Een warmtenet op een bedrijventerrein ontstaat niet vanzelf. Zelfs als er een interessante warmtebron op hoge temperatuur beschikbaar is, blijft de vraag: wie neemt het initiatief, wie investeert en hoe breng je vraag en aanbod samen? In Beringen toont het traject op het bedrijventerrein Ravenshout hoe een lokaal bestuur stap voor stap een markt kan activeren, zonder alles zelf te willen of te moeten doen.
Voor dit traject kon Beringen rekenen op steun van VVSG Netwerk Klimaat. Met die middelen schakelde de stad externe expertise in voor de marktverkenning en de procesbegeleiding rond het warmtenet. Die steun gaf Beringen de ruimte om verder te kijken dan een louter technische haalbaarheidsstudie en bewust in gesprek te gaan met bedrijven, ontwikkelaars en investeerders.
Een kans die al langer zichtbaar was
Op het bedrijventerrein Ravenshout, in het noorden van Beringen, zitten al jaren verschillende energie-intensieve bedrijven dicht bij elkaar. Al in 2013 wees een haalbaarheidsstudie van POM Limburg op het potentieel van een warmtenet, onder meer in combinatie met een mogelijke vestiging van een biomassacentrale. De businesscases waren positief, maar in de toenmalige marktomstandigheden kwam er geen initiatief van de grond.
In het lokale warmteplan van Beringen uit 2023 staat Ravenshout aangeduid als prioritaire ontwikkelzone. Een belangrijke factor is de bruikbare restwarmte van Biostoom Beringen. De installatie verwerkt vandaag afvalstromen tot stoom en elektriciteit en beschikt daarnaast over aanzienlijke hoeveelheden restwarmte, zowel op hoge temperatuur via stoomaftap als op lagere temperatuur uit rookgas- en koelprocessen. ‘Een deel van die warmte gaat nu verloren, terwijl omliggende bedrijven er gebruik van kunnen maken,’ zegt Werner Janssens, schepen voor Milieu en Duurzaamheid. ‘Als stad nemen we in dit project de regierol op. We brengen de verschillende partijen samen om die restwarmte hopelijk op termijn te benutten.
De stad bouwt niet zelf, maar organiseert het proces
De stad Beringen kiest er bewust voor om niet zelf als ontwikkelaar of exploitant op te treden, maar het proces te regisseren. Samen met de VVSG schakelde het stadsbestuur Transition Stories en Ingenium in voor een marktverkenning. Niet om meteen een aanbesteding te lanceren, wel om te begrijpen wat realistisch is, welke randvoorwaarden gelden en welke partijen bereid zijn stappen te zetten. ‘In het contact met de bedrijven en in de verdere analyses was het heel waardevol dat deze partners konden meekijken door een ingenieursbril,’ zegt coördinator Klimaat en Energie Jente Van Coillie over de samenwerking. ‘Zo konden ze technische gesprekken met de bedrijven voeren en de processen mee in beeld brengen. De betrokken adviesbureaus zetten sterk in op procesbegeleiding en stakeholdermanagement, wat in dit geval echt een pluspunt was.’
Cruciaal was ook de betrokkenheid van de bedrijven zelf. Warmtevragers en warmteproducenten werden individueel geïnterviewd, niet met een abstract toekomstverhaal, maar met concrete vragen: hoeveel warmte is nodig, bij welke temperaturen, tegen welke prijsverwachtingen en met welke investeringshorizon? Die gesprekken leverden twee belangrijke inzichten op. Ten eerste: bedrijven hebben wel degelijk interesse, op voorwaarde dat het risico beheersbaar blijft en de prijszetting transparant is. Ten tweede: niemand verwacht dat één partij alles alleen doet. Samenwerking is noodzakelijk tussen producent, netbeheerder, leverancier en afnemers.
