Politiecijfers en meldingen vertellen maar een deel van het verhaal over veiligheid in de publieke ruimte. Wie wil weten waar en waarom inwoners zich onveilig voelen, moet ook hun ervaringen zichtbaar maken. Met Safer Cities 2.0 combineren lokale besturen data, participatie en samenwerking om van die inzichten duurzaam beleid te maken. Stad Gent, Plan International België en Sensoa vertellen hoe dat in de praktijk werkt.
Dat er een groot verschil is tussen wat mensen meemaken en wat uiteindelijk in officiële cijfers terechtkomt, weet ook Wouter Stes van Plan International. ‘Uit eerder onderzoek van Plan International België bleek bijvoorbeeld dat 91 procent van de meisjes al seksuele intimidatie in de publieke ruimte had meegemaakt, terwijl slechts 6 procent aangifte deed,’ zegt hij. ‘Dat verschil is enorm.’ Net daarom verzamelt Safer Cities ook ervaringskennis. Via het gelijknamige digitale platform kunnen burgers aangeven waar en wanneer ze intimidatie meemaakten of zich onveilig voelden. Maar ook dat is maar één deel van het verhaal.
Voorbij de cijfers: beleving
‘Cijfers tonen je waar iets gebeurt,’ zegt Wouter Stes. ‘Daarna moet je begrijpen wat er achter die cijfers zit. Hoe beleven mensen die plek? Wat gebeurt er precies? Waarom mijden ze een bepaalde straat, halte of plein? Dat soort nuances haal je uit focusgroepen en safety walks.’
Voor Stad Gent was dat een belangrijke reden om in Safer Cities 2.0 te stappen. Coördinator Inma Roldan: ‘We werken al langer rond seksueel grensoverschrijdend gedrag, maar merkten dat bepaalde groepen minder gehoord worden en dat hun ervaringen niet altijd zichtbaar zijn via klassieke participatiekanalen.
We willen die blinde vlekken beter in kaart brengen.’ Gent kiest daarom voor een combinatie van focusgroepen, safety walks en het online platform. ‘Die methodieken leveren niet alleen informatie op over wat mensen meemaken, maar ook over de context waarin dat gebeurt,’ gaat Inma Roldan verder. ‘Dat helpt ons om onze aanpak beter af te stemmen op de realiteit van verschillende doelgroepen.’
Een veilige publieke ruimte is een transversaal thema. Als jeugd, preventie, communicatie, gelijke kansen, politie en ruimtelijke diensten elk apart werken, mis je kansen.
Ruimte maken voor gesprek
Safety walks en focusgroepen brengen de ervaring van inwoners letterlijk en figuurlijk dichterbij. ‘Tijdens een safety walk ga je samen door de publieke ruimte,’ legt Wouter Stes
uit. ‘Mensen kunnen tonen: hier verander ik van kant van de straat, hier voel ik me ’s avonds ongemakkelijk, hier ontbreekt verlichting of overzicht, hier werd ik al eens lastiggevallen. Zo’n ervaring is moeilijk te vatten in een cijfer.’
Ook focusgroepen maken ruimte voor nuance. Ze kunnen bovendien gericht worden ingezet om groepen mensen te bereiken die anders minder geneigd zijn om deel te nemen aan een klassieke inspraakavond. ‘De meest mondige burgers zijn niet noodzakelijk de mensen die het vaakst intimidatie meemaken,’ benadrukt Wouter Stes. ‘Daarom werken we samen met lokale besturen, scholen, jongerenorganisaties, seniorengroepen, ondernemers, en andere lokale partners. Zij kunnen helpen om net die mensen te bereiken van wie de stem minder vaak wordt gehoord.’
Welke groepen dat precies zijn, verschilt van gemeente tot gemeente. Meisjes en jonge vrouwen vormen een belangrijke doelgroep, maar afhankelijk van de lokale context kunnen ook LGBTQI+-personen, senioren of nieuwkomers bijzondere aandacht vragen. Voor Inma Roldan van Stad Gent ligt net daar een belangrijke meerwaarde van focusgroepen en safety walks: ‘Ze creëren ruimte voor gesprek. Mensen kunnen hun ervaringen uitgebreider en genuanceerder delen dan in een klassieke bevraging.’
Van luisteren naar beleid
Safer Cities verbindt de informatie uit het online platform, safety walks en focusgroepen aan de opmaak van een lokaal actieplan. ‘Participatie is immers meer dan mensen vragen wat ze van iets vinden,’ aldus Wouter Stes. ‘Ze moet gestructureerd zijn en gekoppeld worden aan keuzes.’
Lokale besturen kunnen daarvoor verschillende instrumenten combineren: safety walks, gesprekken met specifieke doelgroepen, omstaandertrainingen, coaching bij de opmaak van een actieplan en brede dataverzameling via het digitale platform. Wouter Stes: ‘Er is geen vast pakket dat je overal op dezelfde manier kunt uitrollen. Een universiteitsstad heeft andere uitdagingen dan een landelijke gemeente. Kijk dus eerst naar je eigen noden en capaciteit. Van andere lokale besturen leren is waardevol, maar beleid kopiëren werkt niet.’
