‘Europa hecht steeds meer belang aan lokale besturen’
Is het ‘Europees Comité van de Regio’s’ (ook) voor u een nobele onbekende? Dan komt daar in fluks tempo verandering in. ‘Ja, de stem van de lokale besturen wordt in Europa gehoord.’ Drie Vlaamse leden van het Europees Comité van de Regio’s laten een enthousiaste en energieke klok luiden.
Het Europees Comité van de Regio’s telt 329 leden, allemaal verkozen politici uit elk van de 27 EU-lidstaten. Het aantal afgevaardigden wordt bepaald door de demografie van elk land. België mag twaalf afgevaardigden sturen: zes Franstaligen, zes Vlamingen. De voordracht van de zes Vlamingen ligt in eerste instantie bij de Vlaamse Regering. De leden vervullen, net zoals de leden van Europees Parlement, een legislatuur van vijf jaar met mogelijkheid tot verlenging. De Comitéleden zorgen voor een brugfunctie tussen de lokale en regionale besturen in België en de zoemende bijenkolonie die de Europese Unie en al haar geledingen vormt.
Waarom zijn de Europese Unie en lokale besturen belangrijk voor elkaar? Brussel en zeker Straatsburg lijken toch een ver-van-mijnbedshow voor, pakweg, een burgemeester uit de Westhoek of een provinciaal gedeputeerde in Limburg?
Joke Schauvliege (CD&V), gemeenteraadslid in haar geboortedorp Evergem ten noorden van Gent en Oost-Vlaams provinciaal gedeputeerde, zit al hevig neen te schudden: ‘De impact van Europa op wat lokale besturen doen en laten, is enorm. Zo was ik ooit rapporteur in verband met alles wat COVID-19 betreft. In het rapport hebben we de talrijke effecten voor lokale besturen in kaart gebracht. Zo konden de lokale besturen het verschil maken door elk in hun gemeente of stad maatwerk aan te bieden. Vanuit het Comité hebben we dat maatwerk ondersteund. Als Comité is het onze taak waakhond en spreekbuis te zijn voor de lokale besturen en belangen. Europa zou er goed aan doen om die bottom-upbenadering, van onder naar boven, wat vaker toe te passen. Je bereikt meer als je de lokale expertise in de besluitvorming meeneemt.’
Vlaams Parlementslid Karl Vanlouwe (N-VA), met ervaring als raadslid in Ganshoren en als voorzitter van de ploeg van twaalf Belgische vertegenwoordigers in het Comité: ‘Het is belangrijk dat wij als spreekbuis van de lokale besturen in een vroeg stadium bij het wetgevend proces van de EU betrokken worden. Studies tonen aan dat zowat 70 procent van de Europese wetgeving door lokale besturen wordt uitgevoerd. Tja, dan ben je beter al vroeg bij dat proces betrokken.’
Houdt dat vage, abstracte ‘Europa’ rekening met de belangen en visies van lokale besturen of is Europa een pletwals die over de kleintjes heen dendert?
Joke Schauvliege: ‘Het is lange tijd een pletwals geweest, ja, maar we zien nu het besef binnensijpelen dat Europa het lokale en regionale niveau simpelweg nodig heeft om de kloof met de burger te dichten en om een pro-Europadraagvlak te stimuleren. Dat wij nu mogen vergaderen in de gebouwen van de Europese Unie, dat was enkele jaren geleden to-taal ondenkbaar. We mochten er simpelweg niet in (lacht).
Is dat een verdienste van jullie? Of zijn de hogere echelons van de Unie simpelweg tot inzicht gekomen?
Joke Schauvliege: ‘Ik denk dat wij als leden van het Comité daar absoluut onze rol hebben gespeeld. Het Comité is vaak gezegend geweest met sterke voorzitters die geen blad voor de mond namen. Maar ook individuele leden zijn er blijven op hameren dat wij een evenwaardige stem in het Europese spinnenweb hebben. Dat is een onomkeerbare evolutie.’
