Mondige meiden en mannen, de ijsjesnorm in actie in Gent
De stad Gent wordt vaak bejubeld voor haar participatieve jeugdbeleid. Vind je daar ook iets van terug in het veld? Een wandeling met vijf haltes in de stationswijk Sint-Pieters zoals je die nooit eerder zag.
Jeugdbeleid is een van de beleidsdomeinen waarin lokale besturen kunnen uitmunten door kinderen en jongeren letterlijk en figuurlijk ruimte en inspraak te geven. Die jongeren en hun verenigingen vragen ook zelf om gehoord te worden. In de Gentse stationswijk liet Lokaal zich op sleeptouw nemen door Thibalt Bonte, waarnemend directeur van de Gentse jeugddienst, Tine Bergiers van netwerk Goe Gespeeld! en Wouter Vanderstede, projectcoördinator kindvriendelijke ruimte en mobiliteit bij Kind en Samenleving. Treed binnen in de wereld van Tiktokdansjes, jongerenweefsel en het belang van zitbanken die tegenover elkaar staan.
1 Citadelpark, ICC
Aan de ingang van het ICC staat een meisje heftig te dansen. De gigantische glaspartijen van het ICC reflecteren haar, zodat ze in deze gratis spiegel haar dansje steeds verder kan verfijnen. ‘Die werkt aan haar Tiktokmoves,’ zegt Wouter Vanderstede zonder aarzeling. ‘Hoe zij letterlijk haar plaats opeist aan de ingang van een zo prestigieus en gigantisch congrescentrum, is een mooi voorbeeld van hoe jongeren zich plekken toe-eigenen en zelf een stukje jongerenweefsel maken.’
De luifel en het spiegelglas zijn de spreekwoordelijke danszaal. ‘Allemaal elementen in de publieke ruimte die in eerste instantie niets met kinderen of jongeren te maken hebben,’ zegt Thibalt Bonte, ‘maar dan zie je hoe zij plekken claimen en er hun ding mee doen. Neem de luifel, er is ontzettend veel vraag naar luifels waar jongeren beschut tegen regen en zon kunnen samenkomen. Met de klimaatverandering zal die vraag alleen urgenter worden.’
Vanderstede zet de dansplek in een breder perspectief: ‘Wat verderop in de struiken vind je enkele grote stenen en twee zitbanken. Wat valt daaraan op? De banken staan niet naast maar tegenover elkaar. Zo is het veel makkelijker praten en pret maken. En nog een klein beetje verderop is er een grote vijver. Ook die is belangrijk, want jongeren klitten graag samen aan het water.’
Kortom: de luifel, de stenen, de banken, de vijver, al die elementen samen maken dit tot een interessant stukje jongerenweefsel. Die originele plaatsing van de zitbanken is een klein maar fijn voorbeeld van hoe je de behoeften en wensen van jongeren mee kunt nemen bij de inrichting van de publieke ruimte.
“Kinderen durven hun voorrang dikwijls niet nemen. Wanneer één op de tien chauffeurs een kind belemmert of het de pas afsnijdt, dan maakt die ene uit tien dat kinderen élke chauffeur gaan wantrouwen.
Tine Bergiers
2 Oversteekplaats Citadelpark - Kortrijksesteenweg
Wie wil oversteken van het Citadelpark naar de stationsbuurt of vice versa, moet de brede en drukke Kortrijksesteenweg over. ‘Voor jongeren en zeker kinderen is dat een enorme barrière,’ zegt Tine Bergiers van Goe Gespeeld! ‘Er is een verdienstelijke poging ondernomen om in het midden van de weg een vrij groot eiland te scheppen. Het wordt niet gemaaid, waarschijnlijk uit de beste ecologische bedoelingen, maar dat leidt ertoe dat kinderen zich er niet veilig voelen. Doe zelf even de test: laat je een meter zakken zodat je op de hoogte van een kind komt, dan lijken de planten wel een jungle die je het overzicht beneemt.’