De markt uitnodigen, maar niet vrijblijvend
Op basis van de eerste technische en financiële analyse organiseerde Beringen samen met haar partners een open webinar voor alle bedrijven in de projectzone. Dat moment was bewust laagdrempelig: een korte toelichting, ruimte voor vragen en vooral een uitnodiging om mee te denken. Bedrijven uit Beringen, maar ook uit de buurgemeente Tessenderlo, werden bereikt via de bedrijventerreinvereniging Quares. Daarna volgden een-op-eengesprekken met geïnteresseerde marktpartijen: klassieke energiebedrijven, gespecialiseerde warmtenetontwikkelaars, ESCO’s en investeerders. Die gesprekken gebeurden onder regie van de stad. Informatie werd gebundeld en gedeeld, maar gevoelige bedrijfsgegevens bleven beschermd. Zo groeide het vertrouwen, zowel bij bedrijven als bij potentiële ontwikkelaars.
Fluvius speelt mogelijk een sleutelrol
Een belangrijk kader voor het traject is de beheersoverdracht warmte aan Fluvius, die Beringen eerder ondertekende. Dat betekent dat Fluvius de aangewezen partner is voor projecten die de stad zelf initieert. In dit dossier is Fluvius de potentiële netbeheerder en eigenaar van het warmtenet. Als Fluvius het warmtenet aanlegt, zal het bedrijf ook een warmteleverancier aanduiden.
Op basis van de verzamelde gegevens maakte Fluvius een eerste doorrekening. Die bevestigde dat een warmtenet op Ravenshout technisch en economisch haalbaar is, zeker als het start met een beperkt aantal grote afnemers en een basislastscenario. Tegelijk bleek dat ook andere marktpartijen interesse hadden, soms met alternatieve modellen, zoals DBFMO-constructies of ‘heating as a service’. Beringen koos daarom niet voor één exclusieve piste, maar voor een gefaseerde en voorwaardelijke aanpak.
Duidelijke spelregels geven vertrouwen
In de zomer van 2025 hakte de stad een belangrijke knoop door. Fluvius kreeg zes maanden de tijd om samen met producenten en leveranciers een werkbare coalitie te vormen. Lukt dat niet, dan stelt de stad het initiatiefrecht publiek open voor andere partijen, telkens met duidelijke deadlines en voorwaarden. Die duidelijkheid werkt in twee richtingen. Ze geeft Fluvius vertrouwen om verder uit te werken, maar toont ook aan andere spelers dat het menens is. Bovendien koppelt Beringen het traject aan concrete sleutelmomenten, zoals de geplande heraanleg van de Industrieweg. Wie het warmtenet wil realiseren, moet tegen dan klaar zijn.
Wat lokale besturen hieruit kunnen leren
Het traject in Beringen laat zien dat een lokaal bestuur niet per se zelf een warmtenet moet aanleggen om toch impact te hebben. Door te investeren in procesregie, marktverkenning en heldere communicatie kan een stad of gemeente warmtebron, ontwikkelaar, leverancier en warmtevraag samen aan tafel brengen en zo de juiste context voor samenwerking creëren.
Belangrijke lessen zijn duidelijk. Betrek bedrijven vroeg en gericht, niet alleen via algemene infosessies. Nodig de markt uit, maar geef iedereen gelijke toegang tot informatie. Leg als bestuur geen oplossing op, maar wel spelregels en timing. En durf te faseren, ook als dat betekent dat een project tijdelijk onzeker blijft.
In Beringen is het warmtenet nog niet gerealiseerd. Maar wat er wél ligt, is een gedragen traject, een geactiveerde markt en een gedeelde ambitie. En dat is een bijzonder belangrijke stap. Burgemeester Thomas Vints resumeert: ‘Als lokaal bestuur zitten we in een belangrijke positie om zulke projecten te faciliteren en het proces te begeleiden. In dit project lag de focus op een marktverkenning en op het onderzoeken van mogelijke pistes, niet op de uitwerking van een gedetailleerd project.’ —
Auteur
-
GaweinVan DaeleRegisseur Warmte
Heb je een vraag over de inhoud van dit artikel?
Contacteer onsMeer weten over
Up to date blijven?
Blijf op de hoogte van het belangrijkste nieuws voor en door lokale besturen. Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief.
InschrijvenNieuws
-
Nieuws
-
Magazine Lokaal
Word jij ook een klimaatambassadeur?
Energie en klimaat -
Nieuws
Dakenscan Fluvius helpt gemeenten slecht geïsoleerde daken opsporen
Energie en klimaat