Karl Vanlouwe: ‘Men zei lange tijd “ja, Europa, dat is die ivoren toren, die bombardeert de burger met allerlei regelgeving.” Ik denk dat het Comité van de regio’s een belangrijke rol speelt om uit te leggen wat en hoe er in Europa leeft en gaande is. En natuurlijk is dat niet overal hetzelfde van Portugal tot Roemenië. Het zijn trouwens niet alleen de hogere Europese echelons die moeten worden aangepord om met het Comité in dialoog te gaan maar ook de media en met name de Vlaamse. Ik zie hier vaak tientallen cameraploegen van de Schotten tot de Cataloniërs. En wie ontbreken zijn VRT en VTM. Idem voor de academische wereld. Een professor als Hendrik Vos (EU-kenner van de Universiteit Gent, red.) heeft niet de minste interesse voor het Comité van de Regio’s. In zijn jongste boek krijgt het Comité welgeteld één korte paragraaf.’
“We zien nu het besef binnensijpelen dat Europa het lokale en regionale niveau simpelweg nodig heeft om de kloof met de burger te dichten en om een pro-Europadraagvlak te stimuleren.
Joke Schauvlieghe
Intussen is ook de derde interviewee aangekomen. Aan Fauzaya Talhaoui (Vooruit), politica met jarenlange ervaring op het lokale niveau van Antwerpen en nu als voorzitster van de provincieraad Antwerpen, meteen de vraag:
Over welke onderwerpen die van belang zijn voor lokale besturen, gaat het Comité?
Fauzaya Talhaoui (zonder aarzelen): ‘In de provincie krijgen wij veel Europees geld in het kader van cofinanciering met steden en gemeenten. Lokale besturen kunnen subsidies vragen via de cohesiefondsen voor projecten die te maken hebben met de Green Deal, met onderwijs, klimaat en ga zo maar door. Zo zijn Mechelen en Antwerpen gekend als grote afnemers van dat Europese geld voor projecten die te maken hebben met sociale zaken en publieke dienstverlening. (windt zich op) Maar nu staan die cohesiefondsen onder zware druk. In de nieuwe financiële meerjarenplannen gaat de aandacht van Europa veel minder uit naar sociale cohesie dan naar defensie. Dus ik zou iedereen aan tafel en ver daarbuiten willen oproepen te strijden voor de sociale cohesiefondsen. Laat dat geld niet varen want dan heeft niemand van ons er nog iets aan.’
De jongste tijd was Fauzaya Talhaoui op verzoek van het huidige Cypriotische Europese voorzitterschap drukdoende met een ‘advies’ (zo worden de officiële teksten van het Comité betiteld, red.) over kinderarmoede in Europa. Finaal vraagt en krijgt zij twintig miljard Euro van de Europese Commissie: ‘Dat geld moet gaan naar kinderen in heel kwetsbare omstandigheden, de strijd tegen kinderarmoede, de strijd tegen sociale uitsluiting en zo verder. Uiteraard ga je hierbij de lokale besturen betrekken. In heel Europa zijn er 20 miljoen kinderen die tegen de grens van de kinderarmoede aanschurken. Met die 20 miljard proberen we er al tegen 2030 5 miljoen te helpen en uit de armoede te tillen.’
Karl Vanlouwe: ‘In Roemenië, Spanje en Bulgarije schommelt de kinderarmoede rond de 35 procent (ter vergelijking: in Vlaanderen gaat het om 7,3 procent van de kinderen, red.). Vorig najaar was ik met de fractiecollega’s op werkbezoek in Roemenië in rurale gebieden rond Boekarest. Een heel moeilijke streek, weinig perspectief, veel emigratie en plattelandsvlucht. Europa heeft daar de jongste jaren enorm geïnvesteerd in scholen, kinderopvang, prachtige infrastructuur die de lokale besturen daar nooit zouden aanbieden als het Europese geld er niet was geweest. Je ziet nu dat die emigratie of braindrain opdroogt, dat die gemeenten heropleven’.
