De lokale besturen leggen voor de derde keer hun meerjarenplan neer volgens de BBC-regels, nu voor 2026-2031. Ze maken daarmee duidelijk wat ze willen bereiken, wat ze gaan doen en wat ze kunnen betalen.
De beleids- en beheerscyclus is intussen goed ingeburgerd en heeft ook zijn waarde bewezen. Je koppelt je inhoudelijke keuzes aan je financiën. Je bekijkt alles geïntegreerd voor gemeente én OCMW. En je dwingt jezelf tot een meerjarenperspectief, voorbij de reflex van ‘we zien wel volgend jaar’.
De beleids- en beheerscyclus is intussen goed ingeburgerd en heeft ook zijn waarde bewezen. Je koppelt je inhoudelijke keuzes aan je financiën. Je bekijkt alles geïntegreerd voor gemeente én OCMW. En je dwingt jezelf tot een meerjarenperspectief, voorbij de reflex van ‘we zien wel volgend jaar’.
Een meerjarenplan dwingt ook tot keuzes. Binnen de opgelegde voorwaarden voor financieel evenwicht kun je niet alles tegelijk. Zes jaar vooruitkijken in een turbulente wereld is bovendien allesbehalve vanzelfsprekend. Denk aan najaar 2019, toen de plannen 2020-2025 op tafel lagen. Drie maanden na de start brak corona uit. Daarna volgden de oorlog in Oekraïne en een grote vluchtelingenstroom, de energiecrisis en een stevige inflatie-opstoot. Geen van die gebeurtenissen stond netjes ingeschreven in een actieplan. En toch hebben gemeenten keer op keer getoond hoe veerkrachtig ze zijn. Ze stuurden bij, bleven dienstverlening verzekeren en bleven investeren waar het moest.
De nieuwe meerjarenplannen tonen opnieuw die voorzichtigheid én die verantwoordelijkheid. Alle ingediende plannen halen een positieve autofinancieringsmarge (AFM) in 2031 – zoals het hoort, en zoals het ook verplicht is. En ook in de andere jaren gaan de meeste besturen uit van een AFM boven nul. Dat is geen detail. Dat is de basis van verstandig financieel beleid. Die terughoudendheid zien we ook in de belastingen. De meeste besturen houden de tarieven constant.
Intussen lopen de kosten wel op. Personeelsuitgaven stijgen met ongeveer 37% tegenover de oorspronkelijke plannen 2020-2025. Dat komt vooral door inflatie en door de groeiende pensioenfactuur, voor statutairen én via de tweede pijler voor contractanten. En doordat besturen bleven investeren, steeg ook de schuld wat, met hogere interesten als gevolg. Maar interestlasten wegen nog altijd minder door dan tien of twintig jaar geleden.
En investeren blijven lokale besturen doen. Alleen: wie naar de bouwkosten kijkt, weet dat je met dezelfde euro vandaag minder gerealiseerd krijgt. De lijst van noden is nochtans lang: van kinderopvang tot fietspaden, van rioleringen tot de isolatie van gebouwen, van sportinfrastructuur tot ontharding.
Lokale besturen plannen vooruit, maken keuzes en nemen verantwoordelijkheid. Dan moeten ze erop kunnen rekenen dat andere overheden ook verder kijken dan het volgende jaarcijfer. We blijven dit onder de aandacht brengen, ook in Lokaal. —