De Raad van State vernietigde op 25 februari 2026 het Ontslagbesluit over het ontslag van statutaire medewerkers. Daardoor vallen besturen voor verschillende onderdelen opnieuw terug op de oude rechtspositieregels, zoals de verplichte proeftijd, bepaalde evaluatieregels en de oude ontslagregeling. De VVSG vraagt daarom snel een nieuw decretaal initiatief, zodat besturen statutaire medewerkers opnieuw op een werkbare en juridisch sluitende manier kunnen ontslaan.
Na Ontslagdecreet nu Ontslagbesluit vernietigd
Het Grondwettelijk Hof vernietigde op 5 juni 2025 het Ontslagdecreet van 16 juni 2023. Dat decreet regelde drie zaken. Ten eerste gold de ontslagregeling in de Arbeidsovereenkomstenwet van 3 juli 1978 die op contractuele medewerkers van toepassing is, ook voor statutaire personeelsleden. Ten tweede werden de arbeidsgerechten bevoegd bij betwistingen over het ontslag van een statutaire medewerker, en niet langer de Raad van State. Ten slotte werden de tuchtstraffen ontslag en afzetting zonder voorwerp - statutaire medewerkers konden immers voortaan ook om dringende redenen ontslagen worden ) en dus geschrapt.
Door die vernietiging van het Ontslagdecreet gelden vanaf 5 juni 2025 opnieuw de oude regels voor het ontslag van statutaire medewerkers. Er is dus opnieuw vastheid van betrekking of vaste benoeming: het bestuur kan statutaire medewerkers alleen ontslaan in de gevallen die de wet uitdrukkelijk opsomt. Sinds 5 juni 2025 is een ontslag van statutaire medewerkers om dringende reden of wegens medische overmacht niet meer mogelijk.
Na dat arrest van het Grondwettelijk Hof vernietigde de Raad van State op 25 februari 2026 op haar beurt het uitvoeringsbesluit over het ontslag van statutaire medewerkers van 12 januari 2024.(opent nieuw venster)
Oude rechtspositieregels gelden opnieuw
Daardoor vallen we voor heel wat punten terug op de oude Rechtspositiebesluiten van 7 december 2007 voor gemeente- en provinciepersoneel en van 12 november 2010 voor OCMW-personeel.
Dat heeft een aantal concrete gevolgen. Zo wordt de proeftijd voor statutair aangestelde personeelsleden opnieuw verplicht. Ook enkele bepalingen over evaluatie en ontslag bij ontoereikend functioneren herleven. Daarnaast komen de bepalingen terug over de ambtshalve herplaatsing als alternatief bij de opheffing van een statutaire functie, na een ongunstige evaluatie of bij een gepland ontslag wegens beroepsongeschiktheid. Ook de oude regels over ontslag en disponibiliteit wegens ambtsopheffing gelden opnieuw.
Dat zorgt duidelijk voor heel wat puzzelwerk. Het Agentschap Binnenlands Bestuur maakte daarom een helder overzicht van de gevolgen van de vernietiging van het Ontslagbesluit van 12 januari 2024.(opent nieuw venster) Je leest er ook welke oude wetgeving opnieuw van toepassing is.
Dit verandert er meteen
Dit zijn enkele van de eerste opvallende gevolgen van de vernietiging van het Ontslagbesluit van 12 januari 2024 door de Raad van State:
- De proeftijd wordt opnieuw verplicht voor statutair aangestelde medewerkers.
- De statutaire medewerker die tijdens die proeftijd in totaal drie maanden afwezig is wegens ziekte of invaliditeit, kan ontslagen worden, als dat in de lokale rechtspositieregeling staat.
- De herkansingstermijn na een negatieve evaluatie, voordat het bestuur tot ontslag kan overgaan, wordt opnieuw zes maanden.
Overigens werkt de federale regering aan een wetsontwerp(opent nieuw venster) om contractanten met een verkorte opzeggingstermijn te ontslaan als ze nog geen zes maanden in dienst zijn. Voor sommigen komt dat neer op een herinvoering van de proefperiode voor contractanten.
VVSG vraagt snel nieuw ingrijpen
Na de vernietiging van het Ontslagdecreet door het Grondwettelijk Hof op 5 juni 2025 vroeg de VVSG om een hersteldecreet.
Het Grondwettelijk Hof gaf in zijn arrest duidelijk aan wat daarvoor nodig is. Als een ontslag onterecht blijkt, moet de medewerker kunnen kiezen tussen re-integratie in het bestuur, als herstel van de geleden schade in natura, of een vergoeding van de geleden schade (in geld). Neem je dat mee op in het decreet, dan krijg je volgens die redenering wel een grondwettelijk correct Ontslagdecreet.
In ondergeschikte orde, als plan B, vraagt de VVSG dat het ontslag van een statutaire medewerker zeker mogelijk blijft in de volgende gevallen.
- bij definitieve arbeidsongeschiktheid van de statutaire medewerker: Het ziektepensioen voor ambtenaren verdwijnt vanaf 1 april 2026, terwijl medische overmacht niet meer mogelijk is.
- bij opheffing van de functie van de statutaire medewerker, als herplaatsing niet mogelijk blijkt. Veel besturen vragen, om bij reorganisatie van hun diensten, de contractuele en statutaire medewerkers zo gelijk mogelijk te behandelen.
- Bij een ontslag om dringende reden, als de professionele samenwerking tussen bestuur en statutaire medewerker onmiddellijk en definitief onmogelijk wordt. Dat vraagt wellicht wel een decreetswijziging, want een ontslag om dringende reden botst met een tuchtontslag.
De vernietiging van het Ontslagbesluit maakt een ingrijpen van de Vlaamse regering en het Vlaams Parlement nu nog dringender.
Auteur
-
MarijkeDe LangeStafmedewerker Sociaal Overleg en Lokaal Personeelsbeleid
Heb je een vraag over de inhoud van dit artikel?
Contacteer onsUp to date blijven?
Blijf op de hoogte van het belangrijkste nieuws voor en door lokale besturen. Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief.
InschrijvenRelevante kennispagina's
Relevante kennisgroepen
Nieuws
-
Nieuws
DigiCheck meet digitale basisvaardigheden van medewerkers
Maatschappelijke dienstverleningDigitale transformatieDiversiteit en gelijke kansenPersoneelsbeleid -
Magazine Lokaal
Leiderschap begint bij een volle batterij
Personeelsbeleid -
Magazine Lokaal