Karl Vanlouwe wil graag een tweede voorbeeld geven waaraan hij als lid van het Comité aandacht besteedde: ‘Een tijd geleden heb ik een advies geschreven over veiligheid. Dat is natuurlijk een hot item dezer dagen. Ook op veiligheidsvlak kunnen en moeten de lokale besturen hun rol spelen. Vaak gaat dat om kleine maar slimme maatregelen. Zo kunnen gemeenten kiezen om bepaalde gebieden ontoegankelijk voor auto’s te maken met inzet van paaltjes die in en uit de grond kunnen zakken. Of neem de luchthaven van Zaventem. Daar geraak je met de wagen niet meer aan de terminal. Je moet je auto op de parking achterlaten en het laatste stukje te voet afleggen.’
Joke Schauvliege: ‘De 329 leden van het Comité van de Regio’s zijn verdeeld over verschillende thematische commissies. Ik zetel in twee commissies, ten eerste degene die zich buigt over het sociaal beleid, cultuurbeleid en werkgelegenheid. Ten tweede de commissie die zich richt op onze land- en tuinbouw en voedselzekerheid. In dat kader bracht ik recent een advies uit over hoe onze regio’s kijken naar het Europese landbouwbeleid en onze voedselstrategie. Die adviezen gaven wij door aan de Europese Unie.’
Fauzaya Talhaoui: ‘Je ziet: de Unie doet veel voor de lokale besturen. Je moet er eens op letten wanneer je door Europa reist. Om de haverklap zie je een reusachtige poster waarop trots staat aangekondigd “dit of dat project kan tot stand komen dankzij de steun van Europa, de Europese Unie, de regionale fondsen van Europa”. Alleen in België zie je die posters amper, alsof wij Belgen verlegen zijn om te tonen waar we de Europese subsidies voor gebruiken (hilariteit alom).’
“Grote steden doen schitterende dingen met Europees geld. Maar kleinere gemeenten kunnen die hulp goed gebruiken. Zij blijven nog al te vaak blind en doof voor de kansen die Europa biedt.
Fauzaya Talhaoui
Laten we het hebben over de concrete werking van het Comité van de Regio’s. Hoe en wanneer wordt beslist dat het Comité een advies voor de EU gaat opstellen?
Joke Schauvliege: ‘Er zijn twee manieren. Eerste optie: als er een maatregel of idee wordt gelanceerd vanuit de Europese Commissie met mogelijke impact op de lokale besturen, dan gaan we daar een advies over opstellen en onze mening geven. Er zijn maximaal zes plenaire zittingen per jaar waarbij telkens 50 tot 80 ideeën en maatregelen van de Commissie worden besproken en finaal het hele Comité een advies formuleert. Tweede optie: elk lid van het Comité kan individueel een thema naar voren schuiven. Zoals Fauzaya: zij vindt het belangrijk op een bepaald moment om met kinderarmoede bezig te zijn, dan legt ze dat thema voor aan de collega’s in het Comité en als ze groen licht krijgt, schrijft ze een opinie die ze dan, eens de tekst klaar is, bezorgt aan het Comité en ook aan de Commissie, het Europees Parlement en de Europese Raad.’
Fauzaya Talhaoui: ‘Dat gebeurt pas na overleg met de sector en de organisaties die specifiek met kinderrechten bezig zijn, tot en met UNICEF. Zo heb ik een achttal organisaties bevraagd voor mijn adviestekst. Die adviezen kunnen over àlles gaan. Zo was er onlangs een collega die een advies wou schrijven over de wolf in noord-Roemenië.’
Wat gebeurt er verder met het advies van het Comité? Dat verdwijnt in de bosjes? Of gebeurt er écht iets mee?
Fauzaya Talhaoui: ‘De tekst wordt besproken en goedgekeurd in de plenaire vergadering van het Comité. Dan gaat hij naar De Europese Commissie en het Europees Parlement. Wij zijn een adviserend orgaan, wij nemen geen beslissingen. Maar de hogere echelons moeten wel aan de slag gaan met onze adviezen. Ze hoeven ze niet steeds goed te keuren maar ze moeten wel gemotiveerd uitleggen waarom ze het eens of oneens zijn. Wij kunnen als Comité zelfs naar het Europees Hof van Justitie trekken als men niet antwoordt. Maar die ultieme stap, een zaak aanspannen bij het Hof, die hebben we als Comité nog nooit gezet.’
