Auteur:

Gepubliceerd op: 23-11-2022

De VVSG gelooft dat de woonmaatschappij een sterke partner kan zijn van het lokale bestuur in het verdere lokale en regionale (sociale) woonbeleid. Voor het voeren van een sterk lokaal sociaal beleid zijn steden en  gemeenten dan ook gebaat bij krachtige woonmaatschappijen. De verwachtingen naar die woonmaatschappijen die vandaag gevormd worden liggen hoog: we willen dat het slagkrachtige organisaties zijn die het sociaal woonaanbod zullen uitbreiden. Tevens moet een groot deel van de huidige sociale woningen gerenoveerd worden. Tegelijk verwachten we dat ze een goede dienstverlening en begeleiding bieden aan de sociale huurders.

Om dat allemaal te kunnen waarmaken is het nodig dat de woonmaatchappij personeel heeft met de nodige expertise en ervaring. De zorg voor het personeel, het behoud ervan, het ervoor zorgen dat zij kwaliteitsvol en met goesting zullen kunnen werken is een belangrijk element bij de vorming van de woonmaatschappij. Daartoe ondertekenden de vereniging van de Vlaamse huisvestingsmaatschappijen (VVH),  HUURpunt ( de federatie van de sociale verhuurkantoren in Vlaanderen), de vakbonden en de minister van wonen, Matthias Diependaele, deze week het protocol betreffende het personeel van de sociale huisvestingsmaatschappijen (SHM’s) en de sociale verhuurkantoren (SVK’s). Met het ondertekenen van dit protocol gaan de verschillende partijen het engagement aan om het personeel, de bijhorende expertise en de nodige middelen binnen de sociale huisvestingssector te behouden. Dit gedeeld engagement van werkgevers- en werknemersorganisaties en het beleid is een sterk signaal. 

Vanuit de VVSG richten we nog eens specifiek de aandacht op de OCMW –SVK’s en SVK welzijnsverenigingen, en de mogelijke impact op hen. Zij maken immers gebruik van sociale maribel middelen voor de tewerkstelling. Als de vorming van de woonmaatschappij tot gevolg heeft dat het arbeidsvolume vermindert, moeten zij hierover vooraf melding maken aan het Fonds Sociale Maribel om verder te kunnen genieten van de financiële tussenkomsten. Zij kunnen dan een afwijking aanvragen. 

 

 

Joris Deleenheer