‘Kinderen durven hun voorrang dikwijls niet nemen. Wanneer één op de tien chauffeurs een kind belemmert of het de pas afsnijdt, dan maakt die ene uit tien dat kinderen élke chauffeur gaan wantrouwen. Vaak mogen ze van hun ouders de steenweg trouwens niet oversteken. Zet hier verkeerslichten, en kinderen voelen zich veiliger. Maar dan krijg je discussie: we hébben hier nu vlotte doorstroming van het gemotoriseerde verkeer, laten we dat vooral zo houden.’
3 Sint-Pieters en Koningin Maria Hendrikaplein
Het Gentse Sint-Pietersstation is na de Brusselse Zuid-, Centraal- en Noordstations het drukste station van heel België. Tegelijkertijd geniet Sint-Pieters de twijfelachtige eer om samen met de Korenmarkt bij jongeren als ‘slechtste plek van Gent’ te gelden. ‘Dat heeft met heel veel te maken,’ zegt Thibalt Bonte van de Gentse jeugddienst, ‘maar vooral met de verkeerssituatie. In het station komen duizenden studenten aan en in de stationsbuurt zijn er verschillende lagere en middelbare scholen met grote drommen jongeren die pendelen tussen school en station.’
Op het Maria Hendrikaplein heb je overal tegelijk bussen, auto’s, trams, fietsers, voetgangers, steps. Die janboel komt voort uit het idee van de shared place: als je iedereen en elke weggebruiker op hetzelfde plein toelaat, dan zal dat verkeer zichzelf regelen. ‘We zijn daar al een poos van af gestapt,’ lacht Bonte. Want we merken dat de zwakke weggebruiker regelrecht het slachtoffer is. Er ontstaan conflicten tussen voetgangers en auto’s, tussen fietsers en voetgangers en zelfs tussen fietsers onderling, tussen de gewone fiets en de talrijke snelle varianten van elektrisch aangedreven fietsen.’
Voor jongeren is een plek waar ze kunnen zitten zonder te hoeven consumeren, een van de prioriteiten. Rond het Maria Hendrikaplein zijn er veel terrasjes, maar het is zoeken naar een plekje waar jongeren zomaar kunnen rondhangen. Overdekte zitplaatsen zijn al helemaal schaars tenzij je op een perron wilt zitten, maar een gezellig alternatief kun je dat bezwaarlijk noemen.
In en rond Sint-Pieters moeten jongeren voortdurend hun eigen stek verdedigen en bewaken. Voor je het weet, is er een andere groep actief op ‘jouw’ plekje. Zo spreken jongeren over de ‘zattenbank’ met altijd dezelfde drinkers op en rond ‘hun’ bank. ‘Altijd reünie van de drinkers en wij hebben geen bank meer over, want er staan er maar drie of zo,’ klinkt het een beetje bitter. Er staan in de realiteit wel meer dan drie banken, maar het is een feit dat jongeren steevast als eersten weg worden gejaagd door dominanter groepen. ‘Vanuit het bestuur vind ik dat dakloze drinkers ook recht hebben op “hun” plek in de publieke ruimte,’ zegt Thibalt Bonte. ‘Maar dat geldt ook voor de jongeren die niet de luxe hebben om thuis met vrienden af te spreken.’
“Hoe een dansend meisje letterlijk haar plaats opeist aan de ingang van een gigantisch congrescentrum, is een mooi voorbeeld van hoe jongeren zich plekken toe-eigenen en zelf een stukje jongerenweefsel maken.’