De voordracht van zes Belgisch-Vlaamse leden voor het comité is een prerogatief voor de Vlaamse Regering. Met Joke Schauvliege en Fauzaya Talhaoui zendt Vlaanderen voor het eerst twee bestuurders van het provinciale niveau naar het Comité: de ene is gedeputeerde van Oost-Vlaanderen, de andere voorzitter van de provincieraad van Antwerpen. Uiteraard is de voordracht van de drie gesprekspartners voor het Comité onderdeel van een bredere politieke onderhandeling.
Zegt u even alle drie waarom u een prima kandidaat voor het Comité bent? En dat Vlaanderen er dus goed aan doet om u en niet iemand anders naar het Comité te sturen?
Joke Schauvliege: ‘Ik heb ervaring op verschillende domeinen maar waar ik zelf heel veel voldoening aan had, was gedurende een half jaar voorzitter te zijn van de raad leefmilieu tijdens het Europese voorzitterschap van België in 2010. Ik heb toen keihard op dat thema gewerkt en ik denk dat mijn aanstelling voor het Comité daarvan een logisch uitvloeisel is.’
Fauzaya Talhaoui: ‘Ik heb op vele niveaus ervaring opgedaan: stad Antwerpen, district, provincie, senaat en kamer als lid van het Europees adviescomité. Die ervaring heeft me meer dan waarschijnlijk deze zetel in het Comité opgeleverd.’
Karl Vanlouwe: ‘Mijn link tussen Vlaanderen en Europa loopt al langer via het Comité van de Regio’s. Ik heb ook ervaring op het lokale niveau waar ik lang lokaal actief was als gemeenteraadslid in Ganshoren. Maar het doorslaggevende argument is volgens mij dat ik in het Vlaams parlement al langer de Europese dossiers opvolg. Ik ben vertrouwd met de materie.’
Nemen jullie de ervaring op lokaal niveau mee naar het Comité? Zo ja, hoe dan?
Karl Vanlouwe: ‘Vooral in het zo concreet maken en houden wat Europa op het lokale vlak doet. Vaak gaat het om grote woorden maar elk beleid moet ook nog eens concreet vorm krijgen. Men moet beseffen dat wat men hogerop beslist, toepasbaar moet zijn op het terrein. Als je de lokale besturen niet mee hebt, dan zal Europa een lege doos blijven. Zo maak ik me toch wel zorgen over de visie van de huidige Commissie von der Leyen wanneer die de rechtstreekse toegang tot Europa en tot Europese fondsen voor lokale besturen minder vlot zou maken. Zo worden wij als lokale besturen veroordeeld tot smeken en bedelen dat onze nationale overheid de vragen en verzoeken van het lokale bestuur zou meenemen naar het Europese niveau.’
Waarom legt mevrouw von der Leyen die extra laag in de besluitvorming?
Karl Vanlouwe: ‘Dat vragen wij ons ook af. Het is waarschijnlijk eenvoudiger om met 27 lidstaten te onderhandelen en overeen te komen dan met de zo talrijke steden, gemeenten, provincies, regio’s. Sommige van die regio’s hebben zelfs wetgevende bevoegdheden. Eigenlijk zou je die zelfs als lidstaat moeten behandelen. Dat geldt niet het minst voor Vlaanderen.’
Maar wat je wint aan efficiëntie verlies je aan eigenheid, lokale touch, hechte band tussen Europa en lokale besturen.
Fauzaya Talhaoui: ‘Precies. En je kan er van op aan dat het nationale niveau die middelen niet altijd gaat gebruiken voor wat het lokale bestuur op het oog had. Zeker in de Oost-Europese lidstaten heeft het nationale bestuursniveau soms andere eigen plannen en prioriteiten; je weet niet altijd waar dat Europese geld naartoe gaat. We blijven vechten om die visie uit de Europese meerjarenbegroting te weren.’
Joke Schauvliege keert terug naar de vraag of ervaring met lokaal bestuur handig van pas komt op het Europese niveau: ‘Het is een voorrecht om op verschillende niveaus actief te zijn en om je telkens aan te passen aan de manier van werken en denken. In principe kun je zeggen: Hoe verder van de burger, hoe moeilijker contact te leggen. Maar wij hebben een lange traditie om te luisteren naar wat op lokaal vlak speelt, naar lokale besturen te luisteren en het middenveld te betrekken bij het beleid.’
