Leendert Van Hulle, gemeenteraadslid in Anzegem, kreeg het estafettestokje van raadslid Joshua Saelens uit Oudenburg, om een vragenlijstje à la Proust te beantwoorden. Aan het eind geeft hij het door aan een andere lokale politica/politicus, van een andere partij en ver van Anzegem.
Wat betekent je politieke functie voor jou?
Het is voor mij een manier om van mijn engagement meer te maken dan woorden. Politiek is de hefboom om samen dingen te (proberen te) veranderen, om beleid en keuzes in de richting van een betere samenleving te sturen.
Wat was je eerste politieke daad (in de ruimste betekenis)?
Toen mijn jongere broer Ramses verongelukte met de fiets, aangereden door een dronken bestuurder, heb ik voor het eerst echt mijn stem laten horen in het maatschappelijk debat. Ik schreef brieven, sprak mensen aan en zette mee acties op. Dat was – jammer genoeg – de kiem van mijn politieke engagement.
Kom je uit een politiek nest?
Ja en nee. Mijn ouders hebben nooit aan politiek gedaan, maar waren en zijn maatschappelijk zeer betrokken personen. Tot op vandaag vind ik hen nog steeds heel inspirerend.
Wat zie je als je grootste prestatie?
Politiek gezien kan ik nog geen verwezenlijkingen voorleggen omdat ik pas in januari de eed heb afgelegd. Toch heb ik al enkele ballonnetjes opgelaten in de gemeenteraad, waarvan ik verwacht dat die in de komende maanden hun weerslag zullen hebben.
Neem je dit ambt mee naar huis?
Onvermijdelijk. Zeker als vader voel ik elke dag waarom ik dit doe. Minne en Felix zijn een levende aanmaning dat politiek over een goede toekomst gaat.
Heb je vrienden in de politiek?
Absoluut, ook over de partijgrenzen heen. Ik respecteer mijn politieke tegenstander, maar trek de grens bij fundamentalisme en racisme. Wie de samenleving verdeelt en ophitst, daar heb ik geen goed woord of handdruk voor over.
Met wie overleg je het eerst als je een belangrijke politieke beslissing moet nemen?
Wanneer ik een belangrijke politieke beslissing moet nemen, probeer ik me eerst te verplaatsen in de leefwereld van de mensen die erdoor geraakt worden. Niet vanuit de vraag: ‘Wat betekent dit voor mijn stemmenaantal?’, maar wel vanuit de afweging: ‘Is de impact verantwoord?’
Wat vind je zelf je meest uitgesproken positieve eigenschap?
Volharding. Ik laat niet snel los, zeker niet wanneer het gaat om rechtvaardigheid of wanneer ik het wil opnemen voor de zwakkeren in onze samenleving.
Welke eigenschap bij jezelf betreur je het meest?
Ongeduld. Soms wil ik te snel resultaat zien, terwijl politieke verandering vaak traag gaat.
Welke eigenschap waardeer je het meest bij een lid van een andere partij?
Eerlijkheid. Als iemand met een andere overtuiging toch oprecht durft te zeggen tegen mij: ‘Hier heb je een punt’, dan groeit er respect en vertrouwen.
Met welke historische figuur identificeer je je het meest?
Ik heb veel bewondering voor het levensverhaal van Martin Luther King, omdat hij een visionair was die rechtvaardigheid en gelijkheid vooropstelde, en daarbij nooit de menselijke waardigheid uit het oog verloor.
Wie zijn je huidige helden?
Mijn kinderen. Zij kijken nog onbevangen naar de wereld en herinneren me eraan waarom ik mijn vrije tijd opoffer aan politiek of mij engageer in het jeugdvoetbal.
Waar zou je nu het liefste zijn?
Moeilijk te zeggen. Ik doe graag wat ik doe, ook al weerhouden die bezigheden mij van veel ontspanning en vrije tijd. Doe mij dan toch maar een of andere Alpentop met een mooi uitzicht; zon of sneeuw, dat maakt nog niet zoveel uit.
Welk woord of welke zin gebruik je te vaak?
Hup.
Wat koester je het meest?
Kleine fietstochtjes met mijn gezin.
Wat is volgens jou de diepste ellende?
Het verlies van een leven door iets wat door de mens te vermijden was. Ik denk dan meteen aan de genocide in Gaza. Ik kan me niet voorstellen hoe machteloos, gepasseerd en genegeerd iemand in Gaza zich moet voelen.
Wat is je favoriete bezigheid?
Fietsen met mijn gezin, maar het komt er veel te weinig van.
Ga je nog af en toe op café in de gemeente?
Telt de plaatselijke voetbalkantine mee?
Wat is je motto?
Een uitgesproken motto heb ik niet. Maar ik zweer wel bij: vooruitgang vraagt volharding.
Aan wie geef je de estafettestok door?
Aan Jonas Crement, schepen in Kluisbergen. Ik groeide daar zelf op en we speelden als kleine jongens samen in de spits bij het toenmalige Kwaremont Sportief. —