Lokale Diensteneconomie

De overheid wil via de lokale diensteneconomie een dienstenaanbod uitbouwen dat aansluit bij maatschappelijke noden en tegelijkertijd kansen creëren voor doelgroepwerknemers. De maatregel beoogt een actief en competentieversterkend traject voor mensen die om verschillende redenen moeilijk uit de werkloosheid raken en voorziet een aanvullend dienstenaanbod dat inspeelt op lokale noden en evoluties en waarbij de maatschappelijke meerwaarde centraal staat. De principes van maatschappelijk verantwoord ondernemen worden verankerd in de diensten. Op die manier realiseren de lokale diensten een win-winsituatie voor doelgroepwerknemers, de maatschappij en het milieu.

Lokale diensteneconomie besteedt veel aandacht aan doorstroom. Na maximum vijf (of uitzonderlijk zes) jaar tewerkstelling in de lokale diensteneconomie zet de doelgroepwerknemer de stap naar een tewerkstelling in het gewone arbeidscircuit .Tijdens de tewerkstelling in de lokale diensteneconomie wordt deze stap voorbereid. Het sluitstuk van zo’n traject is een stage bij een potentiële reguliere werkgever.

Doelgroepwerknemers krijgen binnen de lokale diensteneconomie specifieke opleiding, begeleiding en ondersteuning op de werkvloer, dit om hun competenties en mogelijkheden om door te stromen naar de reguliere economie te bevorderen. Als een initiatief binnen de lokale diensteneconomie voldoet aan de voorwaarden, kan het een premie krijgen voor de tewerkstelling van doelgroepwerknemers. Hierin is ook een bedrag voor de begeleiding (‘omkadering’) in opgenomen.

Maatwerk bij Collectieve inschakeling

Het decreet ‘Maatwerk bij collectieve inschakeling’ wil werk en ondersteuning op maat bieden aan mensen die moeilijk een job vinden. Doel is doorstroom naar een reguliere job. De hervorming vereenvoudigt de subsidievoorwaarden en de ondersteunende maatregelen voor ondernemingen in de sociale economie (meer specifiek de beschutte en sociale werkplaatsen) en stemt ze beter op elkaar af. De regelgeving is op 1 januari 2019 in werking getreden.

Dit decreet richt zich tot personen met een arbeidsbeperking. Dit zijn werkzoekenden die omwille van persoonsgebonden factoren moeilijk toegang hebben tot de arbeidsmarkt. Het kan bijvoorbeeld gaan over mensen met  een arbeidshandicap, mensen met een medische, mentale, psychische of psychosociale problematiek of langdurig werklozen. Deze personen hebben behoefte aan specifieke begeleiding en ondersteuning op de werkvloer.

Toegang tot volwaardig werk is ook voor deze doelgroep een belangrijke voorwaarde om te kunnen participeren aan de samenleving. Het biedt ook kansen voor persoonlijke en professionele ontwikkeling.

Het decreet maakt een onderscheid tussen maatwerkbedrijven en maatwerkafdelingen.

 

Hoe kan een lokaal bestuur de sociale economie financieren? DAEB en Staatssteun

Lokale besturen steunen vandaag heel wat initiatieven sociale economie in de vorm van werkingssubsidies, tussenkomsten in infrastructuur, ter beschikking stellen van personeel en/of materiaal en als bewuste afnemer van goederen en diensten.

De lokale overheid dient erover te waken dat deze financiering juridisch correct gebeurt, conform de nationale wetgeving en Europese richtlijnen. De keuze om te werken met een subsidie, een overeenkomst of een overheidsopdracht is in deze materie niet vanzelfsprekend. Daarenboven zijn ook decretale richtlijnen bepalend voor de financiering. Dit is het geval voor het decreet lokale diensteneconomie dat het DAEB-besluit (dienst van algemeen economisch belang) van de EU Commissie oplegt. Lokale overheden mogen diensten van algemeen economisch belang (DAEB) - waartoe ook sociale diensten van algemeen belang (SDAB) met een economisch karakter behoren - financieren. De lokale overheden dienen hierbij wel rekening te houden met de regels inzake staatssteun om te vermijden dat die financiering tot concurrentievervalsing leidt.

De VVSG stelde hiertoe een handreiking op. In de handreiking wordt verduidelijkt wat staatssteun is (deel 2) en wanneer er sprake is van staatssteun (deel 4). Als er staatssteun aanwezig is, dient deze voorafgaand bij de Europese Commissie ter goedkeuring worden aangemeld, tenzij gebruik kan worden gemaakt van een mogelijkheid tot vrijstelling van de aanmeldingsplicht (deel 5). De regels die worden beschreven in delen 4-5 worden op een praktische wijze in een stroomschema samengevat (deel 3).

Aan de hand van de vragen in het stroomschema kan de lokale overheid bepalen op welke wijze uitgesloten kan worden dat de financiering van de diensten van algemeen economisch belang (DAEB) staatssteunelementen bevat.

Indien dit wel het geval is, laat het stroomschema toe te bepalen onder welke voorwaarden de staatssteun is toegelaten en van aanmelding bij de Europese Commissie is vrijgesteld.

Met deze handreiking wil de VVSG bijdragen aan het juist toepassen van de staatssteunregels op diensten van algemeen economisch belang. Hierbij staat de financiering van diensten van algemeen economisch belang centraal.De handreiking geeft een beoordelingskader weer om diensten van algemeen economisch belang in overeenstemming met de staatssteunregels in te richten en is gericht op het geven van maximale rechtszekerheid aan de lokale overheden.

De Adviescommissie Sociale Economie

Wie een label wenst aan te vragen om een initiatief lokale diensteneconomie, een maatwerkbedrijf of een maatwerkafdeling op te richten kan dit via aanmelding bij het Departement WSE. De Adviescommissie sociale economie beoordeelt de aanvraag en geeft een advies aan de Minister. De Minister neemt de uiteindelijke beslissing.

De VVSG maakt deel uit van de Adviescommissie Sociale Economie. De samenstelling van de Adviescommisie vind je in het Ministerieel Besluit van 30 april 2015.

Wetgeving

Decreet Lokale Diensteneconomie

Decreet Maatwerk bij Collectieve inschakeling

Beleidsnota Sociale economie