Fauzaya Talhaoui: ‘Europa is niet alleen maar Straatsburg en Brussel, Europa doet veel voor de lokale besturen, de gewone mensen. Denk aan Europa Direct, dat is een rechtstreekse medewerker van de Unie die gestationeerd is in de verschillende provincies om lokale en regionale besturen te helpen om subsidies te vinden en te krijgen. Steden als Mechelen en Antwerpen hebben dat misschien niet nodig omdat ze eigen ambtenaren in dienst hebben om de mogelijkheden van Europese subsidies uit te vlooien. En die steden doen dan ook schitterende dingen met dat Europese geld. Maar kleinere steden en gemeenten kunnen die hulp goed gebruiken. Zij blijven nog al te vaak blind en doof voor de kansen en aanbod die Europa biedt.’
“Ik maak me toch wel zorgen wanneer de Commissie de rechtstreekse toegang tot Europese fondsen voor lokale besturen minder vlot zou maken. Dat veroordeelt ons tot smeken en bedelen dat onze nationale overheid de vragen van het lokale bestuur zou meenemen naar het Europese niveau.
Karl Vanlouwe
Hoe komt dat?
Joke Schauvliege (zonder aarzelen): ‘ Omdat ze niet zo’n gespecialiseerd personeel hebben. En daar kan een initiatief zoals Europa Direct zijn nut tonen.’
Fauzaya Talhaoui: ‘Dat is precies wat ook ik doe: al die kansen op subsidies van het Europese niveau doorspelen naar het lokale bestuur. Het provinciale niveau is de helper van de lokale bestuurder.’
Uit al uw verhalen en uitleg blijkt het Comité van de Regio’s, voor wie daar nog aan mocht twijfelen, veel meer dan een praatbarak te zijn. Maar ik neem aan dat ook de informele contacten die er worden gesmeed van belang zijn?
Fauzaya Talhaoui: ‘Waarom denk je dat Wallonië ex-premier en voormalig Waals minister-president Elio Di Rupo naar het Comité stuurde? Zulke zwaargewichten kunnen in discretie contacten uitbouwen ten voordele van hun regionale besturen. Er zijn nogal wat toppolitici uit andere landen die vanuit een hoge lokale of regionale functie lid worden van het Comité.’
Joke Schauvliege: ‘Wanneer je als lid van het Comité een advies hebt geschreven, dan wordt je vaak uitgenodigd op studiedagen en publieke debatten. Je verhaal stopt dus niet aan de deuren van de Europese instellingen. Neen, jouw advies trekt de wijde wereld in.’
Karl Vanlouwe: ‘Het informele is zeker belangrijk. De contacten die worden gesmeed, de uitwisseling van gedachten met collega’s uit andere culturen en andere landen. En steeds vaker kunnen wij als Comité Europese Parlementsleden en Europese Commissarissen uitnodigen voor een dialoog tussen onze leden en die Europese zwaargewichten. Die tonen een stijgende belangstelling voor ons werk en onze impact. Want vergeet niet: met het Comité van de Regio’s vertegenwoordigen wij een miljoen driehonderdduizend lokale en regionale verkozen politici vanuit heel de Europese Unie. Dat zijn dus ook onze gemeenteraadsleden, provinciale bestuurders, Vlaamse en Waalse parlementsleden. Het Comité geeft hun een stem binnen de Europese structuur.’ —
Auteur
-
MarcPeirsRedacteur Lokaal
Fotograaf
- Stefan Dewickere
Heb je een vraag over de inhoud van dit artikel?
Contacteer onsMeer weten over
Up to date blijven?
Blijf op de hoogte van het belangrijkste nieuws voor en door lokale besturen. Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief.
InschrijvenNieuws
-
Oproep
Deel je ervaring over samenwerkingsverbanden
Bestuur en burgerSamenwerking -
Oproep
Neem deel aan de Europese bevraging rond antiracismebeleid
Diversiteit en gelijke kansenSamenwerking -
Nieuws
Krachtige start voor opmaak GLoBe 2027-2031 in Benin
Samenwerking