Wouter Vanderstede
4 Reigerspark, Reigerstraat
‘Een toonbeeld van inspraak en participatie,’ zo noemt Thibalt Bonte het Reigerspark in de gelijknamige straat aan de andere zijde van het Sint-Pietersstation. ‘Dit park kwam er op initiatief van de buurt en werd samen met hen ontworpen. Bewoners en jongeren zijn heel diepgaand bevraagd. Iedereen mocht vrank en vrij zijn of haar mening geven.’ En toch. Het Reigerspark toont aan dat, ook na participatie en dialoog, de bestemming van openbare ruimte altijd een beetje een proces blijft. Zo prijkt aan de ingang een bordje met de tekst “een stilteplek voor elke generatie in het midden van de stad”.
‘Niet alle jongeren maken graag lawaai’, zegt Thibalt Bonte daarover. ‘Veel jongeren vragen een plek om tot rust te komen, alleen of met vrienden, en het park is in die zin heel goed ontworpen. Daartegenover staat dat er in de hele wijk weinig publieke ontmoetings-, sport- en speelruimte is.’
Dat maakt deze nogal kleine groene ruimte qua draagkracht overbevraagd. Er zijn twee middelbare scholen in de directe omgeving en vlakbij is ook een afdeling van de hogeschool HoGent. Dat brengt veel fiets- en voetgangersverkeer mee. Op de domeinen van de hogeschool zijn sportvelden en zitbankjes, maar de school weigert voorlopig die open te stellen voor jongeren uit de buurt. En zo komen zij dus toch weer terecht in het Reigerspark. Algauw komen er dan bewoners klagen over hangjongeren die hier hun broodje opeten en hun vuilnis achterlaten. Voor Bonte zijn dat ‘terechte klachten die we au sérieux nemen. Woningprijzen swingen hier de pan uit, dus je hebt vaak te maken met mondige burgers. Bij je participatiemodel moet je je daarvan bewust zijn: wie bereikt je participatie en wie bereikt ze niet?’
Voorlopig ziet Bonte één oplossing: ‘Idealiter wordt de accommodatie van de HO Gent toch opengesteld voor iedereen. Want als de stad zelf nieuwe, bescheiden pleintjes inricht, dan zal ook daar, net als bij het Reigerspark, de capaciteit snel onvoldoende blijken.’
Thibalt Bonte:
‘Veel jongeren vragen een plek om tot rust te komen, alleen of met vrienden, en het Reigerspark is in die zin heel goed ontworpen. Daartegenover staat dat er in de hele wijk weinig publieke ontmoetings-, sport- en speelruimte is.
5 De Smet De Naeyerpark, Miljoenenkwartier
In 1913 was de Gentse wijk SintPieters-Aalst het decor van de Wereldtentoonstelling. In die periode werden in de wijk en ook daarbuiten een heleboel nieuwe, statige herenhuizen gebouwd. Die zijn nu erkend als erfgoed. Ze zijn zo waardevol dat elke rechtgeaarde Gentenaar de buurt het Miljoenenkwartier noemt. ‘Niet eenvoudig om in zo’n buurt jongerenweefsel binnen te brengen,’ zegt Thibalt Bonte. Het ene moment waren advocaten met kantoor en geld tegen elke verandering gekant, het andere moment is de nabijgelegen school boos, omdat in ons plan de leerkrachten enkele tientallen meters verderop moesten parkeren.’
De Gentse jeugddienst koos voor dialoog met alle betrokkenen. ‘Uiteraard ook met jongeren,’ aldus Bonte, ‘waarbij we veel hebben geleerd van de scouts en vooral van de kinderen van de school. Met hun opmerkingen hebben we het park meter na meter tegen het licht gehouden. Zo leerden we “hun” park kennen: een plek waar ze spelen, elkaar ontmoeten, voetballen. Een gelukje is dat de jongeren dat vooral doen aan de rand van het park, een eindweegs van de parkeerplaatsen voor auto’s.’
Uiteindelijk kon Stad Gent een stuk van het De Smet De Naeyerpark verrijken met enkele speeltuigen. Hier was de grote uitdaging om die in te passen in de erfgoedwaarde van het park. Ook daar hadden sommige buurtbewoners in het begin levensgrote vraagtekens bij, uit vrees voor rondlummelende jongelui, maar op deze doodgewone dag zien we in het hele park niet één jongere.
