Ieder jaar in augustus verandert het Zuid-Noorse Arendal een week lang in het symbolische centrum van Noorwegen. De hele binnenstad wordt ingenomen door kramen en activiteiten van politieke partijen, vzw’s, bedrijfsleven, sociale bewegingen, organisaties allerhand, kortom, al wat van ver of nabij met politiek en maatschappij te maken heeft. Het evenement krijgt nationale aandacht in de media, en de publieke belangstelling, die ieder jaar toeneemt, geeft een mens hoop voor de toekomst van de democratie.
Laat ik met enkele cijfers beginnen. Arendalsuka, de Week van Arendal, werd voor het eerst georganiseerd in 2012. Toen waren er dertig stands en vijftig arrangementen op vijf dagen tijd. Er kwamen zeventig geaccrediteerde perslui op af, en ongeveer 20.000 bezoekers. Een jaar later waren al die cijfers al ruim verdubbeld en sindsdien is de groei nooit gestopt. Afgelopen zomer waren er 177 stands, 2.287 arrangementen, 481 geaccrediteerde perslui en zo’n 190.000 bezoekers. Aangezien Arendalsuka een gratis evenement is, schatten ze het aantal bezoekers op basis van telefoonanalyse.
Politieke markt
Veel volk dus voor een stad van goed 46.000 inwoners. Volgens mij zijn die vijf dagen in augustus de enige dagen in het jaar dat er files staan op de invalswegen. De bus waarmee ik in zo’n file sta, stopt niet op haar normale eindhalte. Die ligt namelijk in een van de straten die nu tot een grote voetgangerszone vol kraampjes omgevormd is. Ik begin mijn tocht op het plein voor het cultuurhuis en kom uit tussen de stands van politieke partijen.
Nu weet ik wel dat er in Noorwegen véél politieke partijen zijn, maar ik zie er hier toch nog wel een aantal bij elkaar waar ik nooit eerder van gehoord heb. Behalve het gebruikelijke assortiment van links, centrum, rechts en groen zie ik de Partij voor Gepensioneerden, de Pasientfokus (one-issue-partij voor gezondheidsthema’s), de Partij voor Industrie en Bedrijfsleven, ik kan blijven opsommen, het zijn er meer dan twintig.
Ik sla alleen een praatje bij de jongerenafdeling van de Europa-beweging. Hier kom ik eindelijk te weten waarom Noorwegen in de jaren negentig (nipt) tegen toetreding tot de EU heeft gestemd. Het blijkt vooral te maken te hebben met angst dat de boeren weggeconcurreerd zouden worden door producten uit EU-landen waar de omstandigheden om aan landbouw te doen eenvoudiger zijn – door minder bar weer en minder rotsachtige grond, om maar enkele redenen te noemen.
De Noren hameren nogal op voedselzelfvoorzienendheid. Jammer genoeg heeft de anti-EU-keuze niet veel geholpen, want het landbouwareaal is nooit zo sterk achteruitgegaan – en de voedselimport vooruit – als in de laatste kwarteeuw. De jongste tijd gaan er stemmen op om het EU-lidmaatschap opnieuw in overweging te nemen, maar of de uitslag van een volksraadpleging nu anders zou uitvallen is nog de vraag.
Ik slenter even langs de stands van al die partijen groot en klein. Ik word er een beetje duizelig van en vlucht naar de stand van de watermaatschappij die hier elk jaar gratis stadswater tapt voor alle aanwezigen. In een fraaie herbruikbare waterfles nog wel, al mag je uiteraard ook je eigen fles vullen. Er staat zelfs een sympathieke waarschuwing op een bord bij de kraan: Ben je van plan om naar een lezing in gebouw zus-en-zo te gaan? Kom dan straks terug, want je mag er niet met water naar binnen. Ik wil nog wat kuieren voordat ik naar een evenement ga, dus ik pak met plezier een mooi flesje water van hen aan.
Even krijg ik een déjà-vu. Ik ben oud genoeg om de tijd meegemaakt te hebben dat politieke partijen in België de mensen in verkiezingstijd overstelpten met hebbedingetjes. Balpennen, kleine notitieblokjes met een slogan, stickers, ballonnen, asbakjes, flessenopeners, ik vond het als kind geweldig. Hier in Noorwegen mag dat nu nog, dus is Arendalsuka voor kinderen en jongeren één grote grabbelton waar ze graag met volgepropte gratis tas vertrekken. Asbakjes horen niet meer tot het aanbod, maar er zijn nog trofeeën genoeg.
