Hogevijf in Hasselt verbindt jong en oud
Een woonkamer met bewoners aan tafel. Een klas vol kinderen. Een kring ouderen in gesprek in het centrum voor dagverzorging. Op het eerste gezicht lijken het drie aparte werelden. In de ouderenzorgvoorzieningen van Hogevijf, midden in de Banneuxwijk van Hasselt, vloeien ze samen tot één verhaal. Hier gebeurt ontmoeting elke dag.
Een bewoner ontwaakt uit haar stilte, wanneer een kind haar aankijkt. Of haar hand aanraakt. Of haar uitnodigt voor een spelletje. Studenten drinken koffie met bewoners in de blokbar en raken aan de praat. Een kind is nieuwsgierig naar dementie. Een medewerker legt het uit, eerlijk en herkenbaar, vanuit dagelijkse ervaring. Bij Hogevijf is intergenerationeel werken geen project. Het is gewoon hoe ze leven.
Sinds de verhuizing in 2017 naar de Banneuxwijk werkt Hogevijf intens samen met scholen en verenigingen in de buurt. Die band groeit nog elke dag. Kinderen leren niet alleen over ouderenzorg, ze maken er deel van uit. En bewoners krijgen energie van die jonge gezichten, nieuwsgierige vragen en open blikken.
‘Hoe vaker kinderen hier komen, hoe vertrouwder het woonzorgcentrum voor hen wordt,’ zegt Chantal Grauwels, experte dementie binnen de verschillende ouderenzorgvoorzieningen van Hogevijf. ‘Dat helpt bij het doorprikken van vooroordelen. En het versterkt het contact tussen generaties.’
Van jongs af aan met zorg omkaderd
‘Een ontmoeting begint altijd met een verhaal,’ zegt Chantal Grauwels. Al jaren geeft ze les over dementie in Hasseltse basisscholen. Geen droge theorie, maar interactieve sessies met filmpjes, inleefoefeningen en tips op kindermaat. Een mooi voorbeeld is Freinetschool De Toverfluit. Daar vertelt ze de leerlingen over mensen met dementie, over hun gevoelens, hun talenten en de veranderingen in hun hersenen. Hoe cellen afsterven in bepaalde hersengebieden, waardoor iemand moeite krijgt met zien, bewegen, handelingen uitvoeren of gedrag controleren. En hoe je op een goede manier contact maakt: op ooghoogte, met een rustige stem en een duidelijke vraag, zoals: ‘Mag ik je een hand geven?’
Kinderen zijn vaak nieuwsgierig en onbevangen. Dat maakt van hen verrassend goede gesprekspartners. Door deze omgang met elkaar begrijpen ze beter waarom iemand met dementie trager reageert of in herhaling valt. Chantal Grauwels: ‘Dankzij die voorbereiding kunnen ze zich echt inleven. Dat maakt het contact warm en respectvol.’
Van klas naar contact
Na de klas komt het echte ontmoeten. De kinderen trekken naar het woonzorgcentrum of het centrum voor dagverzorging voor een gezamenlijke activiteit zoals een kienmoment waar getallen herkennen centraal staat. Of een stoeldanssessie. ‘Zien bewegen doet bewegen,’ zegt Chantal Grauwels. Misschien denk je: jong geweld stormt het woonzorgcentrum binnen. Overweldigend, zeker voor mensen met dementie? Zo is het niet. In Hogevijf is gekozen voor klein schalig wonen. Dat principe trekken ze overal door: in de werking, de activiteiten én de manier waarop ze contacten met jongeren organiseren. Altijd met oog voor rust, prikkels en het tempo van bewoners.
Of het nu kleuters zijn, leerlingen of (jong)volwassenen, elke ontmoeting is doordacht en afgestemd op de ouderen. Het centrum voor dagverzorging speelt daarin een verbindende rol. ‘Door de samenwerking tussen de woonzorg, het lokaal dienstencentrum en de dagzorg kunnen we een klas van twintig gemakkelijk opsplitsen over meerdere locaties,’ vertelt Miquel Porta, coördinator van het centrum voor dagverzorging. ‘Zo houden we het rustig en persoonlijk. De invulling verschilt telkens, maar het doel blijft gelijk: échte ontmoeting.’
Ook ouderen keren terug naar de klas
De beweging loopt in twee richtingen. Niet alleen jongeren komen naar Hogevijf – ook ouderen trekken naar school. Zo nodigde het Virga Jessecollege vijftig ouderen uit, onder wie bezoekers van de lokale dienstencentra en ook enkele bewoners van het woonzorgcentrum, om er een dag plaats te nemen op de schoolbanken. Samen met de leerlingen volgden ze gewone lessen: Latijn, fysica, muziek. Het programma werd niet aangepast. De bedoeling was elkaar te ontmoeten in elkaars leefwereld. Ouderen ervaren hoe het is om leerling te zijn in 2025, en jongeren vertellen hoe het voelt om vandaag puber te zijn.