Die uitwisseling tussen steden en gemeenten wordt wel steeds belangrijker. Samen met de VVSG en Sensoa ondersteunt Plan International die onder meer via het lerend netwerk grensoverschrijdend gedrag in de publieke ruimte. ‘Veel lokale besturen botsen op vergelijkbare uitdagingen en kunnen veel van elkaar opsteken,’ zegt Wouter Stes. ‘Maar elke lokale context is anders. Je moet eerst begrijpen wat er precies speelt in een wijk, buurt of deelgemeente. Pas dan kun je bepalen welke aanpak werkt.’
Dat het lokale vertrekpunt cruciaal is, beaamt ook Leen Bastiaansen van Sensoa: ‘Elke stad en gemeente kent eigen problemen, risico’s en noden. Als je die niet eerst goed in kaart brengt, bestaat het risico dat je acties overneemt die elders goed werken, maar niet noodzakelijk een antwoord bieden op jouw situatie.’
Focusgroepen en safety walks creëren ruimte voor gesprek. Mensen kunnen hun ervaringen uitgebreider en genuanceerder delen dan in een klassieke bevraging.
Integrale benadering
Politie, handhaving en hulpverlening zijn belangrijke schakels, maar een veilige publieke ruimte begint al vóór er een incident plaatsvindt. ‘Lokale besturen hebben veel meer hefbomen dan ze soms denken,’ zegt Leen Bastiaansen. ‘Jeugdwerk, buurtwerk, evenementen, gelijke kansen, communicatie, mobiliteit, ruimtelijke inrichting: allemaal kunnen ze bijdragen aan een omgeving waarin grensoverschrijdend gedrag minder kansen krijgt en respectvol gedrag wordt versterkt.’
Sensoa pleit daarom voor een geïntegreerde aanpak die drie niveaus combineert: goed reageren wanneer iets gebeurt, gericht voorkomen dat incidenten plaatsvinden én bewust werken aan de positieve norm die een stad of gemeente wil versterken. Leen Bastiaansen: ‘De vraag is dus niet alleen: hoe sanctioneren we ongewenst gedrag? Maar ook: hoe willen we dat mensen in onze publieke ruimte met elkaar omgaan?’
Dat klinkt als een opdracht voor zowat het hele lokale bestuur, en dat is het volgens Inma Roldan ook. ‘In Gent werken onder meer welzijn, gelijke kansen, mobiliteit, sport, jeugd, participatie en preventie voor veiligheid samen. Daarnaast betrekken we politie, scholen, middenveld- en jeugdorganisaties. Iedere partner brengt een andere expertise binnen.’
Tegelijk zit daar een van de moeilijkste aspecten van de aanpak. Seksueel grensoverschrijdend gedrag heeft verschillende oorzaken en raakt aan meerdere beleidsdomeinen. ‘Je moet voldoende tijd nemen om te analyseren, de juiste hefbomen te identificeren en draagvlak te creëren,’ vult Inma Roldan aan. ‘Structurele verandering is bovendien niet onmiddellijk zichtbaar. Je hebt een langetermijnvisie nodig.’
Vier P’s en vijf A’s
Wouter Stes merkt ook in andere steden en gemeenten dat de urgentie van het thema meestal niet meer in twijfel wordt getrokken. ‘De uitdaging zit eerder in de geïntegreerde aanpak,’ bevestigt hij. ‘Verschillende diensten moeten samen preventief werken, beschermende maatregelen nemen, inwoners betrekken en tegelijk zorgen voor een degelijk beleid wanneer er toch iets misloopt. Plan International vat dat samen in “vier P’s”: participatie, preventie, protectie en prosecutie. Geen van die vier staat op zichzelf.’
Ook inwoners zelf spelen een belangrijke rol. ‘Denk bijvoorbeeld aan omstaanders,’ zegt Leen Bastiaansen. ‘Bij grensoverschrijdend gedrag zijn vaak andere mensen aanwezig. Toch grijpen die niet altijd in. Meestal is dat niet omdat ze onverschillig zijn, maar omdat ze niet weten hoe ze op een veilige manier kunnen reageren.’ Sensoa werkt in dat verband met “vijf A’s”: anderen betrekken, afzonderen, afleiden, aanspreken en aanwezig blijven. Rechtstreeks confronteren is dus maar één mogelijkheid. Soms kan iemand afleiden, bij het slachtoffer blijven of anderen om hulp vragen al een verschil maken of een situatie de-escaleren.
Maak mee de Toolbox Veilige Publieke Ruimte
Om met je gemeente aan de slag te gaan voor een veiliger publieke ruimte hoef je niet te wachten op een volledig uitgewerkt beleidsplan. Een kleine actie kan al verschil maken: organiseer een safety walk, organiseer een omstaandertraining of kijk heel gericht naar één plek waarvan je weet dat inwoners er problemen ervaren.
