Auteur:

Gepubliceerd op: 24-08-2022

De nieuwe toewijzingsregels sociale huur en het centraal inschrijvingsregister (CIR) zullen pas ingaan vanaf 1 oktober 2023. Dat en een aantal andere bepalingen die spelen bij de vorming en de werking van de woonmaatschappijen zijn opgenomen in een besluit dat de Vlaamse Regering principieel goedkeurde vlak voor het zomerreces. De wijzigingen zijn nog niet definitief goedgekeurd.  Dit ontwerpbesluit wordt nog voor advies voorgelegd aan de Vlaamse Toezichtcommissie en de Raad van State waarna de Vlaamse Regering het definitief kan goedkeuren.

Uitstel nieuwe toewijzingsregels en centraal inschrijvingsregister naar 1 oktober 2023

Het  centraal inschrijvingsregister en het nieuwe toewijzingsmodel zullen pas  in werking treden op 1 oktober 2023 in plaats van 1 januari 2023. Dit uitstel biedt de sociale woonsector meer tijd voor het uitwerken, uitrollen en integreren van het centraal inschrijvingsregister. Aangezien het nieuw toewijzingsmodel sterk steunt op het centraal inschrijvingsregister zal het nieuw toewijzingssysteem ook dan pas in werking gaan. Bepalingen die niets te maken hebben met het centraal inschrijvingsregister en het nieuw toewijzingsmodel (zoals de taalkennisvereiste en de verplichte inschrijving bij de VDAB) treden wel zoals voorzien in werking op 1 januari 2023.

Belangrijk: dit uitstel gaat alleen over het CIR en de nieuwe toewijzingsregels sociale huur, niet over de timing van de woonmaatschappijen. De einddatum voor de woonmaatschappijen blijft onveranderd op 30 juni 2023. De extra tijd tussen de vorming van de woonmaatschappijen en de inwerkingtreding van het CIR en de nieuwe toewijzingsregels, zal meer ruimte geven aan de verschillende woonactoren om het CIR en de nieuwe toewijzingsregels goed te kunnen implementeren. Dit uitstel geeft ook meer tijd om de toewijzingsraad op te richten en het toewijsreglement uit te werken.

Verder wordt het ook mogelijk gemaakt dat in afwachting van de oprichting van een toewijzingsraad  de verhuurder ook een voorrangsregeling binnen de doelgroepen kan uitwerken die rekening houdt met de meest precaire woonbehoefte.

Andere aanpassingen in het besluit

Het besluit bevat ook nog enkele andere bepalingen:  

  • Het beluit verduidelijkt welke woningen in aanmerking komen voor herstructureringssteun. Het principe is dat herstructureringssteun enkel mogelijk is voor woningen die overgenomen worden via een aandelenoverdracht. Ook subsidies voor overdrachten die niet via aandelen kunnen zijn mogelijk onder voorwaarde dat het aantal woningen beperkt is tot 100. U leest hierover meer in het draaiboek van VMSW. Maar, in sommige gevallen is de overdracht via aandelen technisch niet mogelijk. Het voorliggend besluit maakt daarom ook herstructureringssteun mogelijk voor overdrachten ‘om niet’  en voor overdrachten van meer dan 100 woningen van lokale besturen, het Vlaams Woningfonds en de VMSW.
  • Gemeenten zullen nog financiering kunnen ontvangen voor infrastructuuraanleg bij een sociaal woonproject, maar zoals eerder beslist niet meer voor de bouw en renovatie van sociale woningen. Een woonmaatschappij kan, zoals bepaald in het besluit bij de Vlaamse codex wonen, voor de aanleg of aanpassing van wooninfrastructuur met een gemeente of eventuele andere partij immers afspreken om in zijn naam op de treden als aanbestedende overheid bij een project. Dit komt in de praktijk vaak voor. Dit besluit maakt het mogelijk dat de uitbetaling van de infrastructuursubsidie rechtstreeks aan de gemeente mogelijk wordt.
  • Het besluit bepaalt dat woonactoren in functie van de vorming van woonmaatschappijen de tijd krijgen tot 2 jaar na de overdracht van het patrimonium om over een asbestinventarisatieattest te beschikken. Ze moeten het dus niet  al voorafgaand aan de overdracht hebben
  • De eerder goedgekeurde regelgeving bepaalt dat woonmaatschappijen enkel beroep kunnen doen op financiering voor sociale woonprojecten hun eigen werkingsgebied. Maar doordat woonmaatschappijen de tijd hebben tot eind 2027 om alle sociaal woonpatrimonium te verwerven in hun werkingsgebied, bestaat het risico dat soms nodige renovaties en verbeteringen aan sociale woningen uitgesteld zouden worden. Daarom maakt het besluit het mogelijk dat een woonmaatschappij financiering kan ontvangen voor de renovatie, verbetering en aanpassing van een sociale huurwoning, ook al ligt deze woning buiten het werkingsgebied.  

Lees meer in

Zie ook het VVSG-kennisnetwerk voor meer informatie over het traject naar de woonmaatschappij.

Joris Deleenheer