Wanneer het bezoek aan de stationswijk ten einde loopt, willen de drie gidsen nog graag een mooi staaltje van participatie en beleid vertellen. ‘Samen met de collega’s van de dienst Mobiliteit hebben we twee volle jaren gewerkt om alle routes in kaart te brengen die kinderen en jongeren gebruiken om naar school en hobby en terug te gaan,’ vertelt Thibalt Bonte. Dat leverde een gedetailleerde heat map op. ‘Met rode en blauwe kleurcodes kregen we een gedetailleerde kaart van bijna alle verkeer van jongeren en hun populaire routes,’ vult Wouter Vanderstede aan.
‘Alleen de binnenstad is niet in het onderzoek opgenomen,’ zegt Tine Bergiers, ‘want daar is de toestand té complex om hem betrouwbaar in kaart te brengen.’ En zo blijft dat dynamische, vrolijke, chaotische jongerenweefsel steeds weer, alle metingen, onderzoeken en bevragingen ten spijt, voor nieuwe verrassingen zorgen. —
IJsjesnorm
Niet alle speelplekken zijn even vlot bereikbaar. Soms moet een kind of jongere bijvoorbeeld een drukke weg oversteken of ligt de speelinfrastructuur gewoon ver van huis. Met de ijsjesnorm kan Goe Gespeeld! die afstanden in kaart brengen. De test bestaat erin dat kind of jongere met een ijsje vertrekt op een voor hem of haar significante plaats. Likkend aan het ijsje gaat de jongere naar de dichtstbijzijnde speelplek. Als bij aankomst het ijsje nog bijna intact is, is de speelplek behoorlijk dichtbij. Bij anderen is het ijsje al op. Dan is de speelplek verder weg.
De ijsjesnorm meet niet in fysieke afstand of in minuten maar in de duurtijd van een gemiddeld ijsje en hoe kind of jongere die ‘overleving’ van een gemiddeld ijsje ervaren. Het is een ludieke manier om te onderzoeken of er voldoende bereikbare publieke ruimte voor kinderen in de buurt aanwezig is. Zo kadert de ijsjesnorm in het stimuleren van buitenspelen dat de jongste jaren in vrije val blijkt. Goe Gespeeld! roept niet alleen jongeren op om de ijsjestest te doen. Het wordt ook jeugddiensten, verenigingen, scholen warm aanbevolen. Goe Gespeeld! verzamelt jaarlijks de resultaten. Op de website kunnen deelnemers aangeven hoe groot of klein hun ijsje bij aankomst op de speelplek nog was.
Dat de ijsjesnorm geen dode letter blijft in Gent, bewijst het VRT-Nieuws van 12 juni. Het Gentse stadsbestuur gaat een nieuwe kaart opmaken op basis van de ijsjesnorm. Om de 400 meter moet er een speelplek voor kinderen zijn en Gent wil al die plekken verbinden om het speelweefsel sterk te maken. www.buitenspelen.be/ijsjesnorm(opent nieuw venster)
Auteur
-
MarcPeirsRedacteur Lokaal
Foto
- Stefan Dewickere
Heb je een vraag over de inhoud van dit artikel?
Contacteer onsUp to date blijven?
Blijf op de hoogte van het belangrijkste nieuws voor en door lokale besturen. Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief.
InschrijvenNieuws
-
Nieuws
Modelbestek en ondersteuning voor regieopdrachten parochiekerken beschikbaar
Toekomst parochiekerkenVrije tijdPublieke ruimte -
Oproep
Deel de WK-video over België in je gemeente
Vrije tijdEconomie -
Nieuws
Klaar om op 1 september te starten met BOA?
Kinderen en gezinnenVrije tijd