Sensoa ontwikkelde daarvoor ook de gratis Toolbox Veilige Publieke Ruimte, met handvatten om het thema op de politieke agenda te krijgen, de lokale situatie te analyseren, draagvlak op te bouwen en een plan van aanpak uit te werken. Je vindt de toolbox via www.sensoa.be/publiekeruimte(opent nieuw venster).
Ook jij kunt helpen om de toolbox van Sensoa te evalueren en verbeteren door je ervaringen rond de aanpak van grensoverschrijdend gedrag te delen. Interesse? Neem dan contact met leen.bastiaansen@sensoa.be
Verantwoordelijkheid creëren
‘Omstaandertrainingen geven mensen concrete handelingsmogelijkheden,’ weet Leen Bastiaansen. ‘Maar ze kunnen ook iets groters in beweging zetten. Wanneer een groep dezelfde taal en hetzelfde handelingskader leert, ontstaat geleidelijk een nieuwe norm: wij kijken hier niet van weg.’ Daarmee verschuift de aandacht ook weg van een aanpak die vooral mogelijke slachtoffers vertelt hoe zij risico’s moeten vermijden. Preventie richt zich dan ook op de omgeving, omstaanders, potentiële plegers en de sociale norm.
Hoe dan vermijden dat het bij een campagne, training of project blijft?
Leen Bastiaansen: ‘Door er iemand verantwoordelijkheid voor te geven. Een lokaal bestuur heeft een persoon nodig met een duidelijk mandaat om de samenwerking te organiseren, acties op te volgen en doelstellingen te bewaken.’
Daarnaast moet het thema volgens Sensoa een plaats krijgen in de bredere beleidsplanning. Een gedeelde visie, concrete doelstellingen en samenwerking tussen diensten maken het verschil tussen een reeks losse initiatieven en een duurzaam beleid. ‘Een veilige publieke ruimte is een transversaal thema,’ besluit Leen Bastiaansen. ‘Als jeugd, preventie, communicatie, gelijke kansen, politie en ruimtelijke diensten elk apart werken, mis je kansen.’
Elke gemeente heeft publieke ruimte en in elke gemeente bewegen mensen die intimidatie of onveiligheid kunnen ervaren. Maar lokale besturen staan tegelijk heel dicht bij hun inwoners. Net daardoor kunnen ze veel veranderen.
Wat de praktijk leert
Gent zit nog volop in het traject van Safer Cities 2.0. Inma Roldan: ‘Ik zou nooit durven zeggen dat het op een bepaald moment volledig geslaagd is. Seksueel grensoverschrijdend gedrag is een complex fenomeen dat mee evolueert met maatschappelijke veranderingen. Wat vandaag werkt, kan morgen onvoldoende zijn.’ Succes zit voor de stad daarom niet in één eindresultaat, maar in het vermogen om te blijven luisteren, leren en bijsturen. Die houding begint al bij de start, vindt Inma Roldan. ‘Ons advies aan andere lokale besturen? Begin met luisteren en breng het ecosysteem rond het thema goed in kaart. Wie heeft expertise? Wie is rechtstreeks betrokken? Wie kan een rol spelen in de uitvoering? Onderschat nooit de kracht van een sterk netwerk.’
Ook participatie hoeft niet altijd groots te zijn. Gent ziet bijvoorbeeld mogelijkheden in artistieke werkvormen die mensen helpen om complexe gevoelens en ervaringen bespreekbaar te maken. Een kleinschalig initiatief kan zo waardevolle beleidsinformatie én meer betrokkenheid opleveren.
‘Het belangrijkste is beseffen dat dit niet alleen een probleem van grote steden is,’ vult Wouter Stes aan. ‘Elke gemeente heeft publieke ruimte en in elke gemeente bewegen mensen die intimidatie of onveiligheid kunnen ervaren. Maar lokale besturen staan tegelijk heel dicht bij hun inwoners. Net daardoor kunnen ze veel veranderen.’
De gemene deler van de drie gesprekspartners? Begin niet bij de oplossing, maar bij de ervaring. Verzamel gegevens én verhalen, zoek actief de inwoners op die je anders minder hoort, verbind diensten en partners, en vertaal wat je leert naar keuzes die langer meegaan dan één project.
Een veilige publieke ruimte ontstaat niet vanzelf. Maar lokale besturen hoeven evenmin te wachten op de perfecte aanpak om eraan te beginnen. —
- Meer over Safer Cities 2.0
- planinternational.be/nl-be/projecten(opent nieuw venster)
- Intekenen op het (gratis) ondersteuningsaanbod? Mail naar Mieke.Verwaest@planinternational.be
- De VVSG neemt deel aan de actie Her Walk: samen wandelen voor meer veiligheid voor meisjes.
Lees meer via https://herwalk.be(opent nieuw venster) - www.vvsg.be/intimidatie