Auteur:

Gepubliceerd op: 23-03-2023

VVSG reikt de hand om samen te werken aan een efficiënte gemeentelijke bestuurlijke handhaving van ondermijnende criminaliteit. Dat gebeurde ook vandaag tijdens een constructief overleg met Minster Verlinden waarop de VVSG haar standpunt over het wetsontwerp toelichtte. 

De VVSG blijft geloven in de doelstelling van het wetsontwerp bestuurlijke handhaving en vindt er ook een aantal positieve elementen in terug maar blijft omwille van de zeer belemmerende werking op de lokale praktijk gekant tegen de inwerkingtreding van het wetsontwerp in zijn huidige vorm.

Dit zijn onze belangrijkste bedenkingen:

  • er werd zo goed als geen rekening gehouden met het standpunt en de aanbevelingen van de VVSG van 19 oktober 2022;
  • er is sprake van onvoldoende flexibiliteit door de vele procedurele drempels en administratieve verplichtingen bij het te voeren van het gemeentelijk integriteitsonderzoek waardoor het in de praktijk onwerkbaar wordt;
  • de huidige handhavingsmogelijkheden in hoofde van de burgemeester worden ingeperkt;
  • er is geen afstemming of integratie met andere bijzondere regelgeving;
  • en tot slot is er geen afstemming met de Vlaamse regelgeving.

De VVSG formuleert hierbij ook al een aantal aanbevelingen, los van de technische opmerkingen die we ook aan het kabinet hebben bezorgd.

Niet de ganse sector onderwerpen aan een integriteitsonderzoek of verdere vereenvoudiging van de procedure

De lokale besturen verzetten zich tegen het principe dat indien de gemeente een economische sector als ‘ondermijningsgevoelig’ aanduidt, alle inrichtingen van die sector moeten worden onderworpen aan een integriteitsonderzoek. Niet alleen vanuit capaciteitsoverwegingen is dit volstrekt onmogelijk voor bepaalde sectoren (bijv. horeca, kapperszaken), maar ook vanuit proportionaliteits- en privacyoverwegingen plaatsen we hier vraagtekens bij. En als men als lokaal bestuur toch de ganse sector moet screenen, dan is het belangrijk om de administratieve of procedurele plichten te schrappen, zoals het aangetekend schrijven en het individueel burgemeestersbesluit per opgestart integriteitsonderzoek.

Geen verplicht advies van DIOB bij iedere negatieve beslissing (weigering, schorsing, opheffing of sluiting) van het lokaal bestuur

Een weigering van de vergunning of sluiting door het college van burgemeester en schepenen op basis van integriteit kan slechts na een niet-bindend, maar verplicht advies van de DIOB. Dit tast de gemeentelijke autonomie aan. De ratio van het voorontwerp gaat er van uit dat de gemeente eerst aan zet is en dat het DIOB pas tussenkomt wanneer het integriteitsonderzoek door de gemeente niet volstaat (subsidiariteitsbeginsel). Dit getuigt eveneens van weinig vertrouwen in de lokale besturen en kan bovendien problemen opleveren in het licht van de termijn die het lokaal bestuur heeft voor een integriteitsonderzoek.

Behoud de huidige handhavingsmogelijkheden

Het is belangrijk de verdere uitholling van de huidige handhavingsmogelijkheden op basis van artikel 135§2 NGW tegen te gaan. De vrees bestaat dat we 2 parallelle circuits van reglementen/ politieverordeningen gaan creëren, waarbij het nieuwe wetsontwerp alle reglementen op basis van art. 135 §2 NGW onwerkbaar gaat maken. Hierover moet dus veel meer duidelijkheid komen. Met name rijst de vraag of het nog mogelijk is integriteitsonderzoeken voor andere, niet-ondermijningsgerichte doeleinden op gemeentelijk niveau op te leggen.

Voor lokale besturen is het belangrijk om gerichter op te treden én bovendien als lokaal bestuur te kunnen reageren op inrichtingen waarvan een integriteitsonderzoek reeds is opgenomen in bijzondere regelgeving en dus buiten de gemeentelijke bevoegdheden valt. Typevoorbeeld hierbij is de kansspelwetgeving. De VVSG vraagt om te onderzoeken of de bestaande artikelen niet kunnen worden uitgebreid, zoals het artikel 135 §2 NGW of te voorzien in een nieuw artikel 134 octies met een bijzondere sluitingsbevoegdheid in hoofde van de burgemeester.

Actualiseren bijzondere wetgeving

Er is een belangrijke vraag tot actualisering van verouderde en moeilijk te handhaven bijzondere regelgeving waarbij voor bepaalde uitbatingsvormen al enige vorm van moraliteitscontrole is voorzien (bijv. drankvergunning en kansspelvergunning). De wettelijke limitatieve lijst van misdrijven is volstrekt ontoereikend.

Nood aan afstemming tussen Vlaams en federaal regelgevend initiatief

De VVSG stelt vast dat er geen afstemming is tussen de verschillende beleidsniveaus over de regelgeving die een integriteitsonderzoek door lokale besturen toelaat. Door het gebrek aan afstemming dreigen de lokale besturen verschillende procedures te moeten toepassen of zelfs op 2 DIOB’s beroep te moeten doen, naargelang de materie en bevoegdheid. Dit zal de bestaande handhavende bevoegdheden van de lokale besturen niet ten goede komen en de praktijk zo goed als onwerkbaar maken.

Naar aanleiding van het wetsontwerp zoals goedgekeurd door de ministerraad van 27 januari 2023 hernieuwde de VVSG haar standpunt omtrent het wetsontwerp betreffende de gemeentelijke bestuurlijke handhaving en oprichting directie integriteitsbeoordeling voor openbare besturen (DIOB). De Raad van Bestuur van de VVSG bevestigde dit standpunt op 15 maart 2023.

 

Bjorn Cools