Engagement aan alle kanten
Ik sla de straat in waar normaal de bushalte is. Hier is het aanbod van stands afwisselender. Terwijl achter mij de beweging Norge som Republikk uit het zicht verdwijnt, zie ik hier de Voedselcentrale naast de Vereniging Onze Roofdieren staan, enkele stappen verwijderd van Israël voor Vrede en de Vereniging voor een Drugsvrije Samenleving.
Nog een opvallende: de Klimaatvrienden voor Kernenergie, vredig naast Motvind, een bedrijf dat windenergie produceert. Daar weer naast staat het Palestinacomité, gevolgd door ChildPress.org, een afdeling van Children’s International Press Centre die zich recent in Arendal heeft gevestigd. Het wordt tijd dat ik stop met opsommen, maar deze moet er toch zeker nog bij: de stand van de Noorse Vakvereniging voor Rotsdynamiteringstechniek!
Op het plein voor de openbare bibliotheek staat een kinderstraattheatertje naast de vaste speeltuigen. Voor de rest wordt het hele plein ingenomen door allerlei openbare en ook privé gezondheidsdiensten, met daar tussenin tafels en banken waar je even op adem kunt komen. Er ligt papier en tekengerief om cartoons, tekeningen of pancartes te maken over het belang van kunst en cultuur. De hele omgeving hangt al vol grote witte bladen vol ideeën, kreten en tekeningen.
Ik loop de bibliotheek even binnen en overloop het programma van vandaag op deze locatie: een lezing over de noodzakelijke kennis van kinderopvangpersoneel over geweld tegen kinderen, een voordracht van een universiteit over het gevaar van KI in het centraliseringsdebat, een kinderactiviteit over de ‘voedseljungle’, een lezing over de vraag of jongeren binnenkort nog zelf mogen kiezen wat ze willen worden. Jammer dat die al bezig is, ik zou wel graag weten wat dat betekent.
De lijst loopt door: ‘Cultuur is kapitaal’, nog eens die Voedseljungle, preventie van ongelukken bij sneeuwlawines, de verkiezing van het Sami-parlement, en ook iets waar ik vanmiddag voor terugkom: ‘Achter de schermen: de onzichtbare waardeketen van de IT-branche’, georganiseerd door de Vereniging voor Ethische Handel van Noorwegen. Ik loop weer naar buiten. In een van de tentjes op het marktplein is er een debat over geestelijke gezondheidszorg aan de gang, ik ga stilletjes op een dichtbije stoel zitten en luister mee.
Onderweg naar Pollen, het oude haventje van Arendal, passeer ik weer langs de stand van de Joodse jongeren. Nu staat er een groepje van het Palestinacomité voor, gewoon vriendelijk en beschaafd, met hun herkenbare sjaals en enkele protestborden. Ze staan rustig te praten met enkele politielui, terwijl de jongeren in de Joodse stand even rustig en beschaafd toekijken. Nul agressie.
Boten kijken
Aan Pollen, waar anders plezierbootjes in en uit varen, liggen nu prachtige grote schepen aangemeerd die als conferentielocatie dienst doen en op de kades staan grote tenten voor de grotere debatten en lezingen. In de tent van een universiteit is een debat over hoger onderwijs aan de gang, maar zelfs met een schoenlepel geraak ik hier niet meer bij. Ook barstensvol is het op een arrangement over de toekomst van de zorg. Op een schip trekt de organisatie Aksjon for Norsk Eierskap (Actie voor Noors Eigenaarschap) de aandacht met de vraag: ‘Voor wie wil je werken, voor een Noorse eigenaar die je kent of voor een buitenlands fonds?’
Ze ijvert voor ‘afschaffing van de strafbelasting voor Noorse bedrijfsleiders’. Het zou interessant zijn daar eens een geluid te horen waar ik me gewoonlijk niet voor openstel – een lichte allergie tegen het woord ‘straf-’of ‘pestbelasting’ –, maar er is te veel te doen. Ernaast ligt een veel kleinere boot van een organisatie die actie voert voor de aanleg van een spoorlijn waarover al heel lang gepraat wordt. Daar weer naast een bootje Sustainable Energy van het Norsk Katapultsenter. Dat katapultcentrum is een project van de Noorse overheid dat industriële trainingsplekken aanbiedt, zodat bedrijven zich tot de internationale top kunnen opwerken door van de besten op de markt te leren.
