of vertrouwen in het bestuur stoppen nu eenmaal niet aan de grens.
Net daarom is het opvallend dat lokale besturen niet afhaken. Integendeel. Sint-Truiden, Genk en Laarne starten nieuwe stedenbanden met Berkane in Marokko, Otavalo in Ecuador en Ouinhi in Benin. In moeilijke tijden kiezen zij ervoor om bruggen te bouwen.
Dat is geen romantisch pleidooi voor internationale solidariteit. Een stedenband helpt lokale besturen om beter te worden in hun dagelijkse werk. Ze wisselen ervaringen uit over dienstverlening, burgerparticipatie, klimaat, lokale economie of waterbeheer. Ze versterken hun administratie en zoeken samen oplossingen voor problemen die zich aan beide kanten van de samenwerking stellen.
Daarbij mag één misverstand verdwijnen: kennis stroomt niet enkel van Vlaanderen naar de rest van de wereld. Een goed partnerschap werkt in twee richtingen. Een ander lokaal bestuur kijkt met andere ogen naar een herkenbaar probleem, probeert andere oplossingen uit en stelt vragen die we onszelf misschien niet zouden stellen.
Precies daarin zit ook de winst voor Vlaamse lokale besturen. Internationale samenwerking dwingt je om je eigen keuzes opnieuw kritisch te bekijken. Waarom organiseren we onze dienstverlening zoals we dat doen? Hoe betrekken we inwoners? Wat leren we van een gemeente die met minder middelen een andere oplossing vindt? En welke ideeën kunnen we vertalen naar onze eigen context? Zo komen inzichten binnen die je niet vanzelf zou tegenkomen. Die uitwisseling scherpt keuzes aan en geeft medewerkers nieuwe perspectieven op hun dagelijkse werk.
Die wederkerigheid moet centraal staan. Niet: wat kunnen wij voor de ander doen? Wel: wat kunnen we van elkaar leren en samen veranderen? Zo wordt een stedenband geen project naast het gewone lokale beleid, maar een manier om dat beleid te versterken.
Dat idee reikt verder dan stedenbanden. Ook de Week van de Duurzame Gemeente focust dit jaar op partnerschappen, in het spoor van SDG 17. Niet toevallig: geen enkel bestuur lost klimaatverandering, ongelijkheid of economische onzekerheid alleen op. Samenwerking over bestuurs- en landsgrenzen heen is geen omweg van het lokale beleid, maar een deel van het antwoord.
Duurzame ontwikkeling ontstaat immers niet alleen via internationale akkoorden of grote budgetten. Ze krijgt vorm waar mensen wonen en leven: in sterke publieke diensten, een goed werkende administratie en inwoners die mee richting geven aan hun gemeenschap.
Internationale samenwerking is daarom geen extraatje naast het lokale beleid. Ze maakt lokaal bestuur sterker. Wie sterke samenlevingen wil, investeert in sterke lokale besturen, hier en elders. Want wie over grenzen heen samenwerkt, versterkt ook het bestuur thuis. —