In het Europese project DeCarb-Pro onderzochten twaalf steden en instanties in Noordwest-Europa drie jaar lang of een CO2 -beprijzing invloed heeft op aanbestedingsbeslissingen van lokale besturen. De resultaten leren Vlaamse steden en gemeenten om via hun overheidsopdrachten een grote impact te hebben op de lokale CO2 -uitstoot.
Het doel van DeCarb-Pro is de reductie van CO2 -emissies van lokale besturen via aanbestedingen (DECARBonisatie van public PROcurement). Er wordt geschat dat in Noordwest-Europa 15% (230 megaton) van de CO2 -emissies onder controle van lokale overheden vallen. Zonder aanbestedingen koolstofvrij te maken, zullen lokale besturen de EU-reductiedoelen voor 2030 en hun bijdrage aan de ambities van de EU Green Deal moeilijk kunnen realiseren. De grootste reducties worden behaald bij aanbestedingen van infrastructuurwerken, gebouwen en energie.
De CO2 -voetafdruk scherp krijgen
In veel gemeenteraadsbesluiten wordt ‘klimaat’ niet specifiek benoemd. Gemeenteraden nemen bijvoorbeeld beslissingen over een school renoveren, een wagenpark vervangen of een raamovereenkomst voor wegwerkzaamheden toekennen, waarbij de prijs vaak de belangrijkste factor is. Bevraging door projectpartner Flux50 (de speerpuntcluster voor energie) bij Vlaamse steden zoals Antwerpen, Gent en Leuven leerde dat duurzaamheids- en CO2 -criteria in aanbestedingen meer en meer voorkomen als kwaliteitscriteria, maar dat een objectieve evaluatie en opvolging niet evident is. DeCarb-Pro wil, met een strategie en methodieken, elementen aanreiken om hier objectiever mee om te gaan.
Als een stad een nieuw plein wil aanleggen kan het kiezen voor asfalt, beton of gerecupereerde kasseien. Het is duidelijk dat elk van deze materialen een verschillende CO2 -voetafdruk heeft. Dus ook in de ontwerpfase worden keuzes gemaakt die een belangrijke impact hebben op de toekomstige uitstoot. De CO2 -kosten van een project kunnen liggen in de werffase (elektrificatie van werven), in de gebruikte materialen (embedded CO2 ) of in de operationele fase (jaarlijks fossielenergieverbruik).
Projectpartners zijn zowel grote steden (Parijs, Amsterdam, Essen, Wiesbaden en Straatsburg), organisaties die tientallen kleinere steden en gemeenten ondersteunen op dit vlak in Frankrijk, Nederland en Ierland, alsook klimaat- en energieagentschappen. Klimaatverbond Nederland heeft al langer ervaring met CO2 -beprijzing. Het Nederlandse SKAO bracht als ontwikkelaar van de CO2 -prestatieladder kennis, ervaring en methodieken aan binnen het partnerschap.
Hoe werkt CO2 -beprijzing in de praktijk?
Koolstofbeprijzing houdt in dat een organisatie een eurowaarde toekent aan elke ton CO2 en die waarde gebruikt in haar eigen berekeningen en evaluaties. Er zijn verschillende manieren om dit te doen. Sommige gemeenten hanteren een interne of schaduwprijs, puur om opties te vergelijken, wat geen invloed heeft op de aanbesteding zelf. Andere gemeenten verwerken de maatschappelijke kosten van koolstof in hun kosten-batenanalyse. Een derde aanpak gaat nog een stap verder en gebruikt de koolstofprestaties als gunningscriterium, waardoor een bieder met lagere emissies wordt beoordeeld alsof zijn prijs lager is.
Wat deze zaken gemeen hebben, is dat de emissies uiteindelijk in dezelfde eenheid worden uitgedrukt als alle andere gegevens in het dossier, namelijk: euro’s. Opties die in eerste instantie duur lijken, blijken soms goedkoper te zijn zodra de CO2 -uitstoot wordt meegerekend.
Voor financiële collega’s is dit vaak concreter en beter hanteerbaar dan loutere klimaat- en duurzaamheidsdoelstellingen. Niemand heeft ooit een ton CO2 gezien, terwijl een bedrag in euro wel goed begrepen wordt. Ook aanbieders reageren hierop. Als CO2 -uitstoot hen punten kost, gaan ze op zoek naar manieren om die te verlagen. CO2 -beprijzing in aanbestedingen zorgt ervoor dat bedrijven concurreren voor producten en diensten met de laagste emissies.
Leerlessen uit pilootgemeenten
De Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen paste deze aanpak toe bij de aankoop van groen gas door haar gemeenten. De waarde van de vermeden klimaatschade werd geschat op ongeveer 30 miljoen euro per jaar, wat de manier veranderde waarop de beslissing in de betrokken gemeenteraden werd besproken. Straatsburg en Amsterdam werkten met de CO2 -prestatieladder, een Nederlands certificeringssysteem dat gecertificeerde aannemers een fictieve korting geeft bij de beoordeling van hun offerte. Het is in duizenden contracten toegepast en wordt nu ook buiten Nederland gebruikt.
Essen en Straatsburg onderzochten de kosten van uitstel: wat betaalt een gemeente uiteindelijk door nu voor de goedkopere optie te kiezen?
In Parijs en Straatsburg werd ervaring opgedaan met een jaarlijks CO2 -budget, vergelijkbaar met een financiële jaarbegroting, waarin de operationele CO2 -uitstoot samen met de uitstoot van nieuwe projecten beperkt wordt tot een afgesproken jaarbudget.
Bestaande tools, nieuwe methodiek
Waar loopt het werk nog vast? Een CO2 - prijs berekenen is alvast niet het probleem, aangezien de modellen bestaan en redelijk goed gedocumenteerd zijn. De moeilijkheid – en daar is het project ook open over – zit hem in de interne organisatiestructuur. Beleidsdocumenten over investerings- en operationele kosten zijn niet geschreven met dit soort redeneringen in gedachten. Departementen maken zich zorgen over de gevolgen voor hun budget. Vaak is het zelfs onduidelijk wie de beslissing moet nemen.
Hoe dan ook heeft DeCarb-Pro een strategie ontwikkeld en via pilootprojecten getest, waarbij een prijs per ton CO2 een nieuw perspectief biedt. Door dit in zowel de ontwerp- als de aanbestedingsfase te combineren met bestaande tools – zoals TOTEM, CO2 emissiefactoren.be en de CO2 -prestatieladder – kan het leiden tot duurzamere steden en gemeenten.
Ga mee de uitdaging aan
Op 5 november organiseert DeCarb-Pro in Brussel zijn publiek event “Elke ton koolstof heeft een prijs” met onder andere zes workshops, waarvan er twee focussen op deze uitdaging binnen lokale besturen. Is je bestuur van de partij? —
Meer weten over DeCarb-Pro? Mail naar marc.vermeeren@flux50.com