Ik nader nu het verste punt. Hier ligt de boot waarmee ik afgelopen zomer op de Lysefjord heb gevaren. Een elektrische boot, zoals ze daar en ondertussen op veel andere plaatsen worden ingezet als toer- en veerboot. Zijn thuishaven is Stavanger, en op de achtersteven hangt een groot spandoek met ‘Energiehoofdstad’. Stavanger was de oliehoofdstad maar is nu de hoofdstad voor nieuwe en hernieuwbare energie.
Het oude zeilschip Christian Radich uit 1937, een gewezen schoolschip, is ook weer te bezoeken en naast dit prachtstuk ligt een hypermodern schip dat uitnodigt om aan boord te komen voor debat en lekker voedsel uit de zee, allemaal aangeboden door SIMRAD, technology for sustainable fisheries, lees ik in het Engels. Nog eentje verder: een hedendaags schoolschip, ‘hybrid power’ staat er in grote letters op de flank.
Ik keer om en loop langs de tenten op de kade. In een ervan merk ik vooraan naast het podium de vertrouwde SDG-kubussen op. Het gaat er voor een alweer redelijk ruim publiek over de recyclage van strategische grondstoffen ten behoeve van de groene transitie. Gewone belangstellenden stellen vragen aan een panel van specialisten die met genoegen hun uitleg verstaanbaar houden.
Wereldhoofdstad
Het wordt tijd om weer naar de bibliotheek te trekken, maar ik spring toch nog even binnen in een tent waar ze het over ‘burgerlijke paraatheid en de competenties van minderheidsgroepen als bron van paraatheidswerk’ hebben. Soms zijn de titels ingewikkelder dan het onderwerp zelf, maar het doet deugd te zien dat al die duizenden bezoekers zich daar niet door laten afschrikken en nieuwsgierig overal wat kennis proberen op te doen. Wat ik hier vandaag meemaak, is maar een fractie van het aanbod tijdens Arendalsuka. Ik heb zoveel overgeslagen, zoveel gemist, maar ik ben het helemaal eens met de burgemeester: Arendal is de wereldhoofdstad van de democratie en ze wil dat blijven, maar ze wil die titel gerust met een netwerk van steden delen. Kandidaten?
Ik rep me naar de bibliotheek en zie onderweg nog van alles wat ik zou willen lezen, bekijken, beleven. Daar, een stand van het Nansen Vredescentrum, een erfenis van mijn held Fridtjof Nansen, poolreiziger, wetenschapper en eerste Hoog Commissaris voor de Vluchtelingen bij de Volkerenbond, organisator van de voedselhulp na de Eerste Wereldoorlog, bedenker van het Nansenpaspoort voor ontheemden zonder papieren. Maar nee, ik moet voort, ik voel me stilaan het konijn van Alice in Wonderland.
De lezing in de bibliotheek valt wat tegen: wat te veel IT voor mij, het gaat mijn petje te boven. Maar mijn enthousiasme voor dit grootse evenement vermindert er niet door. Ik vind het jammer dat ik er maar één dag bij kan zijn. Richting bushalte neem ik een pad dat ik nog niet genomen heb en passeer vrijwilligersorganisaties, volkshogescholen, het Rode Kruis, de Noorse Fietsersbond (met de mooie slogan ‘Het hart klopt rustiger bij 30’).
Ik stap weer op de bus en verlaat Arendal met twee nieuwe drinkflessen – die van de watermaatschappij en nog eentje van de vereniging ter bescherming van roofdieren –, een miniflacon zonnemelk van een vakvereniging en een etuitje met pleisters van het openbare ziekenhuis. Achteraf lees ik dat er ook nog ergens gratis biologische courgettes en andere groenten te krijgen waren. Dat ik dat niet geweten heb! —
Auteur
-
MarleenCapelle
Fotograaf
- Mona Hauglid (ARENDALSUKA 2025)
Heb je een vraag over de inhoud van dit artikel?
Contacteer onsMeer weten over
Up to date blijven?
Blijf op de hoogte van het belangrijkste nieuws voor en door lokale besturen. Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief.
InschrijvenNieuws
-
Magazine Lokaal
Marathonsessie met de N449 als rode draad
Bestuur en burger -
Magazine Lokaal
Zes jaar vooruitkijken blijft nodig, ook als de wereld dwarsligt
Bestuur en burger -
Magazine Lokaal
Estafette Jeroen Baeten
Bestuur en burger