De Vlaamse regering wil lokale dienstencentra uitbouwen tot ‘Huizen van de buurt’. Ze moeten inwoners, verenigingen en zorg- en welzijnsprofessionals dichter bij elkaar brengen. De VVSG steunt die ambitie, maar benadrukt dat extra opdrachten alleen haalbaar zijn met voldoende extra middelen.
Vlaams minister van Welzijn Caroline Gennez stelt voor om lokale dienstencentra uit te bouwen tot ‘Huizen van de buurt’. Die moeten buurtbewoners, lokale verenigingen en zorg- en welzijnsprofessionals sterker met elkaar verbinden. Het uitgangspunt hierbij is dat ouderen en mensen in een kwetsbare situatie langer thuis in hun vertrouwde omgeving kunnen blijven wonen. De Vlaamse regering heeft de conceptnota (opent nieuw venster)hierover goedgekeurd.
Lokale dienstencentra zijn vandaag al laagdrempelige ontmoetingsplekken in de buurt. In de nieuwe visie krijgen ze een sterkere rol in preventie, vroegdetectie en samenwerking. Ze zullen mensen actiever opzoeken en nauwer samenwerken met onder meer thuiszorg, huisartsen, welzijnsorganisaties en vrijwilligers.
Ook kunnen zorgverleners het lokaal dienstencentrum als uitvalsbasis gebruiken. Zo komt ondersteuning dichter bij de inwoner en vinden mensen sneller de weg naar gepaste hulp.
De VVSG bracht de lokale praktijk mee aan tafel
De VVSG was via sectoroverleg betrokken bij de inhoud van de conceptnota. We brachten er de ervaringen en bezorgdheden van lokale besturen en lokale dienstencentra in.
We steunen de ambitie om lokale dienstencentra sterker te verankeren in hun buurt. Ze zijn goed geplaatst om inwoners samen te brengen, signalen op te vangen en formele en informele zorg te verbinden.
Extra opdrachten vragen extra middelen
Het kabinet-Gennez wil het nieuwe kader vanaf 2028 gefaseerd invoeren. De conceptnota kondigt ook extra personeel, minder administratie en meer lokale dienstencentra aan. De concrete financiering moet nog verder worden uitgewerkt.
De VVSG stelt daarbij een duidelijke voorwaarde: extra opdrachten kunnen alleen als daar ook extra middelen tegenover staan. De huidige financiering is vandaag al onvoldoende om de bestaande opdrachten kwaliteitsvol uit te voeren. Als lokale dienstencentra bijkomende taken krijgen, dan moeten daar bijkomende middelen tegenover staan.
De VVSG blijft het verdere traject opvolgen en verdedigt daarbij voldoende financiering, ruimte voor lokale keuzes en minder administratieve lasten.