De Vlaamse woonopgave is hoog, maar haalbaar: tegen 2050 moeten er 450.000 bijkomende woningen gerealiseerd worden, waarvan minstens 50.000 sociale woningen. Die woningen moeten bovendien op de juiste plekken komen, en met oog voor betaalbaarheid en leefkwaliteit. In de aanloop naar het eindadvies van de Taskforce Wonen en Ruimte verduidelijkt de VVSG haar standpunt tijdens een hoorzitting in het Vlaams Parlement: we vragen een aanpak die vertrekt vanuit vertrouwen, samenwerking, rechtszekerheid en haalbaarheid.
Lokale besturen als spil in het woonbeleid
Gemeenten spelen vandaag al een sleutelrol, als regisseur, facilitator en uitvoerder van het ruimtelijk- en het woonbeleid: ze sturen de ruimtelijke ontwikkeling, beoordelen vergunningsaanvragen, faciliteren woonprojecten en zetten eigen gronden in voor woningbouw, zelf of in samenwerking met sociale en private partners. Volgens de VVSG moet het beleid daarop voortbouwen, in plaats van extra verplichtingen op te leggen.
Geen nieuwe plannen, maar betere ondersteuning van bestaande instrumenten
Een belangrijk discussiepunt is de voorgestelde ‘woonstrategie’ voor gemeenten. De VVSG erkent het belang van een duidelijke woonvisie, maar ziet geen meerwaarde in een bijkomend planinstrument. Zeker niet als dit de voorwaarde is om beroep te kunnen doen op Vlaamse (financiële) ondersteuning, zoals de bouwboost.
Gemeenten kunnen vandaag al een geïntegreerde visie ontwikkelen via bestaande instrumenten, zoals het ruimtelijk beleidsplan. Een nieuwe woonstrategie dreigt vooral extra werk te creëren en de samenhang in het ruimtelijk beleid te ondermijnen.
De VVSG pleit daarom voor:
- de versterking en vereenvoudiging van bestaande instrumenten
- inhoudelijke en financiële ondersteuning voor lokale visievorming
Vereenvoudig ruimtelijke planning en versnel uitvoering
Een van de grootste knelpunten ligt volgens de VVSG in de complexiteit van het ruimtelijk planningssysteem. De opmaak van plannen is duur, tijdrovend en juridisch complex, onder meer door de verplichtingen rond milieueffectenrapportage.
Daarom vraagt de VVSG onder meer:
- een vereenvoudiging van het plansysteem en de MER-procedures;
- meer flexibiliteit via ruimere afwijkingsmogelijkheden van verouderde voorschriften ;
- oplossingen voor de “verdichtingsparadox”, waarbij negatieve milieueffecten op microniveau projecten blokkeren ondanks een positieve globale impact.
Dialoog als sleutel tot betere en snellere projecten
Voor de VVSG is een sterke dialoog tussen initiatiefnemers, gemeenten, adviesinstanties en de buurt cruciaal.
Vooroverleg bestaat vandaag al, maar kan nog beter. Goede afstemming vooraf zorgt voor meer rechtszekerheid, betere projecten en minder vertragingen in vergunningstrajecten. Het creëert ook draagvlak bij de omgeving. Dat is een noodzakelijke voorwaarde voor succesvolle woonontwikkeling. Ook hier geldt weer: bijkomende regelgeving hierover is niet zozeer nodig, wel de wil van de overheid en de aanvrager om naar elkaars randvoorwaarden te luisteren en zo mogelijk ernaar te handelen.
Zet voluit in op sociaal en betaalbaar wonen
Voor de VVSG moet sociaal en betaalbaar wonen centraal staan in het beleid. Lokale besturen ondersteunen die ambitie, maar botsen op concrete beperkingen.
Daarvoor zijn bijkomende hefbomen nodig, zoals:
- een duidelijke decretale basis voor een sociale woonbijdrage in projecten, zodat gemeenten rechtszeker een aandeel sociaal of betaalbaar wonen kunnen opleggen
- ondersteuning van innovatieve woonvormen zoals budgethuur, wooncoöperaties en community land trusts
Sterk grond- en pandenbeleid als hefboom
Een Vlaams en lokaal grond- en pandenbeleid is noodzakelijk om meer betaalbare woningen op de juiste locaties te kunnen krijgen.
Heel wat gemeenten zetten wel degelijk hun eigendommen in voor beleidsdoelstellingen, maar belangrijke knelpunten zijn het relatief beperkte grond- en pandenbezit van lokale besturen en de moeilijke financiële positie van gemeenten. Daarom vragen we dat gemeenten naast praktische ondersteuning ook financieringsmogelijkheden moeten krijgen om strategisch grond- en pandenaankopen te kunnen doen, bijvoorbeeld ook zonder dat er per se zicht is op een concreet project.
Door de ‘stolp’ kunnen woonmaatschappijen ook een groot deel van hun onbebouwde grondreserves niet langer zomaar ontwikkelen. De VVSG pleit ervoor dat Vlaanderen al eerder een initiatief start om de slecht gelegen onbebouwde gronden van deze besturen en woonmaatschappijen te valoriseren door, bijvoorbeeld door deze gronden over te kopen. Dit kan helpen de druk om die gronden toch te ontwikkelen weg te nemen en tegelijk de financiële positie van deze besturen niet te verzwakken.
Lees ons volledig standpunt(opent nieuw venster).
Auteurs
-
JorisDeleenheerStafmedewerker wonen -
XavierBuijsStafmedewerker ruimtelijke ordening
Heb je een vraag over de inhoud van dit artikel?
Contacteer onsUp to date blijven?
Blijf op de hoogte van het belangrijkste nieuws voor en door lokale besturen. Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief.
InschrijvenNieuws
-
Magazine Lokaal
Historische villa wordt nieuw cultuurhuis in Hansbeke
Vrije tijdRuimtelijke ordeningPublieke ruimte -
Nieuws
Planschadevergoeding wordt eerlijker, maar factuur blijft hoog
Ruimtelijke ordening -
Nieuws
Verduidelijking nodig over handhaving bij vrijgestelde werken zonder architect
Ruimtelijke ordening