Resultaat van deze stap:

Resultaat 1

Er is een interne werkgroep samengesteld die mee de uitrol van dit decreet gedurende de eerste maanden in de gemeente gaat trekken. Deze interne werkgroep heeft een duidelijke naam wat hem ook de nodige zichtbaarheid geeft binnen het bestuur.

De interne werkgroep werkt voorbereidend (vandaar dat we in het kader van de opdrachten van de interne werkgroep telkens spreken over een ontwerp of voorstel). Uiteraard liggen de uiteindelijke beleidskeuzes - afhankelijk van de wettelijke bevoegdheden en het soort beslissingen - bij het college, MAT, algemeen directeur en/of de gemeenteraad.

Resultaat 2

Deze werkgroep heeft een duidelijk door college, MAT of algemeen directeur goedgekeurd werkplan met concrete timing.

Mogelijke suggesties voor het werkplan zijn:

  • opvolgen actualiteit inzake decreet (stand van zaken uitvoeringsbesluiten opvolgen, lezen standpunten en kennisdossiers van de betrokken diverse organisaties enz.);
  • in kaart brengen huidige lokale situatie (sterktes, zwaktes, uitdagingen en bedreigingen - gelinkt aan de realisatie van de kinderrechten);
  • ontwerp-visie formuleren (ambitie van het lokaal bestuur) over de buitenschoolse kinderopvang en de afstemming met de buitenschoolse activiteiten gelinkt aan de realisatie van de kinderrechten;
  • in kaart brengen mogelijke interne en externe betrokkenen voor verder uitwerken visie en voor realisatie beleidsdoelstellingen;
  • ontwerp-visie en werkwijze formuleren om kinderen, ouders, buurt, actoren, enz. te laten participeren bij verder uitwerken visie, doelstellingen en concrete aanpak;
  • ontwerp-visie formuleren op rol lokaal bestuur in deze opdracht;
  • ontwerp-visie formuleren op rol en samenstelling lokaal samenwerkingsverband;
  • communicatieplan bij elk van de stappen;
  • formuleren ontwerp-beleidsdoelstellingen (strategisch en operationeel), actieplan en begroting met ook personeelsbehoefteplan (rekening houdend met bepaalde keuzes over de rol van het lokaal bestuur een inschatting maken wat dit aan personeelsinzet vraagt voor het lokaal bestuur).


Het is belangrijk dat de interne werkgroep een duidelijk mandaat krijgt van het college, MAT of algemeen directeur om dit werkplan uit te voeren. En dat er concrete afspraken zijn over periodieke terugkoppeling en overleg met college, MAT of algemeen directeur.

Wat kan je doen?

Actie 1

Leg de samenstelling en het werkprogramma van de interne werkgroep vast. Bepaal duidelijk de prioriteiten en werk met een realistische timing. Neem ook zeker de tijd binnen de interne werkgroep om mekaar te leren kennen en info, kennis en inzichten uit te wisselen (niet persoonlijk, maar vooral de sector die jouw collega vertegenwoordigt).

Actie 2

Abonneer je op KinderPraat (stuur een mail naar marjolein.stroobant@vvsg.be). Het e-zine KinderPraat is een maandelijks e-zine voor verantwoordelijken kinderopvang binnen een lokaal bestuur. De VVSG zal dit medium zeker gebruiken om te informeren over actualiteit over het decreet.

Word ook lid van de facebookgroep https://www.facebook.com/groups/2341827069418933/?ref=bookmarks

Ga regelmatig kijken op de site van Het Netwerk Lokaal Sportbeleid (http://www.lokaalsportbeleid.be/), VDS (https://www.speelplein.net/), Bataljong (https://bataljong.be/), VVSG (https://www.vvsg.be/samenleven-gezin-welzijn/kinderopvang-en-gezinsbeleid/regie-buitenschoolse-activiteiten) en Kind en Gezin (https://www.kindengezin.be/kinderopvang/sector-schoolkinderen/) of er nieuws te rapen valt.

Actie 3

Ga concreet aan de slag met de diverse opdrachten

Kanttekening over visie-ontwikkeling in de interne werkgroep

Wij stellen in deze fase voor dat de interne werkgroep werk maakt van een ontwerp-visie. Het gaat over een ontwerp-visie (ambitie van het lokaal bestuur) over de buitenschoolse kinderopvang en de afstemming met de buitenschoolse activiteiten gelinkt aan de realisatie van de kinderrechten, over de manier waarop je de participatie van kinderen, ouders, buurt, actoren, enz. wil vorm geven, over de rol van het lokaal bestuur in deze opdracht en over de rol en samenstelling lokaal samenwerkingsverband.

Het kan een keuze zijn om deze visie-ontwikkeling over deze diverse aspecten niet eerst intern te doen, maar onmiddellijk aan de slag te gaan met externe partners en actoren en vooral met de doelgroep zelf (kinderen en ouders).

Elke werkwijze heeft zijn voordeel en ook zijn nadeel.

Meteen aan de slag gaan met de actoren en doelgroep om een visie te ontwikkelen zorgt absoluut voor een grotere gedragenheid. Je begint met een leeg blad en iedereen heeft evenveel inspraakmogelijkheden.

Nadeel kan zijn dat je als lokaal bestuur onvoldoende je eigen ambities/visie hebt geformuleerd en die dus ook niet vertaald ziet in de uiteindelijke visie (ook omdat je misschien zelf nog onvoldoende een visie had). Dat er een lang proces is van visie-ontwikkeling (van een leeg blad vertrekken met een grote groep actoren en doelgroep).

Aan jouw werkgroep dus om een scenario te kiezen (dat wellicht ook nog kan verschillen afhankelijk over welke visie-ontwikkeling het gaat):

Scenario 1

De interne werkgroep maakt op basis van de inbreng van actoren en betrokkenen (maar zonder al een vastgelegde participatievorm te hebben) een ontwerp-visie. Deze ontwerp-visie wordt bekrachtigd op college of MAT als basis om het gesprek met actoren en doelgroep aan te gaan.

Deze visie wordt dan besproken met de actoren en doelgroep in het lokaal samenwerkingsverband en verder verfijnd en aangepast. Deze aangepaste versie gaat ook weer naar college of gemeenteraad om definitief goedgekeurd te worden.

Voordelen: sterke sturing door lokaal bestuur, duidelijkheid voor partners over visie lokaal bestuur
Nadelen: weinig gedragenheid misschien door actoren en betrokkenen, weerstand tegen ‘afgewerkte’ visie en partners die afhaken op deze visie

Scenario 2

Er wordt een lokaal samenwerkingsverband samengesteld dat meteen aan de slag gaat rond de visie (zij verzamelen zelf input). Deze door actoren en doelgroep uitgewerkte visie wordt voorgelegd aan college of gemeenteraad.

Voordelen: grotere gedragenheid bij visie door gezamenlijk proces af te leggen, gedragenheid die zich misschien later ook vertaalt in betrokkenheid bij uitvoering beleid
Nadelen: lang proces, visie of belangen lokaal bestuur die te weinig doorwegen in visie, visie-verschillen tussen betrokkenen worden niet uitgeklaard omdat er geen duidelijke trekker is met een duidelijke visie