Kinderen bewegen zich dagelijks tussen thuis, kinderopvang, school, buurt en buitenschoolse activiteit. Voor hen, hun ouders en andere betrokkenen is continuïteit belangrijk. Zo voelen ze zich veilig en bekend, omdat ze omringd worden door vertrouwde gezichten in een vertrouwde omgeving. Maar de werking van de kinderopvang, de kleuterschool en de naschoolse opvang staan vaak nog op zichzelf. Dat kan anders.
Twaalf pioniers (samenwerkingsverband kinderopvang babypeuter, buitenschoolse opvang en kleuterschool) hebben met financiële steun van de Vlaamse overheid drie jaar lang (2022-2024) onderzocht hoe ze de breuklijnen tussen kinderopvang, buitenschoolse opvang en kleuterschool kunnen wegwerken. Medewerkers van VBJK en CEGO KU Leuven begeleidden hen. Er was ook een stuurgroep die als belangrijkste opdracht had beleidsaanbevelingen voor de huidige Vlaamse regering te formuleren op basis van de bevindingen van de pioniers. Het eindrapport van de stuurgroep is nu klaar. Hieronder presenteren we de aanbevelingen die erop gericht zijn de samenwerking tussen kinderopvang en kleuteronderwijs te versterken. Daarna maken we de vertaling naar wat lokale besturen ermee kunnen doen.
Twaalf aanbevelingen
Het eindrapport bevat twaalf beleidsadviezen voor onderwijs en welzijn om zorgen, spelen en leren meer met elkaar te integreren. De adviezen zijn gebaseerd op een praktijkmodel Doorgaande Lijn, dat in de loop van project werd ontwikkeld. Praktijken waarin onderwijs en welzijn intensief of geïntegreerd samenwerken, vallen onder de noemer Doorgaande Lijn. Doorgaande Lijn bouwt op de pedagogische methodiek Educare, waarin zorgen, spelen en leren nauw met elkaar zijn verbonden als evenwaardige elementen. De aanbevelingen zijn geclusterd rond de vier afzonderlijke domeinen van het praktijkmodel (zie figuur 1). We vatten ze hieronder kort samen.
Doorgaande Lijn praktijk
- Hanteer en verfijn het praktijkmodel Doorgaande Lijn (zie figuur 1). Voorzie in extra (financiële) stimulansen, middelen en mogelijkheden gekoppeld aan de samenwerking.
- Ontwikkel een gemeenschappelijk pedagogisch kader waar de visie van Educare centraal staat.
Personeel
- Creëer maximaal mogelijkheden (o.a. door kindvrije uren in alle sectoren) om de interprofessionele samenwerking van complementaire personeelsprofielen in multidisciplinaire teams te versterken.
- Maak gebruik van het nieuwe beroepsprofiel ‘educatief begeleider’ als hefboom voor Doorgaande Lijn, met inzet in beide sectoren en aandacht voor het praktijkmodel in alle opleidingen.
- Maak structurele middelen vrij voor brug- en coördinatiefuncties in organisaties die intensief of geïntegreerd samenwerken.
- Schakel een kinderbegeleider/kinderverzorger in voor zowel opvang als onderwijs met goede en afgestemde loon- en arbeidsvoorwaarden in elke sector.
Continuïteit thuis, buurt en toegankelijkheid
- Verwacht van elke geïntegreerde samenwerking Doorgaande Lijn een gedeelde en gedragen visie op ouderbeleid dat ouders als eerste opvoeders erkent.
- Hanteer een inclusief en samenhangend opname- en inschrijvingsbeleid dat continuïteit garandeert, gelijke kansen biedt en ieders rechten respecteert.
- Betrek andere relevante actoren en beleidsdomeinen bij de verdere uitwerking van de Doorgaande Lijn.
Beleid, organisatie en middelen
- Stem beleid en regelgeving van onderwijs en welzijn op elkaar af, reserveer de nodige middelen en grijp kansen om kinderopvang baby’s en peuters, buitenschoolse opvang en kleuteronderwijs in elkaars nabijheid te laten ontwikkelen.
- Werk de beleidsadviezen uit met beleid, praktijk en onderzoek om zo de langetermijnvisie (duurzaam model Doorgaande Lijn) en het regelgevend kader verder te ontwikkelen.
- Organiseer interne en externe evaluatie en monitoring via meetbare indicatoren op de vier domeinen en een systeem van gedeelde onderwijs- en zorginspectie van een geïntegreerde samenwerking.
Conclusie: geïntegreerde werking van kinderopvang, buitenschoolse opvang en onderwijs vraagt een systeembeweging. De beleidsadviezen situeren zich op middellange of lange termijn, maar er zijn nu al mogelijkheden om, met het langetermijnperspectief voor ogen, op korte termijn vooruitgang te boeken.