Jeroen Coemans, overkoepelend centrumleider van de dienstencentra van de stad Hasselt, vindt het bijzonder waardevol. ‘De afstand tussen generaties is soms groot, maar op deze manier brengen we ze dichter bij elkaar. En het werkt,’ zegt hij. ‘Ik zag veel lachende gezichten en net nog een bewoner arm in arm met een jongere op weg naar het klaslokaal.’
Ook Patrick was erbij. Na de les fysica lachte hij breed: ‘Ik ben zeventig, maar ik voelde me weer vijftien. Mag ik morgen terugkomen?’
Echte verbinding, echte herinneringen
‘Het is zo fijn om met de kinderen een spelletje van vroeger te spelen,’ zegt bewoonster Jeanne. Emma glundert: ‘Die mevrouw bleef mijn hand maar aaien en gaf er zelfs kusjes op. Ze was zó blij.’
Katrien Moors van het EKA-team ziet bewoners openbloeien. EKA staat voor ergo, kine en animatie. ‘Soms spiegelen ze bewegingen van kinderen. Soms komt er ineens een herinnering boven. Zelfs wie niet meedoet, geniet mee. Iemand die anders moeilijk aanspreekbaar is, glimlacht wanneer de kinderen voorbij huppelen. Dat is waardevol.’
Medewerkers leggen die momenten op foto vast. Zo houden ze het contact levend, ook achteraf, bij een babbel met familie of collega’s.
Een huis voor de hele buurt
Het woonzorgcentrum is een open huis voor de buurt. Sterker nog: het is deel van de buurt. Scouts organiseren er gezelschapsspelen. Jongeren uit de moskee brengen eindejaarskaartjes en kleine attenties. Via Avansa Limburg leren vrouwen met een migratieachtergrond meer over ouderenzorg. Kunstenaars stellen er tentoon. Studenten schoonheidszorg geven de bewoners voetverzorging. Jongeren lopen er stage via alternatieve leertrajecten.
Op de campus ligt ook een dementievriendelijke natuuroase. Geen gewone tuin, maar een plek vol geur, kleur en zachte prikkels. Hier komen bewoners tot rust, raken kinderen verwonderd en vinden buren elkaar op een bankje. De tuin nodigt uit tot informele ontmoeting. ‘Dat de hele wijk door de tuin mag wandelen, is geen toeval,’ vertelt Chantal Grauwels. ‘Zo verbinden we ons met de buurt. In het kleine amfitheater aan de zijkant van de tuin kunnen scholen uit de buurt zelfs buitenlessen organiseren.’
Het huis en de tuin staan dus open, letterlijk en figuurlijk. Nieuwe ideeën zijn welkom. Iedereen telt mee. ‘Elk initiatief is een nieuwe kans op ontmoeten,’ zegt Chantal Grauwels nog. ‘We zijn meer dan een zorginstelling. We zijn ook een leerplek, een buurtplek, een plek waar mensen groeien.’
Intergenerationeel werken vraagt creativiteit, tijd en soms wat gepuzzel. Maar bovenal openheid en de moed om kansen te grijpen. Nieuwsgierigheid krijgt voorrang op schroom. Een kind dat voor het eerst een rollator ziet. Een bewoner die beweegt, omdat er een kind in de buurt is. Een student die ontdekt: dit past bij mij.
Elke ontmoeting doet ertoe. Hogevijf is een levendige plek. Hier groeit het leven. Hier delen generaties het leven. —
Auteur
-
EMMEVANDEGINSTEStafmedewerker
Foto
- Annelies Michielsen
Heb je een vraag over de inhoud van dit artikel?
Contacteer onsUp to date blijven?
Blijf op de hoogte van het belangrijkste nieuws voor en door lokale besturen. Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief.
InschrijvenNieuws
-
Standpunt
Lokale besturen vragen volwaardige rol in ziekenhuishervorming
Zorg en gezondheid -
Magazine Lokaal
Nieuwe zorgmodellen brengen basiszorg dichter bij de burger
Zorg en gezondheid -
Oproep
Maak mensenhandel zichtbaar: doe mee met Blue Heart-campagne op 30 juli
Maatschappelijke dienstverleningLokale politiezonesVreemdelingenZorg en gezondheidWerk, sociale economie en activering